Kastdeuren en een spiraalvormig geschoren poedel

Een klein spinnetje balanceert op een draad die hij net heeft gespannen tussen een oude po en een metalen emmer. De gebruiksvoorwerpen maken deel uit van een installatie van de Rotterdamse kunstenaar Harry Boom (1945-1995). De spin valt nauwelijks uit de toon, want de postume tentoonstelling van Boom in het Rotterdamse kunstcentrum TENT heeft wel wat weg van een rommelschuur. Stukken plexiglas, spaanplaten en oude kastdeuren, soms nog voorzien van een laag jaren-zeventigbehang, leunen tegen de muur. In onbruik geraakte spullen als een winkelwagentje, een wasrek en diverse teilen, staan door de ruimte verspreid.

Toen Harry Boom in 1995 een einde aan zijn leven maakte, liet hij een omvangrijk oeuvre van meer dan tweeduizend werken na. Vrienden van de kunstenaar die na zijn dood zijn atelier aan de Heemraadsingel in Rotterdam betraden, troffen daar stapels tekeningen, collages, videobanden en foto's aan, maar ook schappen vol keramiek, hout, textiel, brons, serviesgoed en emmers.

Als een bezetene heeft Boom gewerkt met alle mogelijke materialen en media die hem voorhanden waren. ,,Alsof'', zoals een vriend van hem in 1986 in een artikel schreef, ,,de dood hem op de hielen zat.''

Alles wijst erop dat Harry Boom zijn dood tot in de puntjes geregisseerd heeft. Niet alleen werd de Rotterdammer precies vijftig jaar oud en sloot hij een periode van vijfentwintig jaar kunstenaarschap af, hij zorgde er ook voor dat zijn nalatenschap in goede handen terechtkwam. Zo gaf Boom in een brief aan dat hij zijn oeuvre graag in beheer zag van een stichting, en wees zelfs de personen aan die daarin zitting moesten hebben.

De afgelopen vijf jaar werkte de Stichting Harry Boom aan het inventariseren, rubriceren en archiveren van het oeuvre van Boom. Er werden diverse postume tentoonstellingen georganiseerd, onder andere in het Textiel Museum in Tilburg en het Frans Halsmuseum in Haarlem. Onlangs publiceerde de stichting zelfs een uitvoerige monografie over de kunstenaar.

De Stichting Harry Boom kreeg gedaan waar de kunstenaar zelf nooit in geslaagd is: het krijgen van brede erkenning voor zijn werk. Boom stond vooral bekend als textielkunstenaar, vanwege zijn metersgrote kleurrijke wandkleden die hij vaak in opdracht produceerde. Velen zullen zich de vier wandtapijten herinneren die sinds 1992, als hedendaagse indringers, in de entreehal van het Rijksmuseum hangen. Het was een opdracht die Boom veel kritiek opleverde.

Dat Harry Boom nauwelijks aansluiting vond bij de kunstwereld, heeft vooral te maken met zijn tegendraadse kunstopvattingen. Zijn werk is zo divers dat het zich onmogelijk in een hokje laat proppen. Boom maakte traditionele, haast academische tekeningen, maar verhief met hetzelfde gemak de plastic Tupperware van Blokker tot kunstwerken.

Ook voerde hij performances op en hield zich op een vrij formele manier bezig met volumes en ruimtes. Disciplines, vakjes en grenzen, zo vond Boom, zijn er slechts om op de helling gezet te worden.

Destijds werd die buitengewone verscheidenheid aan kunstwerken als een inconsistente manier van werken gezien. Maar tegenwoordig is een multidisciplinaire houding juist heel gebruikelijk onder beeldend kunstenaars, en misschien is dat de reden dat het werk van Harry Boom nog steeds zo hedendaags overkomt.

Op de tentoonstelling in het Rotterdamse kunstcentrum TENT is goed te zien hoe Boom zijn tijd ver vooruit was. Met traditionele fotografische technieken maakte hij dubbelopnames van gebruiksvoorwerpen die zo zoetgekleurd en gelikt ogen als de montages van computerkunstenaar Micha Klein. En de gretigheid waarmee Boom allerhande prullaria opnieuw rangschikte tot verrassende composities, maakt hem een voorloper van hedendaagse `rommelkunstenaars' als Bjarne Melgaard, Mike Kelley en Jason Rhoades.

De selectie voor de huidige tentoonstelling in Rotterdam is helaas wat onevenwichtig. De gipsen afgietsels van radio's en televisietoestellen zijn nietszeggend, evenals de onbenullige collages van uit reclamefolders geknipte plaatjes van stoelen, vazen en badmatjes. Maar regelmatig betrap je jezelf toch op een glimlach, zoals bij het zien van de vreemde slangen in klei, die bezit hebben genomen van de wasrekken. Of bij de hilarische foto van een spiraalvormig geschoren poedel.

Harry Boom bekeek de wereld om hem heen door een humoristische bril. Want, zei hij ooit, de kunstenaar is de dwaas, the fool, die alleen met een flinke dosis humor zijn serieuze taak kan uitvoeren.

Tentoonstelling: Harry Boom: als alles kan, kan niets.

Plaats: TENT, Witte de Withstraat 50, Rotterdam.

Open: tot en met 3 september

van dinsdag tot en met zondag,11-18 uur.

Monografie ƒ 85,-.

Op 31 augustus zullen oud-studenten van Harry Boom een avond met concerten en performances verzorgen.

    • Sandra Smallenburg