Op fluweel

Twee briefschrijvers zitten op fluweel, geven ze zelf toe. Maar dat maakt hun zorgen er niet minder om. Is het dan toch zo dat je meer tobt, naarmate je meer bezit? Of kan je ook andere conclusies trekken? Jazeker.

Meer dan eens blijkt dat het met de financiën (heel) goed zit, maar dat mensen niet goed weten wat ze met de rest van hun leven aan moeten, ze varen zonder kompas. Die onzekerheid verschuiven ze dan onbewust naar hun geldzaken, om zo belangrijke beslissingen ten dele over te laten aan anderen.

Zo liggen ze wakker van hun (toekomstige) pensioen, terwijl dat de lasten zal blijven overtreffen. Ze maken zich druk om het behalen van een onnodig hoog rendement op de beurs, over het slim spreiden van hun vermogen (asset mix). Of ze zijn naarstig in de weer om de belasting een poot(je) uit te draaien, via zelf bedachte doolhofachtige constructies, die voor de fiscus zo doorzichtig als kristal zijn.

Daarom verzuchten echte planners dat hun werk vaak meer te maken heeft met de psychologie en emoties van hun cliënten, dan met rekenen en kennis. Waaruit volgt dat kille computerprogramma's en kleurige internetsites beperkte hulpmiddelen zijn voor een degelijke planning. Planning begint met een duidelijke formulering van iemands eisen, doelen en (vrome) wensen, anders wordt het een knoeiboel. Terug naar de twee op fluweel zitters.

Een van hen, alleenstaand, zit vlak voor zijn pensioen, dat ongeveer uitkomt op 125 duizend gulden welvaartsvast, inclusief AOW. Hij woont in een huis van 1,2 miljoen gulden met een tuin ter grootte van een half voetbalveld, bezwaard met een hypotheek van een half miljoen. Verder geen beleggingen. Zijn bank nodigde hem onlangs uit om te komen praten over het nieuwe belastingsysteem (IB2001). Meneer kreeg deze raad.

Verkoop het huis en los de hypotheek af. Opbrengst 700 duizend gulden netto. Koop een ander huis van een miljoen en verstrek er een hypotheek van zeg 800 duizend gulden op. Zo blijft er een te beleggen bedrag van 500 duizend gulden over. Dat valt in IB2001-box 3 en vergt een jaarlijkse heffing van 1,2 procent of 6.000 gulden, even los van de vrijstellingen.

Met die half miljoen gulden kunt u minstens een rendement van 6 procent halen, opperde de bankman. Ofwel 30 duizend gulden. Minus die 6.000 gulden heffing levert deze huizenswitch en een hoger hypotheek per jaar een 24 duizend gulden (30.000 minus 6.000) hoger belastingvrij inkomen op. Reken je rijk! Kassa voor de bank, ook. Wie bezwijkt er voor zo'n voorstel? Meneer, althans bijna.

Hij gaat bij dit verleidelijke voorstel een doel zoeken, de omgekeerde weg dus. `Omdat het onderhoud van mijn schitterende tuin aan de rand van een natuurgebied mij steeds zwaarder valt, kijk ik al langer uit naar iets anders. Hoewel ik die prachtige plek eigenlijk niet kan missen.'

Wat is wijsheid?, vraagt hij. Antwoord: blijf zitten waar je zit en huur een tuinman. Komt tijd, komt raad.

De tweede lezer verzilverde zijn bedrijfsopties en houdt daar vier miljoen gulden aan over. Daarom stopt hij nu met werken, besmet door het leuke dingen-virus. Maar die vloedgolf aan geld: hoe dam je die in? Je gaat doelen bedenken en nieuwe risico's analyseren. Nou hadden hij en zijn gezin de zaken al goed op orde, dus wat moet je nog meer? Dit willen ze.

De kinderen krijgen jaarlijks flinke, maar belaste schenkingen. Naar goede doelen gaat 50 duizend per jaar. Meneer schenkt zijn vrouw 40 duizend gulden per jaar. Ze zijn niet getrouwd in gemeenschap van goederen. De hypotheek (op mevrouws naam) wordt afgelost. En dan leeft er de wens om een nieuw, groter en mooier huis te kopen van 1,5 miljoen gulden, want dat kan bruin nu trekken.

De rest van het geld beleggen zij volgens deze verdeling (asset mix): 60 procent aandelen, 5 procent vastgoed, 25 procent obligaties en 10 procent contant geld (liquide). Hoe doe je dat? Door alles in plukjes van een paar ton te verdelen over twintig verschillende beleggingsfondsen. Twintig? Ja! Lijkt dit ergens op, vraagt de kersverse miljonair?

Nee, helaas. Begin bij het begin: woonruimte, oudedag en belastingen. Vergeet voorlopig die goede doelen, de kinderen en die asset mix. Zet de huwelijkse voorwaarden om in een huwelijksgemeenschap, waardoor mevrouw in een klap en belastingvrij beschikt over de helft van het familievermogen van circa 5 miljoen gulden. Vlug, veilig en voordelig, maar meneer moet het wel wíllen. Pas de testamenten aan!

Zet twee miljoen op een spaarrekening voor een koophuis, inrichting en kosten. Verstrek geen hypotheek, waardoor die twee miljoen van de belaste box 3 (IB2001) verhuist naar box 1.

Bereken hoeveel er jaarlijks nodig is wanneer meneer (bijna 50 jaar) nooit meer (betaald) gaat werken. Reken dat om naar één bedrag (circa 1,5 miljoen gulden) en stop dit in een nader te bepalen obligatiefonds. Zo ontstaat er een natuurlijke asset mix afgeleid van je persoonlijke behoeften, geen door een bank bedachte standaard. Tot zover een alternatieve aanpak, in grote lijnen.

    • Adriaan Hiele