Kannibaal èn juwelier

Dat Franco Donatoni, een onstuimige bon-vivant en een gezegende componist-pedagoog, donderdag in Milaan op 73-jarige leeftijd overleed, kwam niet onverwacht. Al eerder kampte hij met een ernstige vorm van suikerziekte (hij woog 125 kilo), waarvoor hij in november 1992 werd behandeld in het Alfred Hospital te Melbourne. Een ervaring die de stof leverde voor het libretto van zijn korte opera Alfred, Alfred, gepresenteerd in februari dit jaar bij de Nationale Reisopera.

Maar ondanks de vele verwijzingen in zijn muziek, is deze toch van een opvallend hoge abstractie èn sterk to-the-point. Zo hield hij van korte, krachtige titels als Ali, Ala, Asar of Fili, Nidi, Spiri. En net als Boulez, die hem in zijn Darmstadt-tijd - hij bezocht de zomercursussen van `54, `58 en `61 - grondig beïnvloedde, realiseerde en herschreef Donatoni zijn werk voortdurend. Begrijpelijk dat Guido Scarpane hem een kannibaal noemde al zou ik hem liever willen omschrijven als een hoogst ambachtelijke juwelier die de ene parel na de andere aaneenreeg.

Zijn muziek is glinsterend briljant, buitengewoon kleurrijk en vaak genoteerd in hoge liggingen, bovendien geinig wispelturig en eenmaal in beweging moeilijk stil te zetten. Muziek die je dizzy achterlaat. Maar net als Cage vond Donatoni het vele malen interessanter om te weten hoe iets is gemaakt dan hoe het resultaat klinkt. Hij voelde zich meer artisan dan kunstenaar. Over zijn techniek van het steeds weer ordenen van bepaalde muzikale figuren zei hij: ,,Op een overeenkomst tussen mijn abstracte figuren èn de reële klank kan ik alleen maar hopen, zoals ook de seks niet meer is dan een mogelijkheid om liefde te ontvangen.'' Hoewel zo'n uitspraak eveneens Cage-achtig klinkt, had Donatoni met deze componist niettemin een dubbelzinnige relatie.

Aan Cage ging een lange weg vooraf. Donatoni, geboren op 9 juni 1927 in Verona, kwam op zevenjarige leeftijd op het Liceo Musicale terecht, waar hij viool en compositie (Piero Bottagisio) studeerde. Vervolgens doorliep hij de conservatoria van Milaan, Bologna en Rome (Goffredo Petrassi) en al even rusteloos zou hij later op diverse andere conservatoria doceren.

Na invloeden van Bartók en Hindemith via zijn leraar Petrassi, ontworstelde hij zich in Darmstadt eerst aan Boulez. Dat lukte hem uitstekend in Per Orchestra uit 1962, een ware schatkamer aan ideeën, zij het enigszins verscholen in een muzikale doolhof à la Borges. Deze muziek, ook in Nederland gespeeld, staat onder invloed van Cage en het kostte Donatoni veel moeite juist deze stijl te overwinnen. Hij sprak van een - mijns inziens ten onrechte - negatieve periode. Zijn muziek zou later steeds lichter en speelser worden, steeds sierlijker en eleganter. En dankzij zijn oud-leerling Joël Bons beleefde Donatoni vanaf 1986 een doorbraak in Nederland met premières bij het Nieuw Ensemble.

De meest karateristieke uitspraak van Donatoni is misschien wel: ,,Wantrouw het oor. Het is het meest verdorven orgaan van ons lichaam. Het weigert alles wat het niet kent''. Met zijn oor was niets mis, helaas met zijn bloedsuikergehalte des te meer.