Geld, geld, geld

De Belgische Roda-spits Bob Peeters is voor veertien miljoen gulden getransfereerd naar Vitesse. Veertien miljoen voor een houten slungel die, volgens zijn vorige trainer Sef Vergoossen, de startsnelheid van een tractor heeft, waar zijn we mee bezig? Welke duistere machten lopen binnen bij de transfer van een voetbalschemiel?

Ik heb Ronald Koeman hoog zitten. Hij weet alles van chemie in een elftal, van complementaire spelers, van balans tussen karakter en talent. Maar nooit zal iemand mij kunnen overtuigen dat hij gecharmeerd is van een clown met lange benen. Peeters is wat Urbanus voor Nederlanders in theaterzalen is: folklore. Deze spits moet het hebben van zijn knechtenrol aan de rand van het gevlei: op donderdag brengt hij voor de ploegmaats Lierse vlaaien mee, op vrijdag wast hij de auto van de trainer en op zaterdagavond, voor de wedstrijd, zingt hij een liedje van Adamo om de stress van het team te verzachten. Peeters is het negertje van Vitesse.

De transfer werd nog enigszins opgehouden door de inhaligheid van Peeters manager, Guido Mallants, die een commissie van twee miljoen gulden wilde. Het zoveelste monsterbedrag voor een dubieuze tussenpersoon die zich als enige taak heeft gesteld het hoofd van zijn spelers helemaal zot te draaien. Zodat hij in zijn lucratieve handel en wandel van die kant uit niet meer gehinderd wordt door ethische of extra-sportieve bezwaren. De voetbalmakelaar van tegenwoordig heeft het lijfeigenschap heruitgevonden.

Vitesse heeft een enorme schuld aan hoofdsponsor Nuon. Dat was geen bezwaar om fors te betalen voor een spits met lange armen en benen, maar zonder voetbalhersens. Ik ken bijstandmoeders die voor een paar honderd gulden achterstal van de ene op de andere dag in de kou en in het donker worden gezet. Kinderen of geen kinderen, de kraan van gas en licht gaat meedogenloos dicht. Een voetbalclub als Vitesse mag op de transfermarkt Russische roulette blijven spelen zonder om te zien naar de lopende rekeningen. Gelukkig voor het land zijn bijstandmoeders te zwak, te ontredderd en mentaal te gebroken om hun toevlucht te zoeken in de knuppels en de kettingzagen van de hooligan. Maar een overheid die de andere kant uitkijkt als de have nots worden geraspt in hun dagelijkse ontferming voor elkaar en die de ogen sluit voor de ook financiële burgerplichten van de populistische elites – voetbalclubs – is de schaamte voorbij. En moet dus ophoepelen.

De echte voetbalman is dood, leve de beursmaniak. PSV-voorzitter Harry van Raaij heeft zijn collega's van een aantal topclubs in Nederland, Schotland, Portugal en België zo gek gekregen dat ze niet langer `nee' zeggen tegen de Euro League. Het betekent de uittreding van topclubs uit de nationale competities. De inzet is niet meer spektakel, maar geld. Het zal de revolutionaire geront uit Eindhoven bij een treurige affiche als PSV-Celtic worst wezen dat zijn stadion leegloopt. Voetbalfans zijn voor Van Raaij schimmen uit een ander rijk. Zijn zorg gaat naar echte mensen: de beleggersclub van televisierechten.

Ooit was voetbal op traditie en nostalgie gebouwd. Die bodem wordt nu helemaal weggeslagen. Liever subtop in Europa dan top in eigen land, als de kassa maar rinkelt. De KNVB, de UEFA, de supporters lijken weerloos. En laf. Ook deze hoge instanties durven de strijd niet meer aan om seculiere bedevaartsoorden als Heerenveen, Twente, Groningen en Vitesse te behoeden voor structurele degradatie naar de moerascompetitie. Van Raaij is na zijn eigen vondst zo door het dolle heen dat hij de gevestigde institutionele machten wegblaast als pluisjes van zijn tweedjasje.

Er is nog een kleine hoop dat hij alsnog in het mes loopt van zijn gedroomde woekerwinsten als de Europese Commissie nou eens echt de tanden laat zien. Met alle liefde van de wereld wil ik commissaris Mario Monti een jaar lang op champagne trakteren wanneer hij superkapitalist Van Raaij terugfluit door het transfersysteem volledig te liberaliseren, of liever nog af te schaffen. Dan wordt PSV binnen de kortste keren even armlastig als NEC en Sparta. Misschien moet de verguisde staatsverlater Van Raaij dan wel in zijn laatste levensdagen ook weer een blik witte bonen in tomatenaus opentrekken. Zoals de van voetbal gekke bijstandmoeder dat al haar hele leven doet.

    • Hugo Camps