Soustrot dirigeert met zwier en plezier

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest begint haar seizoen dit jaar niet op eigen terrein. Begin september reist het orkest voor een mini-tournee naar Londen, waar het in de Royal Albert Hall één concert speelt onder chef-dirigent Valery Gergjev en één concertante uitvoering verzorgt van Wagners Parsifal onder Sir Simon Rattle.

In Rotterdam begint het nieuwe jaar een beetje minder spectaculair. Onder Marc Soustrot, chef-dirigent van het Brabants Orkest, speelt het orkest een divers programma met werken van Franse componisten. Hetzelfde programma klonk gisteravond in de serie Robeco zomerconcerten van het Amsterdamse Concertgebouw.

De kracht van Marc Soustrot (Lyon, 1949) is tweeledig. Allereerst is er het onbedorven speelplezier dat hij uitstraalt, en ook op een orkest weet over te dragen. Daarnaast bezit Soustrot een zeldzaam elegante slagtechniek, waarmee hij gisteravond het geheel Franse programma op zwierige wijze vormgaf.

Frans repertoire is Soustrots specialiteit, en de gespeelde werken van Berlioz, Saint-Saëns, Gounod en Ravel boden naast een afwisselende kijk op een krappe eeuw Franse muziekgeschiedenis, een heldere blik op de kwaliteiten van alle instrumentgroepen van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Exuberant schallend koper en een stralende strijkersklank maakten van Berlioz' Ouverture Le Carnaval Romain een uitbundige opmaat tot Saint-Saëns Tweede Pianoconcert, met de eveneens Franse pianiste Cécile Ousset als soliste. Ousset vertolkte Saint-Saëns wijd uitwaaierende virtuositeiten met een nadrukkelijke aanslag, die nergens een klaterende vingervlugheid in de weg stond.

Warm gonsde de weemoed in Andante Sostenuto en onder Soustrots cirkelende vlinderslag werd ook de vrolijk pompende boerendans tot een feest van muzikale vitaliteit.

De opzet van het vierledige programma bleek aangenaam curieus doordat Gounods Petite Symphonie voor blazersnonet als kamermuzikaal rustpunt voorafging aan Ravels tweede suite uit het ballet Daphnis et Chloé. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest bezit een uitstekende blazerssectie, die aan beide werken veelkleurig invulling gaf. In Gounods zelden uitgevoerde mini-symfonie klonken koraalachtige passages naast springerige, canonische zijsporen, die door Soustrot - hier zonder stok en zonder bok - steeds met vlugge, haast dansende pasjes en handwenken werden gestroomlijnd.

Ter contrast kregen ook de groots en meeslepende natuurevocaties waarmee Ravels muziek bij Daphnis et Chloé begint, hier overdonderend en goed gedoseerd gestalte. Een iets eigenzinniger weergave van de structuur zou de sprookjesachtigheid van het werk misschien nog hebben kunnen vergroten. Maar veel belangrijker is dat Soustrots werkwijze een zowel zichtbaar als hoorbaar harmonieuze weerklank vond bij het orkest, zodat het nieuwe seizoen in Rotterdam op ongedwongen muzikale wijze kan worden ingeluid.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Soustrot m.m.v. Cécile Ousset (piano). Programma met werken van Berlioz, Saint-Saëns, Gounod en Ravel. Gehoord: 18/9 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 8/9, De Doelen, Rotterdam.

    • Mischa Spel