Bols product 80-jarige oorlog

Na 425 jaar gaat drankenfabrikant Bols over in buitenlandse handen. Samen met Rémy Cointreau hoopt het concern toe te treden tot de eerste divisie van drankenfabrikanten in de wereld.

Met de verkoop van de Koninklijke Bols aan het Franse Rémy Cointreau gaat één van Nederlands oudste industriële sieraden over in buitenlandse handen. Bols zag al in 1575, zeven jaar na het begin van de tachtigjarige oorlog tegen de Spanjaarden, het licht en werd in navolgende eeuwen één van 's werelds bekendste producenten van gedistilleerde dranken en likeuren. Tot op heden produceert het concern welbekende drankjes als Bols Corenwijn, Jonge Bols, Bols Vodka, Bols Liqueur, Metaxa, Asbach, Coebergh, Pisang Ambon of Ponche Kuba.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd steeds duidelijker dat Bols te klein was geworden om zich op een steeds concurrerender internationale markt te kunnen handhaven. De toenmalige bestuursvoorzitter Rob Schipper droomde ervan Bols' plaats te handhaven in de tweede divisie van gerenommeerde Europese drankenproducenten als LVMH, Pernod Ricard en Rémy Cointreau. Schipper wilde dat bereiken door een alliantie aan te gaan met een van hen. Dat bleek niet mee te vallen. Voor zo'n alliantie is veel geld nodig, potentiële kandidaten bleken te groot dan wel te klein, en vaak ging het om lastige familiebedrijven.

In de vroege lente van 1993 volgde een verrassende ontknoping. Drankenconcern Bols ging fuseren met voedingsmiddelenproducent Wessanen. In het Bols-bestuur bestonden wel degelijk twijfels over deze stap maar de financiële slagkracht van fusieproduct BolsWessanen gaf uiteindelijk de doorslag. Toch vreesden vele sceptici in de financiële wereld dat de drankenfabrikant en de producent van zuivel, ontbijtgranen en snacks elkaar te weinig zouden aanvullen. Ze kregen al snel gelijk.

Kort na de fusie kwamen de grote verschillen in bedrijfscultuur levensgroot naar voren. De Bolsbestuurders bemoeiden zich veel meer met de dagelijkse gang van zaken, terwijl hun Wessanen-collega's meer op afstand pleegden te managen. Bols boekte op zijn merken betrekkelijk grote marges en daarbij hoorden hoge uitgaven voor advertenties en publiciteit. De Wessanen-managers letten vooral op de financiën.

De interne spanningen in het concern als gevolg van de blijvend grote cultuurverschillen werden helaas niet gecompenseerd door gunstige bedrijfseconomische ontwikkelingen. Kortom in augustus 1994 moest BolsWessanen een scherpe daling van de halfjaarresultaten melden. Bij ingewijden begon het toen al te dagen dat de fusie zou uitdraaien op een mislukking.

Toch zette bestuursvoorzitter Rob Schipper door en later dat jaar arrangeerde hij zelfs een samenwerkingsverband met het Italiaanse Campari. In het voorjaar van 1995 volgde de ontknoping toen de van Bols afkomstige topman Schipper opstapte en diens opvolger Mac Zondervan, die carrière had gemaakt bij Wessanen, het roer radicaal omgooide. Hij wilde van BolsWessanen weer overwegend een voedingsconcern maken en de drankenactiviteiten de komende jaren geleidelijk afstoten.

Het pakte iets anders uit. Pas in de zomer van 1998 wist BolsWessanen zijn drankenpoot integraal van de hand te doen. Bols ging met z'n 900 werknemers en 500 miljoen gulden aan jaaromzet naar de participatiemaatschappij CVC. Met Bols vertrokken ook drie bestuursleden, onder wie R. van Ogtrop, de nieuwe bestuursvoorzitter van het nieuwe Bols. Van koper CVC mocht Bols als zelfstandige onderneming verder en kreeg het opdracht ,,zich te concentreren op verdere expansie.''

Bestuursvoorzitter Van Ogtrop meldde vanmorgen telefonisch dat dit goed is gelukt. De winst verdubbelde sinds 1998 en de omzet groeide over die periode met zo'n 20 procent naar 600 miljoen gulden. Van Ogtrop blijft ook onder de nieuwe Franse eigenaar Rémy Cointreau bestuursvoorzitter van Bols en verzekert trots: ,,Samen met de Fransen treden wij nu toe tot de eerste divisie van drankenfabrikanten in de wereld met als sterkste punten likeuren en cognac/brandy.''