Iran werkt aan snelle opbouw gasindustrie

De islamitische republiek Iran die de op één na (Rusland) grootste voorraden aardgas ter wereld bezit, zet grote vaart achter de opbouw van haar gasindustrie.

Iran is binnen de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) de tweede producent van olie. Qua oliereserves stond Iran in 1998 binnen OPEC nog de vijfde plaats. Maar dat kan veranderen nu er vooral op de Golf en in de Kaspische Zee de laatste tijd het ene na het andere olieveld wordt ontdekt.

Nog sterker geldt dat voor mega-vondsten van aardgas. Iran wil snel gebruikmaken van de sterk stijgende vraag naar deze veel schonere brandstof, om zijn economie te versterken. Door de snelle opbouw van een industrie voor de verwerking, transport en afzet van gas wordt het land ook minder afhankelijk van olie en minder kwetsbaar als de olieprijzen weer zouden inzakken. De export van olie zorgt nu nog voor ruim 85 procent van de staatsinkomsten. Als gevolg van lage olieprijzen leed Iran in 1997 en 1998 per jaar een verlies van zo'n 5 miljard dollar.

De afgelopen vijf maanden maakten de autoriteiten in Teheran tot driemaal toe nieuwe, grote gasvondsten bekend die de totale reserves op meer dan 23.000 miljard kubieke meter brachten. Ter vergelijking: de Nederlandse reserves bedroegen vorig jaar nog zo'n 1.875 miljard kubieke meter.

Teheran stelde dit jaar met succes zijn gasindustrie open voor buitenlandse investeringen. Vooral Europese bedrijven, zoals de oliemaatschappijen ENI,TotalFinaElf en Shell, namen investeringsbeslissingen tot een totaal van ten minste 10 miljard dollar. Maar deze week bezoekt ook een Japanse delegatie van politici en zakenmensen Teheran om de basis te leggen voor contracten. Japan, dat bijna al zijn energie moet importeren, wil graag zaken doen in Iran.

Over Amerikaanse bezwaren tegen investeringsprojecten in Iran is al geruime tijd niets meer vernomen, nadat president Clinton in 1998 voor het Franse concern Total een uitzondering maakte op de Sanctiewet tegen Iran en Libië. De Verenigde Staten handhaven die wet nog wel voor Amerikaanse ondernemingen.

Washington blijft Iran beschuldigen van steun aan terroristische organisaties die het vredesproces in het Midden-Oosten belemmeren. Investeringen boven de 20 miljoen dollar in Iran zijn volgens de Sanctiewet verboden. Maar de bezwaren van de Europese Unie tegen toepassing van de Sanctiewet buiten de VS hebben geleid tot een lankmoedig beleid voor Europese investeerders.

Iran wil zijn binnenlandse leidingnet voor het gastransport uitbreiden tot in de ruim 500 dorpen en werkt tevens aan voorzieningen voor de export naar Pakistan, Turkije en vandaar mogelijk naar Europa. Een duidelijk teken dat de islamitische regering toekomst ziet in de gasexport is het recente besluit om een grote terminal te bouwen in de havenplaats Assalouyeh. Daar komt tevens een fabriek voor behandeling van gas uit het grote offshoreveld South Pars in de Golf, dat Iran deelt met Qatar.

Deze terminal, de grootste in het Midden-Oosten tot nu toe, wordt gebouwd door een consortium van TotalFinaElf en het Koreaanse Hyundai en moet eind 2001 worden opgeleverd. Assalouyeh moet Iran ook de mogelijkheid bieden vloeibaar aardgas naar Aziatische landen te exporteren.

TotalFinaElf heeft ook al een contract voor de ontwikkeling van de eerste twee fasen van South Pars. Het Italiaanse ENI zorgt voor twee volgende fasen in dit project dat in totaal een investering van 4,3 miljard dollar vergt. Eind vorige week tekenden de Iraanse autoriteiten nog een contract ter waarde van 85 miljoen dollar met een Chinese maatschappij voor de ontwikkeling van 19 gasvelden in het zuiden van het land.