Bedrijfstak junks

Om negen uur 's ochtends en om één uur 's middags staat naast de schreierstoren aan het Amsterdamse IJ een klein bestelbusje. Het wacht een half uur en vertrekt dan weer. Meestal leeg. Want de Amsterdamse drugsgebruikers hebben de nieuwste service waarmee de Hulp voor Onbehuisden (HVO) en de verslavingskliniek Jellinek vorige week zijn begonnen, nog niet ontdekt.

Nu de politie na aanhoudende klachten van buurtbewoners op de Wallen strenger optreedt – junks die overlast veroorzaken krijgen een tijdelijk straatverbod – moet het busje de verslaafden naar hulpverlening brengen buiten de Wallen. Hoewel inmiddels vele tientallen verslaafden een zogeheten `dijkverbod' hebben gekregen, is het volgens een woordvoerder van de GG&GD geen wonder dat het geen storm loopt bij het busje. Verslaafden bereik je niet zo één twee drie met een nieuwe boodschap.

Honderden mensen houden zich in Amsterdam bezig met hulpverlening voor drugsverslaafden. Er zijn in de stad zeven gebruikersruimtes. Het aantal hulpverleningsinstanties op de Wallen alleen al is nauwelijks te tellen. Sinds januari hebben verslaafden ook een eigen `mentor' die medische zorg, dagbesteding, sociale uitkering, onderdak en een ruimte om drugs te gebruiken individueel regelt.

Maar om nu te zeggen dat de verslaafden blij zijn met wat er rond hen wordt georganiseerd, nee. Lees het laatste nummer van Spuit Elf, het kwartaalblad van de Belangenvereniging Druggebruikers MDHG. ,,De gezonheidszorg verslindt budgetten, benoemt functionarissen, ontwikkelt beleid, doet aanbevelingen, legt hier en daar het oor te luisteren en heeft geen vinger, maar z'n hele klauw in de pap'', schrijft de verongelijkte redacteur Wouter Wielick. De situatie is voor verslaafden de afgelopen 25 jaar alleen maar erger geworden, vindt hij. ,,Het nieuwe proletariaat wordt opgejaagd als ratten.''

Beleidsmakers kunnen op het gebied van de drugshulpverlening alleen verliezen. De doelgroep zelf verkeert niet in de omstandigheid om voor welk project dan ook enthousiasme op te brengen en buitenstaanders hebben altijd kritiek, omdat ze last hebben van de doelgroep.

Het woord `burgervader' is een cliché, maar de term illustreert wel de geringe manoeuvreerruimte die burgemeester Patijn heeft als eindverantwoordelijke voor de drugsproblemen in Amsterdam.

Vaders en moeders van drugsverslaafden klagen altijd over het feit dat zij hoe dan ook falen. Komen zij hun kinderen tegemoet, dan maken zij zich medeplichtig aan een verslaving en daarvoor worden ze niet bedankt. Wijzen zij hun kinderen de deur, dan zijn ze harteloos. Patijn heeft buurtbewoners op de Wallen onlangs geadviseerd om verslaafden geen koffie of broodjes meer te geven. Daar zal hij wel snel weer spijt van krijgen.

    • Daniela Hooghiemstra