Ramp legt malaise Rusland bloot

Het ongeluk met de Koersk kan een doorbraak forceren in de samenwerking tussen Rusland en het Westen. Ontmanteling van nucleaire onderzeeboten, moet hoog op de agenda, vindt Kees Homan.

Nog geen drie weken geleden verklaarde president Poetin op de Russische dag van de marine: ,,De marine is en blijft het symbool van een sterke Russische staat en een pijler van ons defensief vermogen.'' Direct na zijn beëdiging tot president, had hij het belang van de zeestrijdkrachten al onderstreept door, gestoken in admiraalsuniform, een bezoek te brengen aan een onderzeeboot van de Noordelijke Vloot in Moersmansk.

Door het drama met de onderzeeboot Koersk loopt het imago van de Russische marine en Poetin echter ernstige averij op. Pas nu komt door de ontstane commotie in de volle openbaarheid dat de zeestrijdkrachten in een deplorabele toestand verkeren. Het overgrote deel van de Russische vloot kan niet uitvaren of wacht op de schroothoop.

Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie heeft de marine zo'n duizend oorlogsschepen afgevoerd. Van de trots van de marine, de 244 (strategische en tactische) nucleaire onderzeeboten, wachten op het Kola-schiereiland en in het Verre Oosten zo'n 170 op ontmanteling van de kernreactoren. Ook van de eens zo indrukwekkende oppervlaktevloot is weinig over. Het aantal fregatten is met 90 procent verminderd. Van de imposante Kirov-slagkruisers is nog slechts één operationeel, de Peter de Grote, die zich als onderdeel van de Noordelijke vloot bij de reddingsoperatie van de Koersk bevindt. Het enige Russische vliegkampschip, de Kutzenov, ligt nadat het voortstuwingsproblemen op zee had, al sinds 1995 in reparatie in Severomorsk.

Voor het noodzakelijke onderhoud aan de nog operationele schepen ontbreekt echter het geld. Een rapport van de Russische Admiraliteit van vorig jaar berichtte dat slechts tussen de 8 en 10 procent van de hiervoor vereiste fondsen beschikbaar was. Toen vorig jaar tijdens het Kosovo-conflict president Jeltsin een flottielje naar de Adriatische Zee wilde sturen, was de marine dan ook slechts in staat een inlichtingenschip in te zetten. Aangezien vele schepen tegen het einde van hun levensduur lopen, zal de marine indien het geen extra geld krijgt, in 2016 nog slechts over 60 schepen beschikken. In het afgelopen decennium is vrijwel geen enkel schip van stapel gelopen. Ter vergelijking: de Amerikaanse marine is de laatste zeven jaar met 28 nieuwe grote oppervlakteschepen en 10 aanvalsonderzeeboten verrijkt.

Maar ook de discipline en motivatie onder personeel van de Russische krijgsmacht laat veel te wensen over. De afgelopen jaren werden tientallen dienstplichtigen door collega's neergeschoten. Honderden militairen stierven vanwege deelname aan criminele activiteiten. Zelfmoord is een groeiend probleem. Vele dienstplichtige militairen beroven zich van het leven vanwege de vele treiterijen. Het afgelopen jaar moesten zich niet minder dan 16.000 officieren voor de krijgsraad verantwoorden voor het plegen van ernstige strafbare feiten.

Andere problemen zijn de slechte voeding en arbeidsomstandigheden. Regelmatig wordt geen soldij betaald. Voor zover dit wel gebeurt, is de beloning zo laag dat het personeel vaak gedwongen wordt er bijverdiensten op na te houden, hetgeen ook niet bevorderlijk is voor een professionele taakoefening. Een officier verdient niet meer dan 100 dollar per maand. De factor mens is een sluitpost in de Russische krijgsmacht.

Gebrek aan geld is uiteraard ook van nadelige invloed op de geoefendheid en training van het militair personeel. De budgetten hiervoor zijn sinds1991 met negentig procent gedaald. Na de grootschalige oefening West-99 van vorig jaar zomer, was alle brandstof voor de rest van het jaar verbruikt. En een Russische marinevlieger is al blij als hij zo'n 30 uur per jaar kan vliegen; een fractie van de 150 à 200 uren die de NAVO voor haar piloten als norm stelt.

Het verval van de Russische marine, dat exemplarisch is voor de gehele Russische krijgsmacht, valt behalve aan een gebrek aan financiële middelen ook toe te schrijven aan de weinig consistente lijn die voormalig president Jeltsin bij de hervormingen van de krijgsmacht volgde. Jeltsin heeft zich voornamelijk beziggehouden met een verdeel- en heerspolitiek tussen de ministeries die over de (para) militaire strijdkrachten beschikken, waardoor hij wist te voorkomen dat één persoon te sterk werd. Hervormingsgezinde militairen werden geregeld de laan uitgestuurd.

Poetin heeft bij zijn aantreden duidelijk gemaakt dat hij van de krijgsmacht weer een goed functionerend en betrouwbaar apparaat wil maken. De gerevitaliseerde Veiligheidsraad speelt hierbij als nieuw machtscentrum onder zijn voorzitterschap een belangrijke rol. De Raad heeft zich het afgelopen half jaar bijzonder actief getoond met het publiceren van een nieuw nationaal veiligheidsconcept, een militaire doctrine en een buitenlands beleidsconcept. De militaire doctrine trok vooral de aandacht omdat deze niet uitsluit dat Rusland als eerste kernwapens zal gebruiken indien de nationale veiligheid op het spel staat, ook in het geval van een aanval met conventionele strijdkrachten.

Het buitenlands beleidsconcept is echter vrij pragmatisch en geeft prioriteit aan het behartigen van de economische belangen van Rusland – in het bijzonder brandstof en energie.

In het kader van dit nieuwe beleid wil Poetin aan de marine een hogere prioriteit geven. In de nieuwe marinedoctrine die hij op 4 maart uitvaardigde staat de slagkracht van de strategische onderzeeboten centraal. Het aantal van deze onderzeeboten is teruggebracht van 62 in 1990 tot 18 dit jaar. Deze boten kunnen met hun intercontinentale nucleaire raketten het grondgebied van de Verenigde Staten treffen en vormen daarmee een belangrijke pijler van het wederzijdse afschrikkingsevenwicht. Het START II-verdrag, dat de Doema in april ratificeerde, voorziet erin dat in 2002, 60 procent van de Russische intercontinentale nucleaire raketten gestationeerd zal zijn op de strategische onderzeeboten, in plaats van de huidige 43 procent.

Op basis van deze raketten pretenderen de Russen nog steeds de status van supermogendheid te kunnen voeren. Maar ook de strategische onderzeeboten kampen met problemen. Vorig jaar moest de gehele strategische onderzeevloot voor drie maanden uit de vaart worden genomen vanwege technische mankementen.

Ook Poetin beschikt over onvoldoende financiële middelen. De defensie-uitgaven zijn sinds het midden van de jaren tachtig met circa negentig procent gedaald en volstrekt onvoldoende om een krijgsmacht van ruim een miljoen militairen met bijbehorend materieel op fatsoenlijke wijze op de been te houden. De enige manier voor de Russische krijgsmacht om uit het huidige dal te geraken is een verdere drastische sanering, waarbij omvang en kwaliteit van de strijdkrachten in de pas moeten gaan lopen met de economische situatie in het land.

Het ongeluk met de Koersk heeft misschien een doorbraak geforceerd voor nauwere samenwerking tussen Rusland en het Westen. Voor het Westen dient daarbij als eerste prioriteit te gelden dat de ontmanteling van de kernreactoren en kernwapens van de overtollige 170 nucleaire onderzeeboten zo veilig en voortvarend mogelijk wordt aangepakt. Naast lekkage bestaat het gevaar dat het materiaal en technologie in handen komt van landen als Irak en Libië omdat die nucleaire aspiraties hebben.

De laatste vijf jaar hebben de Verenigde Staten, Japan en Noorwegen ongeveer 100 miljoen dollar uitgegeven om de strategische onderzeeboten te ontmantelen. Voor het totale proces is echter 2,2 miljard dollar vereist. En dat moet voor het rijke Westen – ook uit eigenbelang – een overkoombaar bedrag zijn.

Kees Homan is generaal-majoor der mariniers b.d. en verbonden aan het Instituut Clingendael.

    • Kees Homan