Berging Koersk moeilijk, gevaarlijk en heel duur

De berging van de lichamen van de slachtoffers van de Koersk is een onaangename klus, de berging van de boot zelf heel moeilijk. Maar onmogelijk is het niet.

De Britse reddingsboot LR-5, die eventueel overlevende bemanningsleden van de gezonken Koersk had moeten redden, is op weg naar huis. De Britse inbreng bij de gefaalde reddingsoperatie is niet volledig verdwenen, want van het dozijn duikers in het `Noorse' team hebben er acht de Britse nationaliteit. De duikers hebben de ongetwijfeld vorstelijk betaalde, maar zeer onaangename klus gekregen de stoffelijke resten uit het wrak van de Koersk te bergen. Volgens de woordvoerder van de Noordelijke Vloot, Vladimir Navrotski, gaat dat ,,ten minste een maand'' duren. In die tijd zal onderzoek moeten uitwijzen of, en hoe de Koersk boven water kan worden gehaald.

Het bergen van de lichamen van de bemanning is lastig en gevaarlijk. Niemand weet precies waar zich de stoffelijke overschotten bevinden. Ongetwijfeld moeten waterdichte schotten met thermische lansen worden geforceerd, terwijl het zeewater voortdurend op radioactiviteit door een mogelijk lek in één van de twee reactoren moet worden gecontroleerd. Dat de duikers álle lichamen kunnen bergen is sowieso een illusie. De explosie die de Koersk uiteen reet heeft ongetwijfeld lichamen over boord geslagen of doen desintegreren.

Of de Koersk zelf kan worden gelicht hangt af van de schade aan de onderzeeër. Als de romp en de reactoren dusdanig zijn ontzet dat takelen de Koersk in onderdelen, waarvan sommige radioactief, zou doen uiteenvallen, dan moet het wrak hermetisch worden afgedicht. Want aangezien de Koersk maar op honderd meter diepte en in een krachtige onderzeese stroming ligt, zou vrijkomende radioactiviteit onmiddellijk in de voedselketen worden opgenomen. Behalve het arctische dierenleven zouden ook de Russische en Noorse visserij-industrie hierdoor ernstig in de problemen komen.

De situering van de Koersk verschilt hierin aanmerkelijk van die van de Sovjet-onderzeeër Komsomolets, die in april 1989 voor de Noorse westkust verging. Deze onderzeeër ligt op een diepte van bijna twee kilometer. Twee nucleaire torpedo's waren bij dit ongeluk opengebarsten waardoor plutonium in aanraking met zeewater was gekomen. Maar door de levenloze diepte en doordat het wrak later is afgedekt, zou het gevaar van nucleaire vervuiling zijn geweken. Voorlopig.

Het bergen van de 150 meter lange, door het ingestroomde water inmiddels 25.000 ton zware Koersk, lijkt op het eerste gezicht onuitvoerbaar. Maar volgens een woordvoerder van het Nederlandse bergingsbedrijf Smit International zou het ,,in beginsel mogelijk'' moeten zijn de onderzeeër te lichten. Aan zo'n klus zou echter eerst een ,,grondig onderzoek'' vooraf moeten gaan. De onduidelijke toestand van de reactor en de aanwezigheid van explosieven van meegevoerde torpedo's en kruisraketten spelen daarbij een belangrijke rol. Zo'n onderzoek, zou ,,minstens weken, maar waarschijnlijk maanden'' duren. De president-directeur van het Franse bergingsbedrijf COMEX liet zich tegen een persbureau in gelijksoortige bewoordingen uit.

Hóe de Koersk moet worden gelicht is onderwerp van speculatie. De onderzeeër zou moeten worden leeggepompt of worden volgepompt met polystyreen. Met behulp van drijvende bokken zouden kabels om de onderzeeër worden geslagen. Er is zelfs een Britse ballonnenproducent die de Koersk met opblaaspontons naar de oppervlakte wilde brengen.

Eenvoudig is dit allemaal niet. Een Amerikaanse poging om begin jaren zeventig een (niet-nucleaire) Sovjet-onderzeeër met een enorme grijper op te halen mislukte, doordat de onderzeeër in stukken uit elkaar viel.

Maar zelfs de Komsomolets zou volgens de zegsman van Smit vanaf twee kilometer diepte te bergen zijn. ,,Dat wil zeggen: als er een financier wordt gevonden,'' aldus de woordvoerder van Smit. Want goedkoop is zo'n operatie niet. De offerte die Smit voor het lichten van de Komsomolets heeft gedaan, bedroeg volgens sommige bronnen, één miljard dollar.