Korthals moet uitleg geven over infiltrant

Minister Korthals van Justitie moet de Tweede Kamer opheldering verschaffen over de inzet van een criminele burgerinfiltrant in een groot hasjonderzoek.

Deze week werd bekend dat het Amsterdamse openbaar ministerie tot twee keer toe een 47-jarige Nieuw-Zeelandse hasjhandelaar heeft ingeschakeld om de 48-jarige van grootschalige hasjhandel verdachte Nederlander Anthony H. te kunnen oppakken. Het inzetten van infiltranten is sinds de IRT-affaire verboden.

De Kamerleden Kalsbeek (PvdA) en Rouvoet (RPF), voorzitter en vice-voorzitter van de commissie die vorig jaar het justitiewerk onderzocht, vragen Korthals of hij zich ,,de ondubbelzinnige afwijzing van criminele burgerinfiltratie als opsporingsmethode herinnert''.

Minister Korthals raakte eind 1998 in politieke moeilijkheden toen bekend werd dat hij toestemming had gegeven voor criminele infiltratie. Dat blijkt nu om deze zaak te zijn gegaan. De bewindsman verweerde zich toen door te zeggen dat hij op vakantie was toen toestemming werd gegeven. In maart van dit jaar blijkt de Nieuw-Zeelander opnieuw te zijn ingezet op verzoek van het OM in Amsterdam. De hoogste baas van het landelijk OM, De Wijkerslooth, gaf hiervoor toestemming, maar de minister werd niet geraadpleegd. Volgens het OM was hier geen sprake van infiltratie maar een ,,lokvogelactie''.

Rouvoet noemt dit een woordspelletje. Volgens hem had de minister wel degelijk geconsulteerd moeten worden over de inzet van de infiltrant.

De vermeende hasjhandelaar Anthony H. is volgens justitie een van de grootste drugshandelaren van Nederland. Hij was al sinds 1993 voortvluchtig en er was justitie dan ook veel aan gelegen hem te pakken. Hij wordt ervan verdacht in 1996 40.000 kilo hasj in bezit te hebben gehad die voor een deel naar de VS is gesmokkeld.

De advocaat van H., C. Korvinus, bepleitte deze week voor de Amsterdamse rechtbank dat zijn cliënt uit hechtenis wordt ontslagen wegens ontoelaatbaar opsporingswerk. De rechtbank wees dit af en zei dat nader onderzoek naar het handelen van justitie nodig is.