OLYMPISCH ZWEET

Taekwondo is schaken met handen en voeten. Daar weet Mirjam Muskens (33) alles van. In Sydney staat de vechtsport voor het eerst op het olympisch programma. Nederland vaardigt twee deelnemers af: Muskens en Virginia Lourens. Voor beiden geldt dat zij, bij gebrek aan vrouwelijke opponenten, in eigen land vooral met mannen trainen. Muskens komt uit in de categorie tot 67 kilogram. In die gewichtsklasse zijn haar mannelijke collega's doorgaans sneller met hun reflexen. Bovendien maken zij gebruik van trap- en stoottechnieken die in het vrouwentaekwondo zelden voorkomen. Mannen met eenzelfde reactiesnelheid zijn daarentegen weer sterker en zwaarder. Maar Muskens heeft weinig keus. Met als gevolg dat in haar trainingen weinig situaties voorkomen waarmee ze in een wedstrijd wordt geconfronteerd. Voor lijf-aan-lijf-gevechten met gelijkwaardige tegenstanders is de vice-wereldkampioene aangewezen op oefenstages in het buitenland. Een voordeel van het trainen met mannen is dat Muskens zwaar op de proef wordt gesteld. Goed voor de mentale weerbaarheid. Het is haar belangrijkste wapen in de strijd met concurrentes die, omdat ze al op jonge leeftijd ingewijd zijn in de geheimen van de voet (tae)-vuist (kwon)-methode (do), over een betere techniek beschikken. Muskens kwam op haar achttiende in aanraking met taekwondo. Dat nadeel speelt geen rol, zegt Muskens. Want `Sydney' wordt vooral een mentaal gevecht.

Aflevering zeven van een serie over Nederlandse sporters op weg naar de Olympische Spelen.

    • Mark Hoogstad