Vreemd vaderland

Marokko heeft sinds een jaar een nieuwe, jonge koning – maar is er wat veranderd?

Hij brak met de dictatoriale stijl van zijn vader, maar de werkloosheid en het nepotisme zijn gebleven. `Een boer is hier meer dan een academicus. Hij kan immers van zijn oogst leven.'

Een striemend geluid klinkt door de luidspreker van de trein. `Gare du Skhirat' hoor ik tussen het krakende gebrom door. Het treinstation van Skhirat oogt nog als vanouds. Het heeft slechts één loket. De klok aan de muur loopt drie uur achter. Een tandeloze stationschef is verantwoordelijk voor het treinverkeer, hij is ook kaartverkoper. Erg druk heeft hij het niet, slechts drie keer per dag stopt hier een trein. Hij rent naar buiten, zet zijn witte spoorpetje op, en zwaait met een rode vlag heen en weer.

De lucht is vochtig en kleverig. Mijn lichaam plakt van het zweet. Het is diezelfde ondragelijke hitte als die van zaterdag 22 juli 1978. Toen vertrok ik, twaalf jaar oud, samen met mijn moeder en mijn jongste broer naar Nederland. Die dag zouden we als gezin herenigd worden. Mijn vader was in 1965 naar Nederland vertrokken, ons achterlatend in Skhirat, toen nog een paradijselijk dorpje aan zee. Toen hij ons drie maanden eerder het goede nieuws schreef, konden we ons geluk niet op. Mijn moeder kocht direct mooie kleren voor het vertrek. Ik vertelde het nieuws aan mijn leraar Arabisch. Hij sloot me voor de klas in de armen. Ik herinner me de mengeling van blijdschap en afgunst op sommige gezichten. Na afloop trakteerde ik mijn boezemvrienden op limonade en gebak in een winkel op de hoek.

Het afscheid van Mohammed, Jemal en Kacem viel me zwaar. We waren onafscheidelijk. We beloofden elkaar te schrijven.

Verlosser

Tweeëntwintig jaar later keer ik terug naar Skhirat als journalist. Nieuwsgierig naar het lot van mijn vrienden, maar ook om terug te blikken op het eerste jaar koningschap van de 36-jarige Mohammed VI, die op 30 juli vorig jaar zijn overleden vader Hassan II opvolgde. Hem heb ik als kind met de jetski langs het strand zien razen, om daarna te dollen met zijn vrienden. Hoe zal Mohammed VI omgaan met de erfenis van zijn vader?

Tot nu toe maakt hij een doortastende indruk. Hij lijkt te willen afrekenen met het dictatoriale imago van zijn vader. In hoog tempo haalt hij de bezem door de gecorrumpeerde makhzen, het verkalkte bureaucratische systeem. Zo ontsloeg hij onlangs de gehate minister van Binnenlandse Zaken Driss Basri. Die vormde Marokko de afgelopen 25 jaar om tot een politiestaat, waarin honderden tegenstanders van het regime verdwenen en de media werden gereduceerd tot kritiekloze spreekbuis van de machthebbers. Daarnaast bracht hij tientallen vooraanstaande lieden die zich de afgelopen periode schaamteloos hebben verrijkt, voor de rechter.

De extravagante rituelen rond het koningschap zijn door Mohammed flink versoberd. In de straten zie je vrijwel nergens een portret van de nieuwe koning, overdreven vlagvertoon blijft uit. Het geld voor het naderende troonfeest kan beter worden besteed aan de armen, verordonneerde Mohammed. En de bevolking? Die draagt Mohammed op handen. Velen zien in hem de verlosser die in staat is de problemen in het land daadkrachtig aan te pakken.

In Skhirat is van mijn ouderlijk huis niets meer over. Het heeft net als de omliggende huizen plaats moeten maken voor een honderd kilometer lange snelweg van Casablanca naar Rabat. De stad vind ik sterk veranderd. Er zijn veel nieuwe bewoners komen wonen, vooral boeren op zoek naar vruchtbare grond. Skhirat is van oudsher een agrarisch gebied. Inmiddels telt de stad dertigduizend inwoners.

Tegen het einde van de middag is het centrum drukker dan ik had verwacht. ,,Tomaten vier dirham'', zegt de een. ,,Tomaten drie dirham'', roept een ander. Het autoverkeer probeert de door paarden getrokken karossa's te omzeilen. Een stel kwajongens belaagt een dorpsgek. Westerse en Rai-muziek klinkt uit twee muziekkraampjes. Ik voel me bekeken.

Als een verdwaalde vreemdeling kijk ik om me heen. Een tik op mijn schouder. Verschrikt draai ik me om. Mohammed! We begroeten elkaar hartelijk. Secondenlang kijken we elkaar aan zonder een woord te wisselen. ,,Kom, laten we wat gaan drinken'', stelt hij voor. ,,De mensen ruiken op een afstand dat je hier nieuw bent: aan je kleding, je blik en je ziet er veel blanker uit dan wij. Zeker te weinig zon gehad.'' Lachend lopen we richting koffiehuis.

Nepotisme

Met Mohammed erbij lijkt alles weer vertrouwd. Vroeger keek ik tegen hem op om zijn leergierigheid. Hij blonk uit op school, leraren liepen met hem weg. Zijn ouders zijn arm, maar deden er alles aan om hun zoon te laten studeren. Zij wilden dat hij een betere toekomst kreeg én hen zou verlossen van het armoedige bestaan dat zij leiden.

Vijftien jaar geleden studeerde hij af als jurist. Sindsdien is hij werkloos en liepen alle pogingen om een baan te krijgen op niets uit. Thuis heeft hij meer dan tweehonderd afwijzingen op zijn sollicitatiebrieven liggen. Regelmatig postte hij met andere werkloze jongeren voor de poort van het koninklijk paleis van Skhirat om Mohammed VI, die toen nog kroonprins was, brieven te geven in de hoop dat hij hem aan een baan zou helpen. Elke brief nam prins Mohammed aan, telkens weer beloofde hij dat hij er werk van zou maken.

Mohammed steunt met zijn hoofd op beide handen. Hij is vijfendertig. Diepe lijnen ontsieren zijn gezicht. Hij haalt een sigaret uit de zak van zijn verschoten, rafelige broek. Nerveus slikt hij de rook in. ,,Hebben die verzoeken aan de koning nog wat opgeleverd'', vraag ik. Een cynische glimlach verschijnt op zijn gezicht: ,,Zou ik er zo sjofel bijlopen als ik een baan had? In dit land moet je over goede contacten beschikken wil je verder kunnen komen. Ik zie jongeren van mijn leeftijd die niet eens afgestudeerd zijn, maar wel een baan hebben. In Marokko telt of je over de juiste relaties beschikt en niet of je gekwalificeerd bent. Het nepotisme in dit land is wijdverbreid.''

Nog altijd verkeert Marokko in een diepe economische crisis. Het minimumloon ligt op duizend dirham, omgerekend tweehonderd gulden. Officieel is dertig procent van de bevolking werkloos en is de corruptie een algemeen verschijnsel geworden. Wie iets wil, zoals een baan, dient geld onder tafel door te schuiven. De tegenstellingen tussen arm en rijk zijn zichtbaarder dan ooit. De rijken in het land weten met staatssteun bedrijven op te zetten en enorme winsten te maken, zonder daarover een cent belasting te betalen.

Net als vele lotgenoten vertrok Mohammed vijf jaar geleden illegaal naar Italië om daar zijn geluk te beproeven. Voor zevenhonderd gulden kocht hij een vals visum. In Milaan aangekomen ging hij in bars en restaurants werken. Als hij werk had, verdiende hij vier gulden per dag. Slapen deed hij in een pension waar andere illegale immigranten zaten. ,,Het was een verschrikkelijke tijd. Ik werkte soms twaalf uur per dag voor een hongerloontje. Borden afwassen, de vloeren dweilen, ramen zemen. En als ik klaagde over het loon kon ik vertrekken. Er stonden andere illegale buitenlanders die voor minder wilden gaan werken. Ik voelde me voortdurend opgejaagd. Ik kon elk moment door de politie worden opgepakt en teruggestuurd. Na een paar maanden besloot ik terug te keren naar Marokko. Ik verkies liever de vernedering in mijn eigen land dan in een vreemd land.''

Vernederingen heeft Mohammed in Marokko vaak moeten ondergaan. Een jaar geleden nog. Hij stond met een honderdtal werkloze academici voor het Marokkaanse parlementsgebouw te demonstreren voor werk. De politie sloeg hem en zijn mededemonstranten bont en blauw. Nu nog kan hij met een voor een buitenstaander verbazingwekkende gelatenheid erover spreken. Alsof het hem niet deert. ,,Dit is nu eenmaal Marokko'', zegt hij nuchter. ,,Wij zijn de klappen van de knuppel gewend.'' Maar de droom van Mohammed om een gezin te stichten lijkt haast vervlogen. ,,Hoe moet ik mijn gezin onderhouden'', vraagt hij zich af.

Zo gelaten als Mohammed is geworden, zo opstandig is Jemal. Uit de twee mogelijkheden om in Marokko `carrière' te maken – het leger en het onderwijs – koos Jemal voor de laatste. Inmiddels is hij 36 jaar oud, getrouwd, en heeft hij twee kinderen. De bescheiden driekamerwoning die ze bewonen, ziet hij zelden. Voor een mager loon (vierhonderd gulden in de maand) is hij leraar in het zuidelijke Sous-gebied, zeshonderd kilometer van huis. Door zijn baard lijkt hij ouder dan hij is.

Met Jemal was ik als kind het best bevriend. Hij had altijd al een scherpe tong. De paar brieven die ik van hem kreeg, stonden vol revolutionaire taal. Jemal was overtuigd marxist. De Fransen zijn al sinds 1959 weg uit het land, maar volgens hem moet Marokko nog steeds bevrijd worden. De Marokkaanse bourgeoisie die na de onafhankelijkheid de sleutelposities innam, was geen haar beter dan de kolonialen. Jemal vond daarom iedere strijd geoorloofd om de macht aan het volk terug te geven. Het is een wonder dat de geheime dienst hem nooit heeft opgepakt wegens zijn opruiende uitspraken. Vooral zijn ouders maakten zich daar zorgen over. Misschien nam niemand hem ooit serieus.

Drie jaar geleden heeft hij nog geprobeerd in de gemeenteraad te komen. Iedereen was enthousiast over zijn kandidatuur. ,,In Skhirat wilde iedereen op mij stemmen, want ze wisten dat ik geen zakkenvuller was. Maar uiteindelijk stemden ze op een halve gare die hun stemmen had gekocht. Dat heet in Marokko democratie. Wat wil je: zestig procent van de bevolking is analfabeet. Geef de mensen een paar dirhams en ze verkopen hun moeder aan je.''

Maar, vraag ik hem, is het dan niet zijn taak als leraar om de jonge generatie politiek bewuster te maken? Jemal kijkt me ongelovig aan. ,,De jongeren zijn allang niet meer in het onderwijs geïnteresseerd. Ze denken: als ik afstudeer krijg ik toch geen baan.'' Bittere realiteit. ,,Een boer geniet hier meer aanzien dan iemand die is afgestudeerd'', gnuift hij. ,,Die kan immers van zijn oogst leven.''

Geweerschot

We passeren het koninklijke zomerverblijf in Skhirat, een paleisachtig complex dat zich over vijf kilometer langs de Atlantische kust uitstrekt. Villa's, omgeven door zwembaden, golfbanen, frisse grasvelden, klaterende fonteinen, geurende bloemen. Overal staan militairen. Ik denk aan die zaterdag 10 juli 1971, het was de verjaardag van koning Hassan. Net als alle andere kinderen draag ik mijn mooiste kleren. Ik heb me al weken verheugd op het feest. Wij kinderen rennen van het ene sportfestijn naar het andere. Op elk plein spelen muziekgroepen. Mensen klappen en dansen op de maat. Winkeliers hebben de rode vlag met groene ster kunstig rond de voorgevel gedrapeerd.

Plotseling klinkt een schot. Gevolgd door een tweede schot, een derde. Saluutschoten voor de koning? Maar het schieten gaat door. Mensen raken in paniek als militaire voertuigen de straten inrijden. ,,Het is oorlog'', schreeuwt iemand. ,,Wie is de vijand'', roept een ander.

Pas tegen het einde van de middag horen we dat zich achter de muren van het paleis een drama heeft afgespeeld. Militairen onder leiding van generaal Medbouh hebben geprobeerd een staatsgreep te plegen. Er zijn honderden slachtoffers gevallen, maar de koning kon op het nippertje ontkomen. `Leve de koning!' roepen toehoorders aarzelend als ze het nieuws vernemen. Twee dagen later wordt generaal Medbouh terechtgesteld. De tiende juli 1971 staat sindsdien te boek als `de slachtpartij van Skhirat'.

Als kind begreep ik er niets van. Wij kenden de koning alleen van de festiviteiten op televisie, waarbij hij zich in vol ornaat liet vereren en toejuichen. Hij manifesteerde zich als koning, religieus leider en als vader van de natie. Als geen ander wist hij die verschillende rollen voor het voetlicht te brengen – via het onderwijs, de media en zelfs op straat, want overal hing zijn foto.

Maar toen lag in één klap het beeld van de `geliefde koning' aan diggelen. Het maakte geleidelijk plaats voor dat van een alleenheerser die met ijzeren hand zijn stempel op de samenleving wist te drukken, 38 jaar lang. Jaren van corruptie en nepotisme, het verdwijnen van politieke tegenstanders en het monddood maken van elk kritisch geluid. Pas de laatste jaren van zijn leven liet koning Hassan II de teugels vieren. Er kwamen politieke gevangenen vrij en de linkse oppositie werd tot de regering toegelaten.

Ook Kacem, inmiddels 32, heeft zijn hoop gevestigd op de nieuwe koning. Samen met Jemal ontmoeten we de afgestudeerde econoom aan het strand. Met een karretje vol groente en fruit probeert hij een inkomen te verdienen dat net genoeg is voor zijn ouders, drie zussen en een broer waarmee hij een huis van golfplaat in een krottenwijk bewoont. Er is geen elektriciteit en geen water. Iedere ochtend om vijf uur, zeven dagen in de week staat Kacem op om inkopen te doen op de markt. Hij vult zijn kisten en vertrekt naar het strand, om om negen uur 's avonds weer terug te keren.

Kacem houdt zich vast aan de strohalm die de nieuwe koning biedt. ,,Ik kan ook bij de pakken neer gaan zitten'', zegt hij na tien jaar werkloosheid. ,,Maar wat schiet ik ermee op? Ik kan niet eeuwig wachten tot de overheid voor mij een baan vindt.'' Het typeert de houding van Kacem. Hij blijft hopen op betere tijden, misschien tegen beter weten in.

Mohammed, die zich inmiddels bij ons heeft gevoegd, is het duidelijk met hem oneens. ,,De overheid heeft de plicht om voor haar burgers te zorgen. Zeker voor die mensen die zich suf hebben gestudeerd en die nu noodgedwongen hun leven wagen in gammele bootjes om de oversteek naar Europa te maken.''

Jemal moet niets hebben van deze doelloze discussie. ,,Jij mag Allah op je blote knieën danken dat je in een welvarend, democratisch land woont'', voegt hij me toe.

Hoe zou het land over twintig jaar er uitzien, vraag ik me af. De situatie waarin Mohammed, Jemal, Kacem verkeren is exemplarisch voor miljoenen Marokkanen. Hoe zal het de bevolking vergaan die haar lot in handen legt van één man? Of de nieuwe vorst de hoge verwachtingen waar kan maken, valt nog te bezien. Een aalmoes voor de armen is geen antwoord op de enorme werkloosheid, abominabele gezondheidszorg, het analfabetisme en een inadequaat onderwijssysteem.

Zijn voornaamste vijand is de tijd – het geduld van de bevolking is niet eindeloos, en de hoge verwachtingen kunnen gemakkelijk omslaan in teleurstelling. Het is onzeker welke krachten loskomen door een vrijer politiek klimaat. Als de economische situatie niet verbetert, zal de nieuwe koning een harde dobber krijgen wil hij de geest van het islamisme in de fles kunnen houden. Als het hem ernst is met de democratisering van het land, zal hij niet kunnen terugvallen op de autoritaire methoden van zijn vader.

De zon verdwijnt achter de horizon, de eerste sterren twinkelen aarzelend en dan wordt de stilte verscheurd door motorgeraas. Grote Mercedessen en BMW's van rijkeluiskinderen en van Marokkanen die in Europa wonen. Ze laten hun koplampen schijnen op het plein. De bestuurders hangen hun gebruinde linkerarm uit het geopende raam. Sigaret nonchalant tussen de lippen, leren jasje achteloos op de achterbank, uitdagende house-muziek uit de autoradio.

Jemal kan het niet meer aanzien en wil vertrekken. Ik vertel mijn vrienden dat ik morgen als journalist de ceremonie van trouwbetuigingen aan de koning in het paleis van Rabat zal bijwonen. Jemal maakt een wegwerpgebaar. Bij het afscheid neemt Mohammed me apart en vraagt of ik een brief van hem op de een of andere manier bij de koning kan bezorgen.

    • Mustapha Oukbih