`Ik ben mijn eigen god'

Negen jaar geleden verdween verpleegkundige Hannie Godfrinon. Februari dit jaar werden haar botten gevonden in de tuin van haar huis. Haar man, de schrijver Richard Klinkhamer, bekende de moord. `Niets is zwaarder dan het lijk van iemand van wie je hebt gehouden.'

In zijn cel luistert Richard Klinkhamer (63) naar `Mon légionnaire' van Edith Piaf. Of naar de Cantates van Bach die zijn vriendin voor hem heeft gekocht bij het Kruidvat. Iedere maandag haalt hij zeven boeken uit de bibliotheek. Hij werkt halve dagen. Hij verdient, vertelt hij door de telefoon vanuit de gevangenis, achtentwintig gulden per week met het vouwen van inlegkruisjes.

De bewakers spreken hem aan met `u'. Zijn medegevangenen tonen minder respect. Ze hebben sokken en ondergoed gestolen, en naaktfoto's van zijn vriendin. De foto's die hij nog had, heeft hij nu maar van de muur gehaald.

Kort na zijn arrestatie was hij somber, in zichzelf gekeerd. Nu niet meer. Hij sport veel, is zes kilo afgevallen omdat hij geen bier meer drinkt. En hij schrijft een boek. Over het leven in de gevangenis, over het psychiatrisch onderzoek in het Pieter Baancentrum, en over zijn vrouw Hannie Godfrinon – die hij in de winter van 1991 doodsloeg met een breekijzer. In februari dit jaar werden haar botten gevonden in de tuin van het huis waar ze samen hadden gewoond. Klinkhamer bekende.

Aanstaande donderdag, 24 augustus, begint zijn proces voor de rechtbank van Leeuwarden. Klinkhamer is opgelucht. Zijn negen jaren van zwijgen zitten erop. ,,Het is goed zo.'' En wat die moord betreft: Klinkhamer heeft `zichzelf vergeven'.

In vraaggesprekken vertelde Richard Klinkhamer hoe gelukkig hij was geweest met Hannie Godfrinon. Ze was zijn `grote jeugdliefde'. In 1978 kochten ze een huis in Ganzedijk, een buurtschap in Noordoost-Groningen. ,,Het was rozengeur en maneschijn tussen die twee'', zegt Harry Weites, een vroegere buurman en vriend van Klinkhamer. ,,Hannie was helemaal geobsedeerd door die man. Ze had het alleen maar over Richard.''

Eind jaren tachtig begonnen de ruzies. Klinkhamer sloeg zijn vrouw, zeggen inwoners van Ganzedijk. Ze hoorden dat er in het huis werd geschreeuwd. En Hannie had blauwe plekken. Soms vluchtte ze naar de buren. Hannie was verpleegkundige op de kinderafdeling van het ziekenhuis in Winschoten. Klinkhamer hield de tuin bij, hij dronk zijn flesjes bier – alleen maar Grolsch, vanaf 's ochtends vroeg – en hij begon te schrijven. Weites: ,,Hij kon boeiend vertellen, mooie verhalen. Over zijn jeugd, over zijn jaren in het vreemdelingenlegioen. Ik zei: dat moet je opschrijven. Daar had hij zelf ook al eens aan gedacht.''

Weites, die journalist was bij de Winschoter Courant, zou hem helpen. ,,Maar ik denk dat ik nooit meer dan tien velletjes heb gelezen. Richard kon er niet tegen dat ik zoveel op te merken had. De zinsconstructies en de interpunctie die hij gebruikte, daar deugde niks van. Later zei hij: `Mijn uitgever is niet zo kritisch als jij'.''

In 1983 verscheen zijn eerste roman, Gehoorzaam als een hond, een jaar later de bundel De hotelrat en andere verhalen.

Rotmof

Richard Klinkhamer had een Oostenrijkse moeder en een Nederlandse vader. In 1940 gingen ze uit elkaar. Zijn moeder werkte in Nederland voor de Wehrmacht, Klinkhamer bracht de Tweede Wereldoorlog door bij een oom en tante in Oostenrijk.

Hij was acht toen hij terugkwam in Nederland, hij werd gepest en uitgescholden omdat hij Duits sprak. Tegen een verslaggever van het Utrechts Nieuwsblad zei hij in 1984: `Na een week sloegen ze me niet meer. Als ze me te pakken hadden, hoefde ik alleen maar op mijn knieën te zakken en driemaal te zeggen Ich bin ein Rotmof. Dan waren ze tevreden.'

Zijn moeder, kaalgeschoren, zat in de gevangenis, Klinkhamer woonde in kostgezinnen. Van zijn oudere broers, die na de scheiding bij hun vader waren gebleven, hoorde hij dat hij hun halfbroer was. De vader van Richard Klinkhamer zou een veldwachter zijn geweest, met wie hun moeder een verhouding had gehad.

Vanaf zijn vijftiende werkte hij bij slagerijen in Amsterdam – op de bakfiets bracht hij bestellingen rond.

Klinkhamer vertelde later dat hij zich op zijn negentiende had aangemeld bij het Franse vreemdelingenlegioen. ,,De grond werd hem te heet onder de voeten'', zegt zijn halfbroer Dirk. ,,Hij werkte in een rouletteclub en is er met de kas vandoor gegaan. Toen meldde hij zich bij het legioen.''

Hij zou in Algerije hebben gevochten, hij zou zijn gedeserteerd, opgepakt, gestraft, en opnieuw gedeserteerd. Zo'n vier jaar zou hij huursoldaat zijn geweest. Hij had er mensen doodgeschoten – `zeker wel drie', zei hij in 1997 in het tijdschrift Doodgewoon, `het interesseert me niet meer, ik heb er nooit van wakker gelegen' – en hij had er geleerd hoe je lijken laat `verdwijnen'.

De Nederlandse vereniging van oud-legionairs accepteerde hem in de jaren zeventig niet als lid. Omdat hij – deserteur – geen soldatenboekje had. Hij kwam wel een paar keer op een reünie. Niemand kende hem, zegt de secretaris van de vereniging. De legionairs vonden zijn boeken `ongeloofwaardig'. De secretaris: ,,Er is veel verzonnen. Ik vind Klinkhamer een praatjesmaker, hij schetst een sensatieachtig beeld van het legioen.''

Klinkhamer heeft wel een getuigschrift uit Noord-Afrika (daarop heet hij `Klinghammer') en een inschrijfnummer. De secretaris: ,,Dat zou een bewijs kunnen zijn dat hij echt bij het legioen heeft gezeten.'' Maar zeker is dat hij op zijn twintigste werk had in de keuken van het Nederlandse leger – een baantje dat hij in vraaggesprekken niet noemde. En op zijn tweeëntwintigste ging hij varen voor de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij. Aan boord was hij koksmaat-slager. Tegen journalisten zei hij: ,,Ik heb nog een hele poos gevaren: Zuid-Amerika, Azië, Middellandse-Zeegebied.'' In zijn monsterboekje uit die tijd, waaruit blijkt dat hij alleen op West-Indië voer en al na een jaar ontslag nam, staan de beoordelingen die hij aan boord kreeg. Gedrag, bekwaamheid en ijver – Richard Klinkhamer scoorde op ieder schip de `g' van goed, of `zg', zeer goed.

Vanaf 1960, Klinkhamer was drieëntwintig, had hij een café op de Zeedijk in Amsterdam. Hij zat, zou hij later zeggen, in het criminele circuit. Hij maakte een `klapper' en kocht van dat geld een pension in Bergen aan Zee.

Viezeriken

In de zomer van 1957 sloeg de vijfenveertig jarige bankbediende J.L.G. Godfrinon zijn echtgenote de schedel in. In de slaapkamer van hun huis, in de Amsterdamse wijk de Watergraafsmeer, hadden ze ruzie gekregen. Godfrinon werd gearresteerd. Hun twee kinderen, een jongen van elf en een meisje van negen, Hannie, werden opgenomen in het gezin van zijn kaartvriend Johan van Emmerik. De twee Amsterdamse mannen, vertelt Klinkhamer nu vanuit de gevangenis, kenden elkaar uit de tijd dat ze in de Tweede Wereldoorlog dwangarbeider waren geweest in Duitsland.

In het huis van de familie Van Emmerik leerde Hannie de man kennen die, vierendertig jaar na de dood van haar moeder, háár de schedel zou inslaan.

Richard Klinkhamer trouwde in 1961 met Leontine van Emmerik. `Een moetje', zou hij later zeggen. Ze kregen drie kinderen, in 1977 scheidden ze. Klinkhamer had toen al elf jaar in het geheim een verhouding met Hannie, die door Leontine werd beschouwd als een halfzusje.

Hannie en Richard Klinkhamer zochten een huis, ver weg van de familie in Amsterdam. In een weekend gingen ze op bezoek bij Harry Weites, in het noordoosten van Groningen. De vrouw van Weites en Hannie waren vriendinnen, ze hadden samen de opleiding tot verpleegkundige gedaan in Amsterdam. Weites: ,,Ze vonden het mooi bij ons, rustig.'' Ze kochten een huis aan dezelfde weg, een paar honderd meter verder.

In Ganzedijk slachtte Klinkhamer kippen en schapen voor zijn buren en hielp hen met het bouwen van kippenhokken. Hij plukte slakken uit de tuin, kookte ze en liet mensen proeven: ,,Dit heb je nog nooit gegeten.''

Hij dronk bier met buren die hij interessant vond. Een kunstenaar die net als hij bijna de hele dag thuis was, en de journalist Harry Weites. Hij probeerde, zegt Weites, ook bevriend te raken met de huisarts en de tandarts uit de buurt. ,,Hij wilde graag omgaan met mannen die wat voorstelden in de maatschappij.''

Volgens Weites keek Klinkhamer neer op vrouwen. Die vond hij te emotioneel. Hij moest ook weinig hebben van mensen die religieus waren – ,,hij ergerde zich aan moslims, hij zei dat alle mohammedanen viezeriken waren'' – en mensen met een lage opleiding. Weites: ,,De arbeiders in Noordoost-Groningen bijvoorbeeld, dat vond hij domme mensen.''

Een paar keer per week kwam Klinkhamer bij Weites langs. ,,Je kon ontzettend met hem lachen. Maar als hij een avond was geweest, hoefde ik hem niet meteen de volgende dag weer te hebben. Hij kwam dan wel.''

Weites kreeg vier kinderen in drie jaar, hij werd chef nieuwsdienst bij de krant. ,,Ik was doodmoe 's avonds, ik had geen zin om nog tot diep in de nacht met Richard te drinken en te ouwehoeren over wereldpolitiek en ethische kwesties. Dat begreep hij niet, hij werd er pissig om.''

Hannie was volgens Weites een vrolijke, wat `bazige' vrouw. ,,Ze was extreem netjes. Als je binnenkwam door de achterdeur moest je je schoenen uitdoen. Bij iedereen in de buurt was de achterdeur los, bij hen niet. Ze kwamen wel meteen als je ervoor stond, maar dan konden ze erop letten dat je je schoenen niet aanhield.''

Klinkhamer en Hannie kregen er ook ruzie over. Weites: ,,Hij was begonnen met schrijven en zoop intensief. Als Hannie 's ochtends uit de nachtdienst kwam, ging ze met een natte vinger langs de kasten om te controleren of hij wel had schoongemaakt.''

De ruzies werden heviger na de beurskrach van 1987. Klinkhamer had een paar ton belegd. Dat was geld van de erfenis van zijn moeder, en van het pension in Bergen aan Zee, zijn ex-vrouw had hem uitgekocht. De bedoeling was dat hij samen met Hannie zou gaan rentenieren aan de Portugese kust, ze hadden een huis in de Algarve. Van het geld bleef bijna niks over. Hannie was teleurgesteld, maar vooral ook erg kwaad. Klinkhamer had haar beloofd dat hij niet met het geld zou gokken, hij zou geen opties nemen.

Klinkhamer moest gaan werken. Hij werd nachtportier in kuurcentrum Fontana in Nieuweschans. Weites, die toen al niet meer met Klinkhamer bevriend was, kwam hem daar een keer tegen. ,,Hij deed heel schichtig, hij vroeg: `Ken je mij nog?' Dat vond ik vreemd. Ik denk dat hij het gevoel had dat mensen zich tegen hem keerden.''

Fotograaf Peter Buiter die in de buurt woonde, kwam op een middag in de herfst langs met een egeltje dat hij had gevonden. Klinkhamer wist, had hij gehoord, alles van egeltjes. Buiter: ,,We stonden in de tuin te kletsen. Hannie en Richard kregen er binnen een kwartier slaande ruzie over. Ze stonden tegen elkaar te haaibaaien. Of het beestje wel of geen melk moest hebben. Of het zou overleven of niet.''

Op een avond in januari, in 1991, raakte Klinkhamer Hannies hoofd met een breekijzer. Buurvrouwen die uit het buurthuis kwamen, zagen 's avonds fel licht branden in de tuin bij het huis van Klinkhamer. Het had de dagen ervoor hard gevroren, er werd geschaatst op het Beertsterdiep. Alleen in de grond onder het tuinhuis van Klinkhamer kon gegraven worden.

In het – nooit gepubliceerde – boek dat hij later schreef over de verdwijning van zijn vrouw, `Woensdag Gehaktdag', staat: `Niets is zwaarder dan het lijk van iemand van wie je hebt gehouden. Niets akeliger en lelijker, lastiger ook, als je je ervan moet ontdoen.'

Klinkhamer maakte grappen over buurtbewoners die ervan overtuigd waren dat híj Hannie had vermoord. En over de politie die dacht dat hij het lijk door een gehaktmolentje had gedraaid. Vrienden en journalisten liet hij gaten zien die hij had gegraven in de tuin: een meter breed, twee meter lang, twee meter diep. Dan zei hij: ,,Mooi gat he? Daar kun je een lijk in leggen.''

In het televisieprogramma Paradijsvogels van de AVRO, november 1994, zei hij: ,,Als ik zeg wat er is gebeurd, verklaar ik mij schuldig. Dat zou onverstandig zijn. En als ik zeg dat ik niet schuldig ben, ben ik ongeloofwaardig, want iedereen weet dat ik haar heb vermoord. Hier in de buurt zeker. Ze hebben een doodskreet gehoord. Ze hebben me met het lijk zien slepen. Ze hebben het kanaal afgedregd.''

En: ,,Van gewetensproblemen heb ik nooit iets gemerkt. Daarvoor moet je in goden geloven of in een god. Ik ben mijn eigen god. Ik heb geen goden nodig. Mensen die in dat soort dingen geloven, ontbreekt het aan zelfvertrouwen. Ik geloof in mijzelf. De laatste dertig jaar heb ik niet meer aan mijzelf getwijfeld.''

Ontheemd

In haar huis in Amsterdam-Oost zit Margreet de Heer (27), de vriendin van Klinkhamer. Sluik, roodgeverfd haar, een paarse bril, blauwe ogen. Ze draagt zwarte legerschoenen, een groene broek, groen T-shirt. Op haar schoot zitten Tijger en Toto, de katten van Klinkhamer.

Ze noemt Klinkhamer `Klink', en hij haar `Theo', omdat ze theologie heeft gestudeerd. Ze wilde geen predikant worden, ze werkt nu in een stripwinkel in Amsterdam. Ze tekent zelf ook, ze maakte strips over `Klink & Theo' en `Sex met een ouwe lul'.

Ze las drie jaar geleden een vraaggesprek met Klinkhamer in het Groninger Dagblad. Ze las zijn laatste boek, Kruis of munt (1996), en begon hem brieven te schrijven. Vooral de verhalen over het vreemdelingenlegioen vond ze `fascinerend'. Ze vertelt hoe `gekwetst' hij was toen bleek dat hij geen lid kon worden van de vereniging van oud-legionairs. ,,Het legioen heeft hem gevormd, zegt hij zelf.''

Op brieven die hij nu vanuit de gevangenis schrijft, plakt hij kopietjes van pasfoto's van hemzelf als legionair, en hij zet erbij: `1956'.

Margreet de Heer zegt nu dat het haar in de loop der tijd duidelijk werd dat hij Hannie had vermoord. ,,Op het moment dat ik erachter kwam, vond ik dat wel even angstig.''

Maar ze vond het vooral tragisch. ,,In mijn studie was ik veel bezig met schuld en boete. Iedereen kan iemand vermoorden, het zijn de omstandigheden die ertoe leiden dat het ook werkelijk gebeurt.''

Klinkhamer heeft, zegt ze, een vreselijke jeugd gehad. ,,Ontheemd. Hij lijdt ook aan verlatingsangst, dat merk ik nog steeds. Hij wilde haar niet vermoorden, het was een ongeluk.''

In het psychiatrisch rapport van het Pieter Baancentrum in Utrecht, dat volgende week in de rechtszaal wordt gepresenteerd, zal niet staan dat Klinkhamer tijdens de moord ontoerekeningsvatbaar was.

Tbs wordt niet geadviseerd. Maar de rechter zal zeker uitgelegd krijgen wat Klinkhamer in zijn jeugd aan ouderlijke liefde en veiligheid tekort gekomen is.

Margreet de Heer helpt Klinkhamer nu met zijn nieuwe boek, een bewerking van Woensdag Gehaktdag, het manuscript over de moord waarvoor hij begin jaren negentig geen uitgever kon vinden. ,,Het wordt'', zegt ze, ,,een ode aan Hannie.''

Klinkhamer schrijft met potlood, zij tikt de teksten uit, redigeert, en stuurt hem een print. Klinkhamer corrigeert de stukken, daarna vertaalt Margreet de Heer ze in het Engels. Richard Klinkhamer is niet meer geïnteresseerd in het Nederlandse lezerspubliek. Door de telefoon vanuit de gevangenis zegt hij: ,,De verkoop van mijn boeken ligt hier stil. Mijn focus is nu gericht op de USA.''

,,Nederland slaan we over'', zegt ook Margreet de Heer. Nederland is ,,te klein voor Richard''. ,,Hij heeft vier goede boeken geschreven. Die zijn hier geen succes geworden. In Duitsland verschenen er negenendertig recensies van zijn laatste boek, achtendertig daarvan positief. De waardering voor Richard bestaat over de grenzen.''

De Amerikaanse televisiezender NBC maakte een documentaire over Klinkhamers leven. Die werd dit voorjaar in twee delen, in het programma Dateline, uitgezonden op de Amerikaanse televisie – en niet, zoals eerder was aangekondigd, ook in Nederland. Het Amerikaanse tijdschrift People kreeg van Klinkhamer een primeur: een stukje uit zijn nieuwe boek. Volgens het blad `the first written account' van de moord. `She hurled her reproaches at me for the umpteenth time: everything had been destroyed by me, gambled away, lost. She did not want to live any longer with a man who was drinking himself to death. She tried to hit me. Maybe I laughed – she hated that when she was mad at me. Suddenly the wrench that had been lying on the washer was in her hand.'

Drieëndertig bladzijden van het manuscript heeft Margreet de Heer al naar een Amerikaanse agent gestuurd. ,,We wachten af'', zegt ze. Maar ze twijfelt niet. ,,Hij is een groot schrijver.''

Ze laat op haar computer beelden zien die een fotograaf heeft gemaakt van haar en Klinkhamer. Klinkhamer is in het zwart gekleed, zijzelf hangt naakt om hem heen. Die foto's willen ze verkopen aan Playboy of Penthouse. Na de grote doorbraak.

Hij vroeg: `Ken je mij nog?' Hij had het gevoel dat mensen zich tegen hem keerden