Niemand weet nog wat een redelijke prijs voor olie is

In theater-vormige pits vindt de handel in olie plaats. De prijzen fluctueren hevig. Vroeger was 18 dollar normaal, nu gaat Brent voor 30 dollar per vat. ,,De prijzen voorspellen is een hachelijke zaak''.

Londen, vrijdagmorgen 10.02 uur. De pit voor Brent gaat open. Twee minuten nadat Singapore sluit. De handelaren in de pit ogen kalm, bijna lusteloos, alsof routine hun tempo bepaalt. Verveeld volgen ze op het elektronische scherm de prijs. Opeens is er onrust. Er is beweging in de prijs. De handelaren schreeuwen: de een wil nu kopen, de ander verkopen. Negen minuten en 37 seconden later zijn er 1.210 lots verhandeld, ruim 1,2 miljoen vaten olie.

Dit is de International Petroleum Exchange, gevestigd aan de St Katherine's Docks tegenover de Tower, waar in termijncontracten voor Brent wordt gehandeld – ruwe olie uit de Noordzee. De theatervormige pit is maar klein, hooguit zes meter doorsnee, zo goed als de ruimte waarin het allemaal gebeurt niet groot is. Toch wordt de handel hier online op tienduizenden terminals over de hele wereld gevolgd. Dagelijks – van twee over tien 's morgens tot kwart over acht 's avonds lokale tijd – verhandelt men hier het equivalent van de mondiale dagconsumptie: zo'n 80 miljoen vaten olie van 159 liter: 12.720.000.000 liter olie.

Olie is hot. De prijzen fluctueren hevig. Hier handelt men om zich tegen prijsfluctuaties in te dekken. In maandcontracten. De prijzen op de termijnmarkten zijn voor de fysieke oliemarkt maatgevend. En Brent is een benchmark, naast die voor West-Texas in New York – waar twee keer de mondiale dagconsumptie wordt verhandeld. Om 10.23.28 uur staat de prijs voor Brent, levering in oktober, op 30,63 dollar per vat, iets hoger dan de slotprijs van donderdag. Ver boven de 25 dollar die als redelijk geldt – die de Opec zegt redelijk te vinden. Maar wat is een redelijke olieprijs? Een paar jaar geleden vond Opec 18 dollar normaal, vond iedereen dat. Nu praat niemand meer over 18 dollar.

Robert Mabro, directeur van het Oxford Institute for Energy Studies: ,,De prijs van olie voorspellen is een hachelijke zaak''. In zijn kamer in Oxford vertelt hij hoe ruim twee jaar geleden de olieprijzen begonnen te dalen. De Opec had de productie verhoogd (voor analisten nog altijd een niet te doorgronden raadsel). Het was crisis in Azië. Voor Opec was de prijserosie het sein de productie in te krimpen. Maar er gebeurde niet wat Opec hoopte: de prijzen bleven dalen. Het oliekartel - verantwoordelijk voor eenderde van de wereldproductie - besloot opnieuw tot een productievermindering. Weer bleef de prijsstijging uit, de prijzen daalden nog verder. Tot onder de 10 dollar per vat.

,,De krimp was onvoldoende, constateerden de deskundigen.'' Mabro vertelt het vrolijk, terwijl de bezoeker onwillekeurig naar de foto's achter hem kijkt. Mabro die de hand schudt van koning Hoessein, Mabro die de hand schudt van Hillary Clinton. Pas een derde productievermindering door Opec deed de prijzen stijgen, zegt hij. En hoe! Mabro: ,,Het zou wel twee jaar duren voordat de prijs op 18 dollar zou staan, voorspelden de deskundigen. Het gebeurde in nog geen half jaar tijd.'' De Azi"e-crisis was voorbij, Amerika boomde en de prijzen bleven stijgen: explosief. Tot meer dan 30 dollar begin dit jaar.

Deze excessieve prijsstijging van ruwe olie zette een reeks gebeurtenissen in gang met mogelijk dramatische gevolgen voor de hele wereldeconomie. Het begon bij de raffinaderijen in de Verenigde Staten. Die besloten minder olie in te slaan en minder olie te raffineren tot benzine. Door de dure olie waren hun marges negatief geworden. De termijnmarkten (IPE in Londen en Nymex in New York - Singapore telt amper mee) beloofden een prijsdaling, dus de raffinaderijen wachtten liever met olie kopen. Het gevolg was een acuut benzinetekort in de VS.

Daar kwam nog een ongelukkig getimede milieumaatregel bij, die grote stedelijke gebieden dwong een milieuvriendelijke benzine in te voeren waarvoor de oliemaatschappijen niet klaar waren. Gewoonlijk compenseren de VS hun benzinetekort met invoer van benzine uit Europa. Maar in Europa waren om dezelfde reden de benzinevoorraden geslonken. Bovendien kon Europa, waar men andere milieunormen toepast, de Amerikaanse milieuvriendelijke benzine niet leveren. De benzineprijs schoot wereldwijd omhoog. De explosieve olieprijsstijging had via een omweg een explosieve benzineprijsstijging teweeg gebracht. Eerst was Opec de driver achter de olieprijsstijging, nu werd de Amerikaanse benzinemarkt dat. De prijsexplosie van benzine deed ook de marges exploderen. Van de weeromstuit draaiden de raffinaderijen op volle capaciteit: om benzine te maken, benzine waaraan ze nu wel goed verdienden.

Peter A. Gignoux, olie-expert bij Salomon Smith Barney in Londen: ,,Het kon ze opeens niets meer schelen wat ze voor ruwe olie moesten betalen, zolang ze maar benzine verkochten en per vat ruwe olie 9 tot 10 dollar winst konden maken. Of ze nu 10, 20 of 40 dollar per vat zouden moeten betalen, het maakte ze niet uit. Dat hield de olieprijs hoog'' Omstreeks deze zomer was de benzinecrisis in de VS verleden tijd. Maar de volgende crisis was in de VS in de maak: bij huisbrandolie. De raffinagecapaciteit was voor benzine gebruikt, niet voor huisbrandolie. Na de voorraden benzine waren nu de voorraden huisbrandolie geslonken, onheilspellend geslonken.

In de oliewereld, waar oliedeskundigen er gewoonlijk voor terugschrikken krasse uitspraken te doen, is men het over één ding eens: als er een strenge winter in de VS komt en de vraag naar huisbrandolie sterk toeneemt, breekt er een nieuwe crisis uit, maar dit maal ernstiger dan bij benzine, omdat de voorraden bij huisbrandolie nog geringer zijn.

Peter Gignoux: ,,Een gewone winter is een probleem, een strenge winter een crisis; je hoopt eigenlijk dat er helemaal geen winter komt''. Intussen hebben twee productieverhogingen van Opec dit jaar de prijzen niet structureel doen dalen. ,,Nog almaar wordt er in de wereld te weinig ruwe olie geproduceerd, zodat ook de voorraden ruwe olie niet op peil zijn, maar aanzienlijk geslonken. De crisis bij de huisbrandolie kan door het gebrek aan ruwe olie worden aangewakkerd'', zegt dr. Leonidas P.Drollas, oilwatcher en werkzaam bij het Centre for Global Energy Studies in Londen. Als er in de VS een strenge winter komt, houdt hij een olieprijs van 40 dollar per vat voor mogelijk. ,,Dan heb je een wereldrecessie''.

Dan zijn er nog extra risico's die de kans op een recessie niet kleiner maken. Atoomcentrales die in de VS in onderhoud gaan, raffinaderijen. Zo goed als de benzinecrisis in de VS werd verhevigd door de breuk in twee vitale oliepijpleidingen.

En ten slotte is er Irak. Gignoux: ,,Als Saddam Hoessein de Iraakse export langzaam verlaagt, kan Saoedi Arabië, het enige Opec-land met een substantiële overcapaciteit, dat makkelijk aanvullen. Maar als Saddam zegt: ik heb genoeg van dat VN-embargo, en hij halveert de Irakse export, dan stijgen de prijzen naar 40 dollar. Saddam weet dat hij die macht heeft. De VS weten dat ook. Het is gevaarlijk. Hij zal zijn buren niet bedreigen, maar hij heeft een potentieel economisch wapen tegen de rest van de wereld. Ik houd er rekening mee dat hij een presidentskandidaat of de nieuwe president nog in verlegenheid zal brengen.''

Robert Mabro moet om de Iraakse dreiging lachen. Dictators, zegt hij, leven van angst en geld, angst onder het volk, en geld om degenen te betalen die de angst onder het volk er in houden. Saddam zou zelfmoord plegen als hij zijn olie-inkomsten halveert.

Terugkijkend op de benzinecrisis in de VS zegt Mabro dat de prijsexplosie een extra aanbod van sweet crude uitlokte. De raffinaderijen waren voor deze duurdere, lichte olie die een hogere marge oplevert, graag bereid te betalen. Maar Opec produceert deze olie niet. Opec produceert sour crude, zware olie. De enkele Opec-leden die wel sweet produceren zaten aan de grens van hun capaciteit.

De prijs van sweet crude die almaar steeg nam wel die van sour crude op sleeptouw. Mabro: ,,Bill Richard (de Amerikaanse minister van energie, red.) riep ach en wee, er is een tekort aan ruwe olie. Opec doe wat. Maar hij begrijpt van olie minder dan mijn dochter.'' De uitspraak van Saoedie Arabië begin vorige maand om op eigen houtje extra olie te produceren, zware olie, maakte dan ook feitelijk niets uit. Later kon het zeggen dat het geen kopers kon vinden.

Oilwatcher Leonidas P. Drollas (een Griek, zoals Mabro Egyptenaar is) heeft voor de 200.000 vaten die Saoedi-Arabië alsnog extra per dag produceerde (in plaats van de extra beloofde 500.000) een meer huiselijke verklaring. Wegens de zomerse hitte en de omzetting van zout in zoet water produceert het land in de zomermaanden altijd meer - voor eigen verbruik. De enige uitwerking die de aankondiging van de Saoediërs had was boosheid in de Opec-gelederen. Gespeelde boosheid? De termjnmarkten namen de toezegging van de Saoediërs ernstig - zoals ze elke snipper nieuws ernstig nemen. De olieprijs daalde prompt een paar dollar. Om al gauw weer boven de 30 dollar uit te komen.

Verwacht Mabro, de alom gerespecteerde olie-expert, wegens het tekort aan huisbrandolie in de VS een wereldwijde oliecrisis en zelfs een mondiale recessie?

Mabro - techniek gestudeerd in Alexandrië, filosofie in Parijs en economie in Londen - gelooft er helemaal niets van. ,,Tenzij er ergens een revolutie uitbreekt, voorzie ik geen prijsstijging tot 40 of 50 of zelfs 60 dollar. Het antwoord is categorisch nee. In zekere mate wordt de prijs door fysieke vraag en aanbod bepaald, maar niet fundamenteel. Wat de prijs bepaalt is de mening van de handelaar op de termijnmarkten, handelaren die door animal spirits worden gedreven. Dat kunnen speculanten zijn (veruit in de minderheid), dat kunnen hedgers zijn.

Alle dingen die niet tastbaar zijn zoals futures, spreads, derivaten - al die financiële gadgets - bepalen de prijs. Op een gewone markt is er tussen vraag en aanbod interactie, maar op de oliemarkt is die er tussen koper en verkoper niet. Goed, er is een boel interactie, maar niet over de prijs. Daarom is olie zo'n eigenaardig product, de prijs ervan wordt elders bepaald.''