HOOGTE VAN ZEENIVEAU VERRAADT IJSOMVANG IN LAATSTE IJSTIJD

Australische onderzoekers verbonden aan de Nationale Universiteit van Canberra hebben voor het eerst nauwkeurig bepaald hoeveel volume aan ijs er in de laatste ijstijd op aarde aanwezig was. Ook geven ze precies aan wanneer het begon te smelten (Nature, 17 augustus).

De geologen onderzochten hoe de ligging van het zeeniveau in de loop van de tijd in de Bonaparte Golf is veranderd. De Bonaparte Golf bevindt zich aan de noordkant van Australië en is een kuil in de tektonisch zeer stabiele rand van de Australische plaat. In tegenstelling tot de aardplaten op het noordelijke halfrond is de vertikale positie van de bodem van de Bonaparte Golf sinds het einde van de laatste ijstijd niet veranderd. Op het moment ligt die bodem ruim honderd meter onder de zeespiegel.

Gedurende de laatste ijstijd was dat anders. Doordat grote delen van de aarde met kilometers dikke ijslagen waren bedekt, stond de zeespiegel veel lager dan nu. Als bekend is hoeveel lager dat niveau precies lag, is het aantal kubieke kilometers ijs te reconstrueren. Een grotere hoeveelheid ijs beïnvloedt het klimaat: er wordt meer zonlicht teruggekaatst naar de ruimte en de `afwatering' op het vasteland verandert.

De Australische onderzoekers namen op verschillende plaatsen in de Bonaparte Golf bodemmonsters tot vijf meter diep. Het sediment werd geanalyseerd op dierlijke overblijfselen en via de koolstof-14 methode tevens gedateerd. Aan de hand van de gefossiliseerde faunaresten werden vier categorieën zeemilieu onderscheiden, respectievelijk `open zee', `ondiep water', `plassen' en `brak water'. De laatste categorie correspondeert vanzelfsprekend met een minimum in de stand van de zeespiegel.

Uitkomst van dit onderzoek was dat de zeespiegel op het hoogtepunt van de laatste ijstijd, 22.000-19.000 jaar geleden, 130 à 135 meter lager stond dan nu. Dit betekent dat er toen op aarde zo'n 52 miljoen kubieke kilometer ijs méér was dan de huidige 32 miljoen. De marge in de uitkomst is ongeveer vier procent, bij dit soort bepalingen gering.

Vanaf 19.000 jaar geleden (met een marge van 250 jaar), zo blijkt uit de Australische dateringen, begon het overvloedige landijs in hoog tempo te smelten. Binnen een paar honderd jaar nam de hoeveelheid ijs met 10 procent af.

De nu gepubliceerde data geven een relatief nauwkeurig antwoord op belangrijke vragen. Ook suggereren ze dat het volume aan landijs gedurende zo'n 3.000 jaar constant is geweest, wat erop wijst dat er een evenwicht is bereikt. Maar veel belangrijke vragen staan nog open, zoals de distributie van het ijs over het land.

    • Dirk van Delft