`Kamer heeft niets aan álle informatie'

De Tweede Kamer kan de informatie uit de departementen niet aan. Voormalig secretaris-generaal Sweder van Wijnbergen pleit voor meer tegenwicht.

Het lijkt een tegenstrijdigheid. Geef de Tweede Kamer meer mogelijkheden om informatie te verwerken en het debat op hoofdlijnen zal terugkeren. Maar Sweder van Wijnbergen, voormalig secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken (EZ), is ervan overtuigd. ,,Als je de Kamerleden álle informatie geeft, hebben ze daar niets aan. Dat is te veel, dan kun je ze net zo goed geen informatie geven. Maar geef je ze een eigen onderzoeksbureau, dan kunnen ze de informatie wel aan. Dan zien ze de grote lijn weer in plaats van te verdrinken in de details.''

Van Wijnbergen riep dit weekeinde in een vraaggesprek met Radio 1 het parlement op meer tegenwicht te bieden aan de ambtelijke informatiestroom, volgens hem de enige manier om serieus de regering te controleren. Een eigen onderzoeksbureau voor de Tweede Kamer is dan ook de oplossing om de enorme stroom aan informatie te filteren, te duiden en te objectiveren. ,,Nu hebben Kamerleden vaak niet eens door dat het kabinet soms dingen laat liggen, regels niet toepast of andere al dan niet bewuste fouten maakt'', zegt hij. ,,Dat komt niet omdat Tweede-Kamerleden slecht ingevoerd zijn of dom, maar omdat ze onvoldoende mogelijkheden hebben om informatie op een rijtje te krijgen.''

Van Wijnbergen denkt dat het `verificatiebureau' dat de Tweede Kamer wil oprichten een stap in de goede richting is. Maar het is niet genoeg. Zo schieten volgens hem ook de wetenschappelijke bureaus van de politieke partijen tekort. ,,Die houden zich vooral bezig met achtergrondstudies over maatschappelijke problemen. Ze zijn niet toegespitst op onderzoek naar bijvoorbeeld wetgeving.'' Kamerleden hebben er in hun dagelijkse praktijk als controleur van de regering dus weinig aan. ,,Onderwerpen als de Gaswet en de Elektriciteitswet verzandden daardoor te veel in debatten over de details. De Kamer miste het overzicht.''

Sommige Kamerleden proberen wel zelf extra informatie in te winnnen, maar zij komen dan noodgedwongen bij de departementen terecht. Van Wijnbergen haalt als voorbeeld Kamerlid Marjet van Zuijlen (PvdA) aan. ,,Zij had Economische Zaken in haar portefeuille, met mededinging, met de telecomsector. Daar werken alles bij elkaar honderden ambtenaren aan, en zij had één assistente, die voornamelijk secretarieel werk deed. Dan kun je als Kamerlid niet zo veel. En dus kwam Van Zuijlen regelmatig op EZ om informatie in te winnen over die onderwerpen.''

Van Zuijlen is hier slechts een metafoor voor de hele Kamer, wil Van Wijnbergen maar zeggen. ,,Als je als Kamerlid iets wilt weten over, zeg, het Belastingplan, dan moet je wel naar het ministerie van Financiën toe. Hoe groot acht je de kans dat je daar echt objectieve informatie krijgt als je op het departement van Willem Vermeend te rade moet gaan? Dat is geen bewuste keuze, ambtenaren stellen zich over het algemeen welwillend op. Maar als je bezig bent beleid te ontwikkelen, geloof je dat waar je mee bezig bent goed is. Het zou schizofreen zijn om dan andere informatie te geven aan derden. Unbiased information is onmogelijk, het blijft een grijs gebied.''

Uiteindelijk ondermijnt het gebrek aan objectieve informatie de kerntaak van de Tweede Kamer, namelijk die van controleur van de regering. ,,Als de Kamer voor haar informatie afhankelijk is van de beleidsmakers, kom je aan controle niet meer toen. De Kamer moet onafhankelijk informatie verzamelen en analyseren om de informatie van de departementen te toetsen zodat ze een vuist kunnen maken.''

,,Het budget voor de Kamer moet daarom radicaal worden verhoogd. Er zou, analoog aan het Amerikaanse systeem, een budgetsonderzoeksinstelling moeten komen. Daarnaast moeten de fracties zelf ook meer investeren in extra mensen'', zegt hij. ,,Het is wellicht wat on-Nederlands, maar we zouden eens om ons heen moeten kijken, hoe dat in andere landen gaat. Misschien is daar een balans te vinden waarbij de rol van de Kamer wel recht wordt aangedaan.''

    • Egbert Kalse