LERAREN 3

Er is veel mis in de wereld, zeker in het onderwijs en zeker ook met de vernieuwde tweede fase van het voortgezet onderwijs. Maar Verkerke maakt het wel heel erg bont in zijn brief (`Leraren 2', W&O 12 augustus), waarin hij uitlegt waarom hij zijn leerlingen al vijftien jaar niet meer aanbeveelt leraar te worden en waarom het in de tweede fase nòg moeilijker wordt om enthousiast te zijn voor het leraarsvak. Het is prima om de boel te kraken, maar dan graag waarheidsgetrouw.

Verkerke schrijft over `deskundigen die nimmer voor de klas hebben gestaan'. Wel, ik heb het afgelopen jaar (voor het schrijven van een boekje over de geschiedenis van de tweede fase) een hele trits onderwijsbobo's gesproken. Er is er niet één die níét voor de klas heeft gestaan. Verder schrijft Verkerke dat `de leerling wordt geacht 2/3 deel van de beschikbare tijd zelfstandig 'vaardigheden op te doen''. Nergens zal Verkerke dit getal van 2/3 kunnen vinden. Als zijn schooldirectie beslist heeft 2/3 van de tijd aan zelfstandig werk te besteden, dan heeft Verkerke een heel slechte directie.

Verkerke hoont ook de `o zo knusse mediatheek waar de toekomstige studenten massaal achter de computerschermen hun tijd zitten te verdoen'. Dat de invoering van de vernieuwde tweede fase samenvalt met de grootscheepse introductie van schoolcomputers is puur toeval. Ondoordacht worden op veel scholen leerlingen daar neergepoot, ondoordacht onder andere omdat er geen fatsoenlijke onderwijssoftware is.

``Voor een bevlogen leraar met een boeiend verhaal is in dit systeem geen plaats meer.'' Waar haalt Verkerke dit vandaan? Natuurlijk moeten de boeiende verhalen blijven. Zes schooluren achter elkaar boeiende verhalen, dat is niet zo erg boeiend, hebben we de laatste tijd ontdekt. Dat kan Verkerke zelf zien, als hij z'n klas inkijkt.

De vernieuwde tweede fase veroorzaakt veel reële problemen, ten koste van Verkerke en zijn collega's. Maar laten we de oorzaken goed analyseren. De leerlingen moeten circa 25% meer leren dan vroeger en dat zet ook de leraren onder tijdsdruk. Zij moeten het de kinderen 25% sneller leren. Ten gevolge van de profielstructuur zijn verder vakken opgesplitst, waardoor vooral op scholen met een traditioneel jaarrooster leraren hun leerlingen met veel te geringe frequentie in de klas hebben. Ten derde is er veel propaganda (geen wetgeving) voor `zelfstandig leren' en er zijn goede argumenten voor. In veel vakken bestaat tot dusverre geen traditie van zelfstandigheid en het gebrek aan ervaring breekt de docenten op (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de tekenleraar die niet anders weet). En ten vierde is de regelgeving over vaardigheidsonderwijs (sinds de laatste wijzigingen van Adelmund, wat mij betreft helaas) zo minimaal, dat in sommige vakken, bijvoorbeeld natuur- en scheikunde, minder aan vaardigheden wordt gedaan dan voor invoering van de vernieuwde tweede fase.