Boodschap uit het graf

De ondergang van de Koersk drukt je ongewild weer eens met de neus op feiten waar je maar liever niet aan denkt. Tien jaar na het einde van de Koude Oorlog wordt de mensheid in haar geheel nog altijd in gijzeling gehouden door gekken en leugenaars. Zes miljard mensen, van Alaska tot Australië, van de oudste grijsaard tot de pasgeboren baby, leven onder de nooit uitgebannen bedreiging van mondiale vernietiging.

Waarom beschikt Rusland over atoomonderzeeërs? Omdat de NAVO erover beschikt. En vice versa. Het drama met de Koersk is natuurlijk in de eerste plaats het aangrijpende lot van de bemanning en hun families, maar op de achtergrond van dit haast onverdragelijke schouwspel doemt de nooit uitgebannen angst op voor het nucleaire Armageddon.

Allerlei bijna vergeten woorden en begrippen komen me door dit incident weer voor de geest, ze spoken rond in de universele nachtmerrie waaruit we dachten enigszins ontwaakt te zijn. De term MAD dringt zich op, die staat voor de strategie van de Mutual Assured Destruction. Het wil zeggen: jouw dood is mijn dood en iedereens dood. Om de wederzijds gegarandeerde vernietiging te kunnen voltrekken beschikken de NAVO en Rusland over, nog zo'n term uit de ijstijd, een Second Strike Capability. Met andere woorden: na een allesvernietigende atoomaanval moet de aangevallene in staat zijn alsnog een even verwoestende tegenaanval te lanceren. Dat is de bestaansreden van de met strategische wapens uitgeruste nucleaire onderzeeërs. Als op het land alleen enkelen nog overleven in atoomschuilkelders, dan moeten de in de oceanen verscholen onderzeeboten the answer from the grave geven.

Antwoord uit het graf: dat was de eerste van al deze lugubere associaties die de ondergang van de Koersk bij me opriepen. De metafoor als werkelijkheid, een stalen doodskist op de zeebodem, een boodschap uit het graf.

Het valt onmogelijk te ontkennen dat de waanzin tot nu toe heeft gewerkt. De strategie van MAD is succesvol gebleken, want afschrikwekkend genoeg om het feitelijke gebruik van atoomwapens in de Oost-West-confrontatie te verhinderen. Maar waanzin blijft het, deze chantage met al het leven op aarde.

Sinds het einde van de Koude Oorlog koesteren we ons in de illusie van toegenomen veiligheid. Tijdens het hoogtij van de confrontatie tussen het Westen en het Sovjet-imperium werden velen beheerst door angsten die nu ineens weer in het geheugen worden geroepen. Een hele generatie is opgegroeid met de psychologie van de massavernietiging, een permanent gevoel van onheil en onveiligheid, niet alleen gevoed door het dagelijkse nieuws, maar ook uitgebeeld in films, songs, romans. De cynische humor van Dr. Strangelove, de huiveringwekkende film On the Beach, Bob Dylans visionaire A hard rain's gonna fall, de sarcastische Wenken voor de jongste dag van Harry Mulisch, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Voltooid verleden tijd? Het heeft er weliswaar de schijn van dat de wereld een veiliger plek is geworden en het nucleaire gevaar is geweken, maar het wrak van de Koersk geeft een ander signaal af. Niet alleen zijn de strategische premissen in essentie dezelfde als voorheen, maar daar zijn aan Russische kant de risico's als gevolg van verwaarlozing en wanbeheer van de atoomarsenalen bij gekomen.

Om zijn status van supermacht op te houden moet Rusland blijven beschikken over een Second Strike Capability, hoewel het daar nauwelijks toe in staat is. Wegens geldgebrek wordt de hand gelicht met het onderhoud van de nucleaire vloot. Als het modernste vaartuig van de Russiche marine, de Koersk, al zo rampzalig onbetrouwbaar bleek te zijn, hoe moet het dan wel niet zijn gesteld met de rest van de strategische wapens?

Een groot deel daarvan ligt naar het schijnt weg te rotten. Van de met kernreactoren aangedreven onderzeeërs zijn er nog maar een handvol operationeel. Milieuorganisaties bestempelen de ongeveer honderd uitgerangeerde en onbewaakt wegroestende atoomonderzeeërs als een tikkende tijdbom. Zij vrezen in de Noordelijke IJszee, een kerkhof van afgedankte of verongelukte atoomonderzeeërs, een maritiem Tsjernobyl.

Wat de Koersk betreft: de kernreactoren zouden geen gevaar opleveren, bezweren de Russen ons, en atoomraketten waren er deze keer niet aan boord. Deze verklaring was bedoeld om de publieke opinie gerust te stellen. Nooit en nergens wordt echter zo gelogen als door militaire autoriteiten. Dat geldt niet alleen voor de Russen, trouwens. De Amerikanen logen er tijdens de Golfoorlog en de oorlog in Kosovo ook op los. Uitgerekend nu is bovendien bekend geworden dat er sinds 1968 in de zee bij Groenland een Amerikaanse atoombom ligt die na een ongeluk met een B-52-bommenwerper nooit is teruggevonden. Washington heeft dat meer dan dertig jaar verzwegen.

De hele week, dag in dag uit, was de Russische admiraliteit bezig met liegen over de ramp met de Koersk. Niets waarover geen tegenstrijdige en leugenachtige verklaringen werden afgegeven. Net als in de ijzigste dagen van de Koude Oorlog gaven de admiraals en president Poetin voorrang aan overwegingen van Russisch prestige en achterhaald supermachtsdenken. In de Russische militaire traditie, van Koetoezov tot de heilige Nicolaas II en van Stalin tot Poetin, is nooit bijzondere waarde gehecht aan de levens van de eigen mensen. De weigering om tijdig buitenlandse hulp te accepteren duidt niet op verandering in die traditie: redding van de bemanning had geen prioriteit. Geheimzinnigheid was troef op alle punten. Over het tijdstip van het ongeluk, het aantal bemanningsleden, de oorzaak (een botsing? een oude mijn? een ontploffing van de torpedo's?) vertelde Moskou fabeltjes. Moeten we bij zoveel leugens dan geloof hechten aan sussende mededelingen over de bewapening aan boord?

De ondergang van de Koersk maakt duidelijk dat het ooit zo massale verzet tegen het nucleaire gevaar niet minder hoog op de agenda thuishoort dan in de jaren van de Koude Oorlog, want nucleaire ontwapening is de enige remedie tegen de gebleven bedreiging van de mensheid. De duizenden atoomwapens in bunkers, op schepen en onder de zeespiegel vormen ook zonder oorlog een dodelijk gevaar.

    • Elsbeth Etty