`Gezamenlijke hulp schizofrenen is te verbeteren'

Behandelaars van schizofrenen moeten meer met elkaar samenwerken om de hulp aan schizofrenen te verbeteren. Ook zouden ze zich beter moeten informeren over de nieuwe inzichten voor de behandeling van de aandoening. Op korte termijn moeten er richtlijnen komen voor de behandeling. Daarbij dienen patiënten en hun familieleden te worden betrokken.

Dit schrijft het Schizofrenie Platform in het rapport `Verdeelde aandacht, gedeelde zorg' dat gisteren aan vertegenwoordigers van de ministers Borst (Volksgezondheid) en Vermeend (Sociale Zaken) is aangeboden. In het rapport signaleert het Platform elf knelpunten bij de behandeling van schizofrenen.

Nederland telt volgens het Platform ongeveer honderdduizend schizofrenen. De behandeling ervan kost jaarlijks ruim 1,1 miljard gulden. Driekwart van dat geld gaat op aan de elfduizend patiënten die in een inrichting behandeld worden. Zo'n 10 procent van de schizofrenen pleegt suïcide, waarvan driekwart succesvol is in de eerste drie jaar na het ontstaan van de aandoening. Nog eens 10 tot 20 procent brengt zichzelf letsel toe.

Patiënten kunnen redelijk succesvol worden behandeld met medicijnen. Probleem daarbij is de `therapietrouw'. Veel patiënten stoppen met het gebruik als ze zich weer goed voelen, iets wat wordt gevoed door de vervelende bijwerkingen van veel van de traditionele medicijnen. Moderne medicijnen kennen – voor zover bekend – minder ernstige bijwerkingen. Ze zijn echter tien keer zo duur als de traditionele en er bestaat nog niet veel inzicht in de effectiviteit ervan op de langere termijn. Van patiënten die gewoon hun medicijnen blijven gebruiken valt een kwart terug in de ziekte, van degenen die daarmee zijn gestopt is dat 80 procent.

Volgens het Platform wordt, door het stigma dat aan schizofrenie kleeft, de aandoening bij lijders eraan te laat herkend waardoor ook te laat met de behandeling wordt begonnen. Bovendien worden meer patiënten dan nodig in een inrichting behandeld en bestaat er bij veel hulpverleners te weinig aandacht voor de verschillen in effectiviteit van de verschillende behandelmethoden. Het Platform pleit ook voor een min of meer vaste `relatie' tussen patiënt en behandelteam. Niet alleen krijgt de patiënt dan niet steeds met een andere hulpverlener te maken, er komt ook beter zicht op het regelmatig gebruik van de medicijnen. Ook het gewoon opnemen van de patiënt in het arbeidsproces is volgens het Platform een goede stimulans voor regelmatig medicijngebruik.