Johan

Het is moeilijk wennen dat nu net de NCRV in de voorhoede van de televisiehooligans opereert, want vroeger waren dat brave mensen, een beetje saai misschien, maar vol godsvrucht.

Wie van God los is, valt in de handen van therapeuten.

In de documentaire Verborgen moeders vertelde een vrouw dat zij, als gevolg van ritueel misbruik door haar familie, al voor haar zestiende jaar vijf baby's had gebaard, waarvan er drie vermoord waren, een verkocht en een niet levensvatbaar was geweest. Deze gruwelijke herinneringen had zij vroeger niet, maar waren door een therapeut `naar boven gehaald'.

De beschuldigde familie werd in de uitzending niet bij naam genoemd, maar was voor mensen uit de streek wel herkenbaar. De NCRV, die zoiets al eens eerder heeft geflikt, staat op het standpunt dat het niet haar taak is om uit te zoeken of de gruwelen echt gebeurd zijn, en dat de beschuldigden maar met bewijzen moeten komen dat ze het niet gedaan hebben, als de uitzending hun niet bevalt.

De advocaat van de familie stelt dat de methode waarin herinneringen worden opgewekt die er nog niet waren voordat de therapeut zich er mee ging bemoeien, niet onomstreden is. Dat is zeer voorzichtig uitgedrukt.

Ik moest aan Johan denken, toen ik het in de krant las. Johan Barendregt, die schaakmeester was en hoogleraar in de persoonlijkheidsleer, schreef in 1977 het boekje Karakters van en naar Theophrastus. Zoals de Griek Theophrastus in de vierde eeuw voor Christus zijn tijdgenoten neerzette, zo deed Barendregt het met de psychologen en de therapeuten. Het was zijn bijdrage tot een discussie met het thema: Methodologie en de crisis in de psychologie.

Een van zijn karakters noemde hij De Weerzinwekkende. De mens die maar wat verzint en geen moeite doet om na te gaan of het ook waar is.

,,Voor toetsen trekt hij zijn neus op en op zijn hoofd krabben beschouwt hij als denken. Hij kletst als hij praat; hij zwamt als hij schrijft. Zijn begrippen zijn zo slijmerig dat alles te maken heeft met alles. Die kleffe massa beschouwt hij als de neerslag van zijn ervaring: en daarin hoeft hij maar te roeren om een consistente theorie te krijgen.''

Een ander karakter dat hij beschreef was De Journalist, die vertelt wat hij denkt dat de mensen graag willen horen. Johan bekeek zijn karakters met kritische blik, maar als hij nog leefde zou hij toch vreemd staan te kijken van het monsterverbond dat ze nu op de televisie hebben gesloten.

Hij was een serieus mens en dus vocht hij op twee fronten. Tegen psychologen die zich van toetsing en methodologie niets aantrokken en maar wat aankletsten, maar ook tegen onderzoekers die van de methodologie juist een afgod hadden gemaakt en glorieerden met kleine wetenschappelijk verantwoorde onderzoekjes naar trivialiteiten, maar rilden van schrik als ze zoiets onwetenschappelijks als een levend mens zagen.

Hij dacht dat het door zijn schakersachtergrond kwam, zijn neiging om altijd anderen tegen te spreken: doe uw zet, en ik zal hem weerleggen met een tegenzet. Daarmee deed hij zichzelf onrecht, denk ik, want in zijn korte leven heeft hij belangrijke projecten opgezet die niet alleen op tegenspraak gebaseerd waren.

In de tijd dat ik me oriënteerde of doping iets voor mijn schaakresultaten kon doen, had ik ook nog iets anders bedacht. Ik liet me door Johan hypnotiseren, met het idee dat de post-hypnotische opdracht `je gaat spelen als Tal' me goed zou kunnen doen.

Dat hypnotiseren lukte niet erg. Na een paar sessies vroeg hij of ik wel eens zeeziek werd. Dat was me inderdaad wel eens overkomen, en het bleek een kenmerk te zijn van mensen die slecht hypnotiseerbaar waren. Die konden zich ook niet overgeven aan het ritme van de golven, ze verzetten zich onbewust en werden zeeziek.

Op onze laatste sessie zat hem iets dwars dat niet met ons project maar met zijn scheiding te maken had. Hij gedroeg zich als een izegrim en ik begreep toen wat ik wel eens had gehoord, dat veel studenten en medewerkers een beetje bang voor hem waren. Het was duidelijk dat hij me zo snel mogelijk de deur uit wilde hebben en eigenlijk wilde ik dat zelf ook, maar ik gunde het hem niet en bleef treuzelen. Dat was mijn schakersachtergrond, je blijft een partijtje spelen al slaat het nergens op.

Een keer na een competitiewedstrijd voor de club waar we allebei lid van waren, nam ik hem mee naar een café waar ik vaak kwam. We praatten gezellig, tot hij werd afgeleid door de leuke meisjes die er waren.

,,Als je wilt dat ik weg ga, omdat je hier wel wat beters te doen hebt, dan zeg je het maar, hoor.''

,,Doe niet zo idioot, Johan, we zitten hier toch prettig te praten?''

Maar dat interpreteerde hij natuurlijk als de vrijgevigheid van de rijkaard die kon wachten, omdat zijn tijd nog wel kwam.

,,Op mijn leeftijd willen ze ook nog wel, maar alleen nog voor serieuze verhoudingen, nooit zomaar eens'', zei hij.

Een paar maanden later werd ik opgebeld door een gemeenschappelijke kennis die zei dat ik Johan eens op moest zoeken in het ziekenhuis, omdat hij iets aan zijn been scheen te hebben wat niet zo prettig was.

Iets met het been, dat had ik ook wel eens gehad en het was een ziekenbezoek waar ik niet tegen opzag, maar toen ik in zijn kamer kwam zei hij dat het longkanker was en dat er niets meer aan te doen was.

Wat we toen bespraken weet ik niet meer, alleen dat hij aan het eind zei: ,,Als je maar altijd beseft dat er geen God is'', alsof hij me zijn zegen gaf.

Later kwam ik nog een keer, maar toen was hij al zo ver dat hij in een donkere hoek van de kamer apart werd gehouden, zijn bed omringd door de mensen die hem echt na stonden, en ik bedacht dat als hij jonger was geweest en wij allebei minder schuw, we vrienden hadden kunnen zijn, in plaats van de goede kennissen die we waren.