Turkse kritiek schaadt `aardbevingsdiplomatie'

Na de burenhulp vorig jaar verbeterde de relatie tussen Istanbul en Athene. Maar beide naties zijn nog lang geen écht dikke vrienden.

Ankara en Athene herdenken dezer dagen de aardbevingen waardoor beide landen vorig jaar werden getroffen. Gelijktijdig kijken Turken en Grieken terug op een jaar waarin de zogenaamde `aardbevingsdiplomatie' de betrekkingen tussen beide landen begon te verbeteren. De intensiteit en gretigheid waarmee men elkaar te hulp kwam, brachten ook op andere gebieden een proces van toenadering op gang, die spoedig al de naam `vriendschap' kreeg.

De beide ministers van buitenlandse zaken Jorgos Papandreou en Ismail Cem waren al enkele maanden eerder aan deze toenadering begonnen, maar kregen door de natuurrampen de wind in de rug. De cynische tegengeluiden, die zeggen dat ,,de Griekse, respectievelijk Turkse politiek nooit verandert'', kunnen niet verhinderen dat Papandreou is nog altijd de meest populaire staatsman in Griekenland, terwijl in Turkije Cem wordt genoemd voor de opvolging van de fysiek niet meer zo sterke premier Ecevit.

Het Verdrag van Helsinki, na de EU-conferentie in december, was voor beiden een hoogtepunt. Griekenland liet daar zijn bezwaren tegen een aanmoediging van een Turkse EU-lidmaatschap varen omdat de EU veel overnam van de `wegenkaart' die Ankara in Griekse ogen daarvoor diende te volgen. Bovendien leek (en dat woord moet missschien letterlijk worden opgevat) de EU haar bezwaren tegen een toetreding van Cyprus zonder dat dat probleem was opgelost, te hebben laten varen.

Bij de eerste verjaardag van de aardbevingsdiplomatie moet wel worden gezegd dat de klad er een beetje in is gekomen en de fut eruit. De cynici in Griekenland krijgen wat meer gehoor voor hun schampere vraag: wat heeft Turkije nu eigenlijk voor concessies gedaan? Zelfs de makkelijkst uitvoerbare, het weer openstellen van de Grieks-Orthodoxe Theologische School op het eilandje Chalki, voor de kust van Istanbul, is uitgebleven, ondanks de pleitrede die president Clinton tijdens zijn bezoek aan Turkije daarvoor afstak.

Op Cyprus hebben de Turken, in plaats van in te binden, de `groene lijn' tussen de beide sectoren in het dorp Strovilía enkele honderden meters in hun voordeel verlegd, zonder dat daar buiten Griekenland en Grieks-Cyprus een haan naar kraaide. Symbolisch werkt ook het voortduren, zij het in veel lichtere mate, van Turkse schendingen van het Griekse luchtruim.

Maar het ernstigste voorval waaraan de Griekse cynici hun gelijk trachten te ontlenen was het artikel dat Cem onlangs in de Italiaanse krant Stampa liet publiceren. Daarin had hij het niet alleen over de Griekse `onderdrukking' van de `Turkse' minderheid in West-Tracië, maar hij noemde in een adem ook de `onderdrukking' van nog drie minderheden: de Macedonische, de Albanese en de Vlachische.

Met het noemen van de Turks sprekende en de Slavisch-Macedonisch sprekende minderheden kan die nog op enige instemming rekenen op een buitenlands publiek, maar door hier ook de Albanese en de Vlachische aan te koppelen wordt zijn betoog wel erg bizar. Met de Albanese bedoelde hij niet de honderdduizenden werknemers, die inderdaad wel wat te klagen hebben, maar de `arvanítes', die al eeuwen in Griekenland wonen en twee talen spreken.

Zij zijn over het algemeen nog Grieks-nationalistischer dan de alleen Grieks sprekenden. Er is wel een eliteclubje dat aandringt op onderwijs in eigen taal — het taboe op hun liederen is al lang opgegeven — maar een brandende kwestie kan men dit moeilijk noemen. Hetzelfde geldt voor de enkele honderdduizenden Vlachen die naast het Grieks een Roemeens dialect spreken en waarvoor Boekarest van tijd tot tijd nog wel eens belangstelling toont. Men zal binnen beide taalminderheden moeilijk iemand vinden die het woord `onderdrukking' in de mond wil nemen. Afkomstig van een bewindsman van het land dat nooit heeft uitgeblonken in de behandeling van minderheden klonk de zinsnede natuurlijk extra vreemd. Maar sommige goedwillenden herinneren eraan dat Cem in eigen land is opgekomen voor meer culturele rechten van de Koerden. Er zijn er hier ook die aan zijn Stampa-artikel motieven voor binnenlands gebruik toekennen. Juist zijn opties naar de positie van premier zouden met zich meebrengen dat hij zich bij de machtige legerleiding weer wat sympathieker moet maken. Het Stampa-artikel was voor de meeste Grieken een koude douche. Papandreouheeft op dit initiatief van `mijn vriend Ismail' nog niet gereageerd. Maarplannen om de eerste verjaardag van hun idylle samen te vieren raakten van de baan.

Toch is het weinig waarschijnlijk dat aan het vriendschapsbetoon tussen beide volken spoedig een einde komt. Miss Turkije werd hier, ook ná Cems artikel, allerwarmst ontvangen, met niet aflatende belangstelling van de media, vooral voor haar roerende bezoek aan het stadje Parga waar haar vader vandaan komt. Het is natuurlijk denkbaar dat de `vriendschap' nog eens in haar tegendeel verkeert. Maar eerder lijkt zijmoeilijk weer te kunnen worden teruggedraaid.