Ûûûûûûh...

Dinsdagnacht op de autoradio. De VPRO op Radio 1 met een popprogramma voor oudere jongeren gepresenteerd door twee soortgelijke radioveteranen die tot voor kort hun begeleidende teksten keurig van een briefje voorlazen maar nu zijn overgegaan op de tegenwoordig zo populaire voor de vuist weg geïmproviseerde duopresentatie. Dat lijkt een verbetering maar is het helaas niet. Niet dat de beide heren het niet goed doen. De informatie over de muziek is prima en uit de inside-jokes blijkt overduidelijk dat het duo beseft dat hun doelgroep allang in het echtelijk bed of op de bar van een bruin café ligt te snurken. Maar improviseren is helaas iets anders dan voorlezen, en dat eist z'n tol. Om de paar woorden hapert de praatmachine en volgt een langgerekt ûûûh... als stopwoord en aanloop naar een volgende zin die opnieuw vastloopt in een serie ûûûh's wat duidelijk maakt dat voor de vuist weg spreken niet zo eenvoudig is.

Zo'n gebrek aan improvisatievermogen is weliswaar een vaker voorkomend verschijnsel op de Nederlandse radio maar daarom niet minder irritant. Sterker nog, het gesproken woord op onze radio lijkt haast voor 50% te bestaan uit ûûûh en als je daar dan als luisteraar op gaat letten komt zo'n ûûûh iedere keer aan alsof je met je oude amalgaanvulling op een stukje zilverpapier bijt. Soms denk je even dat-ie weg blijft, maar pats boem, daar is-ie weer. De radio afzetten is dan de enige remedie en vervolgens twee dagen algehele radio-onthouding om het ûûûh-syndroom een beetje uit het hoofd te krijgen.

Vrijdagmorgen durf ik het weer aan en val met mijn neus in de boter. Het onvolprezen radioprogramma VPRO Vrijdag interviewt een hoge ambtenaar die de geestelijke vader is van de verplichte `inburgeringscursus' waarmee we allochtone vluchtelingen opschepen die zo stom zijn geweest hier voet aan wal te zetten. De ambtenaar ûûûht maar door en is, ondanks de ook niet geringe ûûûh-inbreng van de interviewster, zonder meer de primus inter paris onder de overheids ûûûh-zeggers. Geen zin komt er uit zonder die irritante keelklank zodat je na enige tijd je toch wel afvraagt of een verplichte cursus `improviserend spreken voor hoge ambtenaren' ook niet op zijn plaats zou zijn.

Maar dan is gelukkig de redding nabij met een super strak uitgesproken filemelding door de ANWB en vervolgens wordt overgeschakeld naar een verslaggeefster in Ghana die stokoude Ghanezen interviewt over hun levensfilosofie. En dan valt me iets op, een 95-jarige man vertelt in het Ghanees zijn levensverhaal zonder ook maar een ûûûh te laten vallen en daarna komt een 86-jarige vrouw aan het woord die vloeiend minuten lang over haar twaalf bevallingen oreert waarbij ook geen enkele ûûûh valt waar te nemen. Dat zet me aan het denken. Zou dat ûûûh soms iets Nederlands zijn. Natuurlijk, in andere talen hebben mensen ook mogelijkheden hun gebrek aan verbaal improvisatievermogen te maskeren. Zoals Amerikanen die die daarvoor you know gebruiken, of de Fransen met eh bien of alors. Maar zij gebruiken tenminste echte stopwoorden als ze de verbale weg kwijt zijn en niet zo'n raar repeterend keelgeluid als wij. Ik moet er niet aan denken dat een melodieus Spaans sprekende Zuid-Amerikaan voor het eerst van zijn leven naar Nederlands luistert. Het gewone vocabulaire zal dan al als knarsende kiezelstenen in de oren klinken of op zijn minst dezelfde reacties oproepen als wanneer wij iemand Deens of Keltisch horen praten. En dan komt er om de paar woorden nog dat langgerekte afschuwelijke ûûûh doorheen, zoiets moet toch een traumatische ervaring zijn.

Het zal duidelijk zijn dat het ûûûh-virus zo snel mogelijk van de Nederlandse Radio moet. Wie goed luistert zal ontdekken dat niet alleen Ronald en Frank de Boer maar zelfs woordvirtuozen als Clairy Polak en Wim Kok besmet zijn, en dat is niet zo best.

Verplicht leren improviseren, dat is de oplossing. Morgenavond start in het Bimhuis in Amsterdam gelukkig al de eerste cursus. Radiomedewerkers en andere openbare sprekers, zorg dat U op tijd bent!

    • Hans Dulfer