Democratisch stelsel

Het betoog van Lennart Booy (NRC Handelsblad, 15 augustus) lijkt op het oog een verfrissende visie op de huidige politieke ontwikkeling.

In werkelijkheid geeft hij niet meer dan een overzicht van de maatschappelijke ontwikkeling die zich autonoom en uitermate verrassend heeft voltrokken.

Wat heel erg moeilijk is en wat hij daarom vergeet is dat een dergelijke explosieve, drastische en internationale maatschappelijke ontwikkeling onmogelijk tegelijkertijd kan worden gevangen in een systematisch georganiseerd politiek kader.

Booy bekritiseert de bestaande politieke partijen en verzuimt daarbij te vermelden dat ons democratisch stelsel daarop volledig berust. Een stelsel dat is gevormd, gegroeid en ruim een eeuw heeft gefunctioneerd als vertegenwoordigend lichaam van groepen burgers, aanhangers van (soms) zeer verscheiden ideologieën, religieuze of politieke denkbeelden. In relatief zeer korte tijd is door enerzijds de secularisatie van de samenleving en anderzijds door het fenomeen dat we gemakshalve `de nieuwe economie' noemen, de behoefte aan ideologieën en dergelijke, zeker als machtsblokken, weggevaagd. En daarmee gepaard gegaan is dat de legitimatie van die partijen en daarmee de kern van ons stelsel is opgehouden te bestaan.

Omdat die partijen onmisbaar zijn, zou primair aan de orde moeten komen hoe we politieke partijen weer voorzien van de lading die in overeenstemming is met de eisen die daaraan door het volk worden gesteld. Eisen die aanzienlijk meer praktisch-economisch zullen moeten zijn dan de vroegere ideologieën.