Prostitutiebeleid

In de krant van 15 augustus stelt de jurist De Korte dat gemeenten juridisch over de schreef gaan als zij geen bordelen toestaan. Zij zouden zelfs het illegale circuit stimuleren. Daarbij wordt verwezen naar `Katwijk en enkele dorpen op de Veluwe' alwaar `christelijke motieven' aan het beleid ten grondslag zouden liggen.

Deze analyse is veel te kort door de bocht. Het probleem is veel breder. Tientallen gemeenten kennen op dit moment geen enkele vorm van in de openbaarheid bedreven prostitutie. Er zijn geen vensters met rode lampjes en ook geen herkenbare sekshuizen. Veel gemeentebesturen willen dit graag zo houden. Daarvoor gelden verschillende motieven: prostitutie trekt rottigheid aan, ook al is het legaal.

Onder de nieuwe wetgeving wordt elke gemeente geacht een plek te reserveren waar zich een seksbedrijf kan vestigen. De verwachting is dat dit gebaar zijn eigen vraag en aanbod schept. Je hoeft bepaald geen bevindelijke christen te wezen om daar tegen te zijn. Een bordeelgebod in plaats van een verbod. Het gevolg is dat gemeentebesturen zoeken naar een nooduitgang. Gemeenteraden met een christelijke meerderheid kiezen voor een principiële afwijzing. Zij gaan de juridische strijd aan en worden straks geconfonteerd met een rechterlijke uitspraak die zij zullen opvolgen. Het geweten is gesust. Pragmatisch ingestelde raden zoeken het in het aanwijzen van onappetijtelijke afwerkplekken waar geen mens wil komen en die voor exploitanten niet interessant zijn. Welke strategie het meeste succes heeft zal nog moeten blijken.

De Korte beticht gemeenten die geen prosititutie wensen ervan dat zij het illegale circuit versterken. Dus: de georganiseerde criminaliteit krijgt nieuwe kansen. Dat is een belerend praatje zonder harde argumentatie. Hij had zijn deskundigheid beter kunnen aanwenden om aan te geven hoe kleinere gemeenten op maatschappelijk verantwoorde wijze met het prostitutiebeleid kunnen omgaan.

    • Wiert Wiertsema