Schrijven maklijk

Met vertrokken mond hoort Mourad mij aan, zijn blik strak op zijn schrift gericht. Ik ben bezig zijn fouten te verbeteren en voor iemand als Mourad is dat pijnlijk. Telkens als ik mijn vinger leg op een woord dat daar niet had moeten staan, knippert hij met zijn ogen. Nee Mourad, hier had je niet moeder moeten invullen maar het kind, want nu staat er: moeder krijgt een pak voor zijn broek, en dat is toch raar, want...

Arme Mourad. Met tegenzin, en met kracht, krast hij de woorden door. Daarna beitelt hij het juiste woord erboven.

De Marokkaanse Mourad, 16 jaar, is een half jaar geleden door zijn vader naar Rotterdam gehaald en zit nu in een schakelklas, waar hij Nederlands moet leren, zo veel en zo snel mogelijk. Hij zal het straks nodig hebben als hij zijn eigenlijke opleiding begint, in het lager beroepsonderwijs.

Mourad is een van de zwakste leerlingen. Vreemd genoeg klampt hij zich juist vast aan de idee dat hij de beste is. Het heeft even geduurd eer ik doorhad dat Mourad koste wat kost wil voorkomen dom gevonden te worden, al begrijp ik nog steeds niet goed waarom dat zo belangrijk voor hem is. Misschien juist omdat hij inderdaad dommer is? In dat geval vind ik het leven wel wreed.

Enfin, om hem te sparen doe ik mijn best niet al te hard te praten terwijl ik zijn oefeningen corrigeer, zodat niet de hele klas van zijn falen getuige is. Ook prijs ik hem, wanneer het maar kan.

Mourad, 't verbaast me inmiddels niet meer, is er altijd als de kippen bij om andere leerlingen te verbeteren, en ja hoor, ook nu weer, nu we de oefening die ik net bij hem gecorrigeerd heb, klassikaal nakijken. Als blijkt dat een medeleerling nota bene precies dezelfde fout heeft gemaakt als Mourad, roept hij onmiddellijk: ,,Nee! Moeder!'' Daarbij dan kijkt hij ook nog eens míj aan, en terwijl ik doe alsof mijn neus bloedt en hem prijs (,,Ja, heel goed Mourad, moeder'') en nog eens voordoe wat `een pak voor je broek' betekent, vraag ik mij toch af hoe het mogelijk is dat Mourad hier van mij nog een compliment voor wil hebben. Maar het gaat hem er natuurlijk om dat de klas hoort dat ik hem complimenteer. Een compliment is bij Mourad altijd welkom – met hulp daarentegen kan hij zich maar moeilijk verenigen. Ik begrijp ook wel dat hulp in zijn ogen betekent: dom zijn, maar omdat ik daar toch anders over denk en me in deze niet aan Mourad wens aan te passen, roep ik de jongen aan het einde van de les bij me.

Al eerder heb ik het gezien en deze les zag ik het weer: dat rare schrift van hem, dat beitelen. Heeft iemand Mourad ooit voorgedaan hoe je schrijft, hoe je letters vormt? Als er een e moet komen te staan kerft Mourad eerst een c in het papier en hangt daar dan een omgekeerd c-tje tussen, een c-tje dat op zijn rug ligt. De a, de b, de d, ja bijna alle letters bestaan bij Mourad uit twee delen. Ik zou hem graag wat vloeiender zien schrijven.

Apart genomen worden voorspelt in Mourads beleving niet veel goeds. Met tegenzin, maar ook angstig, loopt hij naar mij toe. Ik begin voorzichtig over zijn handschrift, over het schrijven van de Nederlandse letters, of hij dat makkelijk of moeilijk vindt, makkelijker of moeilijker dan Arabisch.

In zijn ogen is nog altijd angst. Toch zegt hij meteen: ,,Schrijven maklijk.''Ik knik en zeg dat zijn handschrift heel duidelijk is, goed te lezen, maar dat ik denk dat hij makkelijker en sneller zou kunnen schrijven.

,,Schrijven snel.''

Dat weet ik, stel ik hem gerust, maar het zou misschien makkelijker kunnen. Als hij de letters eens aan elkaar schreef in plaats van allemaal los? Op het bord schrijf ik een paar woorden in het handschrift van een lagere-schooljuf en daaronder schrijf ik nog een paar losse e's. ,,Doe jij het nu eens'', zeg ik en geef hem het krijtje.

Mourad trekt zijn mondhoeken naar beneden, knippert met zijn ogen. Hij pakt mijn krijtje aan en schrijft snel een e op het bord, zijn eigen, die uit twee delen.

,,Goed'', zeg ik, ,,maar doe het nu eens zo.'' Weer laat ik hem duidelijk zien hoe je een e schrijft, waar je begint, waar je eindigt. Ik geef hem het krijtje en het duurt even eer hij de truc doorheeft, maar na een keer of vier lukt het toch. ,,Heel goed, heel goed Mourad'', zeg ik, en heel even zie ik een glimlach op zijn gezicht. ,,Oefen dat thuis nu ook, zodat je het niet vergeet'', voeg ik eraan toe, maar als ik dan de volgende letter op het bord wil schrijven, zegt hij: ,,Voor kleine kinderen, voor kleine school, niet voor Mourad.''

Arabisch schrijft hij wel vlot. Ik vermoed dat hij het Latijnse schrift in Marokko alleen heeft leren lezen. Om hem een hart onder de riem te steken begin ik uit te weiden over het leren van een nieuw schrift, dat ik weet hoe moeilijk dat is, dat ikzelf Russisch heb proberen te leren – maar nog voordat ik uitgesproken ben, zegt Mourad: ,,Maklijk, niet moeilijk. Schrijven goed. Snel.''

Ik kijk hem aan. Mourad wacht af, angstig en koppig tegelijk, knipperend met zijn ogen. ,,Ja Mourad, je schrijft heel goed'', zeg ik vriendelijk, ,,heel goed.'' Ik leg een hand op zijn schouder. ,,Ga maar naar de volgende les.''