UMTS is blinde vlucht voor bedrijven

Na de prijzenslag om de UMTS-vergunningen voor mobiele telefonie, moeten de overwinnaars eerst nog bewijzen dat zij óók winstmakers zijn, meent Gunhild Lütge.

Weer zo'n krankzinnige hype, zoals we die tot dusverre alleen uit de wereld van internet kenden? Deze week bleken ondernemingen van naam 98,8 milard mark te hebben geboden (111 miljard gulden) voor een stuk lucht. Eerder had in Groot-Brittannië de veiling van de nieuwe mobiele-telefoonfrequenties al het bedrag van 22,5 miljard pond (81 miljard gulden) opgebracht. De Britse minister van Financiën was bijna de enige die daar niet van schrok, en nu heeft ook zijn Duitse collega Hans Eichel een heel ongewoon probleem: wat moet hij met al dat geld?

Voor de (on-)gelukkige bieders worden deze gigantische uitgaven een waar blok aan het been. Maar liever gehandicapt de race gelopen dan niet aan de start verschenen, moeten de bedrijven hebben gedacht toen zij besloten aan dit pokerspel mee te doen. Tenslotte zijn deze vergunningen de toegangsbewijzen tot een van de veelbelovende markten. Vooral de reeds gevestigde telecombedrijven moesten koste wat kost aan de veilingtafel plaatsnemen, want zonder nieuwe frequenties vallen zij in deze business vroeger of later uit de boot.

Alleen zij die een vergunning bemachtigen, kunnen nieuwe draadloze snelwegen aanleggen en verder uitbreiden. Maar het echte avontuur komt nog. Of de veilingwinnaars ook op de langere termijn tot de winnaars zullen behoren, staat nog te bezien. Eerst moeten zij namelijk nóg eens miljarden investeren in de uitbreiding van nieuwe netwerken, en compleet nieuwe diensten creëren. En de grote vraag is of de potentiële afnemers daar straks allemaal wel aan willen.

De telefoonmaatschappijen gaan ervan uit dat de huidige hausse in het mobiel bellen zal aanhouden. De techniek die eraan ten grondslag ligt is een ongekend succes geworden. Dat heeft de Europese aanbieders een geweldige impuls gegeven, want hun GSM, zoals de standaard heet, is ook buiten de oude wereld een topper.

Wereldwijd telefoneren thans zo'n 350 miljoen mensen mobiel. Alleen al in het eerste halfjaar van 2000 is het aantal GSM-gebruikers met 22 procent gestegen. Daarmee heeft de Europese standaard het hoogste aandeel in de markt van de digitale mobiele telefonie verworven, en de Amerikaanse concurrenten tot hun stomme verbazing ver achter zich gelaten. Dat wil nog niet zeggen dat de Europeanen deze voorsprong ook zullen kunnen vasthouden.

UMTS, zoals de nieuwe generatie mobiele telefonie heet, is namelijk een volstrekt nieuwe techniek. Wij zijn dus weer terug bij af. Wel heeft Europa nu uitgerekend een kans om munt te slaan uit een Amerikaanse vinding: internet.

De twee ontwikkelingen sluiten prachtig bij elkaar aan: UMTS maakt snelle levering van allerlei informatie-diensten via de mobiele telefoon mogelijk, en de netwereld ontsluit compleet nieuwe mogelijkheden voor informatie op maat en aantrekkelijke diensten. Je kunt het zo gek niet bedenken: met een mobiele telefoon draadloos surfen over het wereldwijde datanetwerk, beurskoersen opvragen, geld overboeken, kaartjes bestellen en betalen, e-mails ontvangen en sturen, muziek beluisteren, video's bekijken – met UMTS zullen alle mogelijke gegevens in een oogwenk naar kleine, praktische beeldschermen worden geparachuteerd. ,,Het samengaan van de twee hottest techniektrends komt eraan. En het epicentrum van deze revolutie ligt in de oude wereld,'' constateerde het Amerikaanse blad Business Week onlangs. De slapende telefoonreuzen van Europa zijn ontwaakt. Internetsterren als Yahoo en dergelijke mogen dan in de Verenigde Staten zitten, Europa en Azië liggen een stap voor op het gebied van netwerken, mobiele telefoons en amusementstechnologie.

Maar het kan nog fout lopen. De telefoonmaatschappijen beginnen namelijk aan een `blinde vlucht', menen de analisten van WestLB Panmure. De netexploitanten investeren vele miljarden zonder ook maar iets met zekerheid te kunnen zeggen over het gedrag van de consumenten en de mate waarin de nieuwe techniek zal aanslaan. De eerste twijfel rees al na de veiling in Groot-Brittannië, met als voornaamste vraag: wie zal dat betalen?

Duidelijk lijkt in elk geval dat de felle concurrentie het onmogelijk maakt dat de steeds maar dalende prijzen in de toekomst ooit weer zullen gaan stijgen. Dan zullen eerder de winsten slinken en de beurskoersen een duikeling maken. Sommige aanbieders zouden zelfs vroeg of laat het loodje kunnen leggen. Verscheidene analisten voorspellen al een `sterke druk tot consolidatie', zeg maar een overnamegolf.

Om erachter te komen wat particuliere en zakelijke klanten voor de nieuwe techniek over zouden hebben, hebben marktonderzoekers van Ericsson Consulting GmbH een jaar lang onderzoek verricht. Zij hebben voorspelbare ontwikkelingen geraamd op basis van al bestaande mobiele-telefoondiensten als SMS en WAP in Duitsland en i-mode in Japan, en met groepen particuliere en zakelijke gebruikers over hun wensen en ideeën gesproken. Een en ander heeft geresulteerd in een ,,grove schatting'' van de bedragen die de pioniers onder de consumenten bereid zouden zijn te betalen.

Tot 2005 voorspellen de onderzoekers van Ericsson alleen al in Duitsland 9,2 miljoen UMTS klanten. In 2007 zouden het er 17,6 miljoen zijn en in 2010 al bijna 35 miljoen. De meest verrassende uitkomst was wel dat, anders dan bij GSM, waarschijnlijk niet de zakelijke klanten het meest op de nieuwe techniek gebrand zullen zijn. In elk geval zullen al meteen bij het begin in 2002, zo meent Ericsson, gewone gebruikers met 60 procent de meerderheid van de UMTS-klanten uitmaken.

Zij zijn bereid om zo'n 25 mark abonnementsgeld per maand te betalen en daarnaast voor gesprekken nog eens 40 pfennig per minuut neer te tellen. Zij willen bovendien relatief veel tekst verzenden, acht plaatjes en een grafiek versturen, en slechts in beperkte mate muziek downloaden, maar wel 42 keer e-mailen en 17 keer netsurfen. Daarvoor willen zij dan maar 33 mark uitgeven; nuttige aanvullende diensten zijn hun daarnaast nog 10 mark waard. Samen met de abonnements- en gesprekstarieven komt dit voor particulieren uit op een maandelijkse rekening van 100 mark. Zakelijke klanten zouden een bedrag van 160 mark per maand acceptabel vinden.

Dat klinkt veelbelovend, maar men mag zich op deze cijfers niet blindstaren. Afhankelijk van de snelheid waarmee het aantal gebruikers in werkelijkheid groeit, moeten de netexploitanten rekening houden met ontstellende aanloopverliezen. Zij moeten het land overladen met vele duizenden nieuwe ontvangst- en zendstations. Dat verslindt al ettelijke miljarden. Bij gebrek aan geschikte vestigingspunten worden in dichtbevolkte gebieden zelfs nu al flatgebouwen van telefoonantennes voorzien. De strijd om een plek op het goede dak zal nu pas goed losbarsten. Netwerkbouwers als Ericsson, Siemens en Nokia staan allang op scherp. Hun orderportefeuilles zullen uitpuilen. En het mag paradoxaal klinken, maar juist omdat de investeringen zo hoog zijn, moeten de telefoonmaatschappijen de nieuwe infrastructuur in hoog tempo opzetten, om maar zo snel mogelijk klanten in het net te krijgen. Bovendien geldt de verplichting dat zij al in 2005 de helft van de bevolking moeten kunnen bereiken.

Intussen groeit de scepsis of zo'n uitbreidingsprogramma eigenlijk wel te realiseren valt. Want in 2002 moet UMTS niet alleen in Duitsland beginnen, maar ook in de rest van Europa. Dat betekent dat in de oude wereld tegelijkertijd misschien wel zestig netwerken moeten worden opgebouwd. Ter vergelijking: de afgelopen jaren zijn in Europa gemiddeld nooit meer dan vijf GSM-netwerken tegelijk opgebouwd. Maar ondanks alle zorgen hebben de Europeanen en de Japanners tenminste één voordeel tegenover de Verenigde Staten: zij zijn het – na lang heen en weer praten – eens geworden over de technische uitgangspunten voor de derde generatie mobiele telefonie. Al zal er dan niet, zoals oorspronkelijk werd gehoopt, één wereldstandaard komen, maar alleen één technische familie, in Europa en Azië is de weg tenminste vrij voor een massamarkt.

Gunhild Lütge is redacteur van Die Zeit.

©Die Zeit

    • Gunhild Lütge