`Shakespeare zou tragedie Korea niet aankunnen'

Koreaanse families namen gisteren afscheid na de eerste ontmoeting in vijftig jaar. Het emotionele weerzien wekte aan beide kanten van de grens verlangen naar meer.

Tranen en omhelzingen besloten gisteren het vierdaagse hereniging van familieleden uit Noord en Zuid-Korea die elkaar vijftig jaar niet hadden gezien. ,,Ga niet, ga niet'', snikte de 86-jarige Kim Bong-ja vanuit haar rolstoel terwijl haar 66-jarige zoon Ri Young-su uit het communistische Noord-Korea haar uitzwaaide. ,,Maar we hebben elkaar ten minste nog ontmoet, hè moeder?'' zei de zoon in tranen. Hij stapte in de bus naar het vliegveld Kimpo in Seoul en stak zijn armen uit het raampje. De familie uit Zuid-Koreaanse familie reikte naar zijn hand en hief een lied aan dat populair is aan beide kanten van de streng bewaakte grens: ,,Onze wens is eenwording.''

Sinds de historische topontmoeting tussen de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il begin juni, vermenigvuldigen zich de tekenen van verzoening tussen beide Korea's. Spoorlijnen werden heropend, en gisteren maakte Zuid-Korea bekend begin september 62 veroordeelde Noord-Koreaanse spionnen naar huis te sturen.

De familie-uitwisseling van deze week – de tweede pas sinds 1953 – was het voorlopige hoogtepunt. Honderd Noord-Koreanen vlogen naar Seoul, honderd Zuid-Koreanen naar Pyongyang. De meesten bejaard, de meesten ook in de vaste overtuiging dat deze ontmoeting de laatste zou zijn in hun leven. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il beloofde vorige week meer familiebezoeken in september en oktober. Maar daarvoor komen ongetwijfeld andere families in aanmerking. De oorlog scheidde duizenden Koreanen, die nu allen bejaard zijn en haast hebben hun familie nog eenmaal te zien.

Voor sommigen bracht de uitwisseling pijnlijk het contrast aan het licht tussen het democratische en economisch dynamische Zuid-Korea en het arme communistische Noord-Korea. ,,Ik was blij mijn dochter te zien. Maar ik voelde me ook ongemakkelijk'', vertelde Roh-Bum-suk, een Zuid-Koreaan van 76 na terugkeer uit Noord-Korea. ,,Ze zei steeds maar dat het goed ging. Maar ze droeg verlopen kleren.''

De Zuid-Koreanen hadden de bezoekers gekozen door een loting onder de oudste kandidaten, de Noord-Koreanen waren merendeels prominente burgers. Bij aankomst in Seoul droegen zij buttons van leider Kim Jong-il. Na de ontmoeting met zijn 95-jarige moeder richtte de Noord-Koreaanse toneelschrijver Cho Jung-young zich eerst tot de pers met een voorgelezen lofrede op Kim Jong-il. Pas daarna verklaarde hij: ,,Zelfs Shakespeare zou, als hij nog leefde, het niet kunnen verdragen te schrijven over de menselijke tragedie van het Koreaanse volk.''

De Zuid-Koreanen hadden van hun regering instructies gekregen over de cadeaus waarmee zij hun familieleden wilden overladen: niets met een Engels opschrift en geen luxe-artikelen. Wel dagelijkse benodigdheden als kleding en voedsel. Na vier dagen weerzien ontwikkelden de Zuid-Koreanen een voorkeur voor iets anders: mobiele telefoons om door te kunnen te praten tot vlak voor het opstijgen van het vliegtuig.