Waterbeheer cruciaal voor ruimtebeleid

Bestuurders moeten water expliciet betrekken bij ruimtelijke afwegingen. Bij de keuze van Vinex-wijken heeft de verhouding tot het water ten onrechte nauwelijks een rol gespeeld. Dat stelt het adviesorgaan Rathenau Instituut in een studie.

,,Als beleid en praktijk ver uit elkaar blijven lopen, zullen delen van Nederland in de toekomst niet of slechts tegen zeer hoge kosten bewoonbaar blijven'', aldus het rapport `Het blauwe goud verzilveren'. Integraal waterbeheer is wel als wenselijk geaccepteerd, maar de praktijk blijkt weerbarstig, constateert het adviesorgaan van het parlement. ,,Nederland vraagt domweg te veel van het water.''

Hoewel in tal van studies de wenselijkheid van zogenoemd integraal waterbeheer naar voren is gekomen, ,,zit dit nog niet tussen de oren, van de bestuurders noch de burgers'', zegt programmacoördinator dr.ir. Lydia Sterrenberg van het Rathenau Instituut.

De studie verschijnt enkele maanden voor de Vijfde Nota over de ruimtelijke ordening van minister Pronk (VROM). Naar verwacht wordt daarin aan duurzaam waterbeheer meer aandacht besteed. De Tweede Kamer bespreekt de komende maanden een aantal studies over bestuurlijke problemen bij waterbeheer.

Als voorbeelden van Vinex-wijken waarbij met waterbeheer weinig rekening is gehouden noemt het instituut de Waalsprong bij Nijmegen (op een landtong in uiterwaarden), Leidsche Rijn (in een polder) en IJburg dat in het `natte hart' van Holland verrijst – ,,waarbij waterberging nauwelijks onderwerp van gesprek is geweest''. Het rapport: ,,Het is aan de watersector om technische hoogstandjes uit te halen om te zorgen dat bewoners droge voeten hebben. Voor een aantal Vinex-locaties betekent dit dat nog meer moet worden verpompt, terwijl de watermachine nu al op volle toeren draait.''

Eerder dit jaar namen de lidstaten van de EU een kaderrichtlijn aan die voorschrijft dat het waterbeheer binnen tien jaar per stroomgebied van rivieren moet worden geregeld. Nederland, dat betrokken is bij de stroomgebieden van Eems, Maas, Rijn en Schelde, moet ruimtelijke plannen per deelstroomgebied opstellen. Dat vergt ingrijpende aanpassing van de bestuursstructuur en een nieuwe rol voor waterschappen en de provincies. De laatste treden volgens het Rathenau-onderzoek thans vaker remmend dan sturend op.

Ook fysieke factoren dwingen tot een andere aanpak, aldus Peter van Rooy, medeauteur van het Rathenau-rapport. Hij wijst op klimaatsverandering die kan leiden tot grotere neerslag en stijging van de zeespiegel, bodemdaling onder andere als gevolg van intensieve bemaling en verdroging die de biodiversiteit en de leefomgeving bedreigt. Ten slotte is er het toenemend belang van scheiding van waterketens. Van Rooy: ,,Zo moet regenwater worden afgekoppeld van rioleringssystemen. Nu wordt regenwater via riolen geleid naar kostbare zuiveringsinstallaties of weggepompt naar de Noordzee.''

Zoals gemeenten en projectontwikkelaars ,,elkaar vinden in de hang naar economische expansie'' en de waterschappen ,,hun rol beperken tot technische ondersteuning'', aldus het rapport, zo zijn er ook andere sectoren die profiteren van waterbeheer op kosten van de gemeenschap. Van Rooy: ,,In Zeeland worden uien geteeld die op zeker moment een cent per kilo opbrachten. Maar er moet wel zoet water worden aangevoerd, anders groeien de uien niet. De kosten van waterbeheer staan in geen verhouding tot de opbrengsten. Je kunt je afvragen of de landbouw in onze delta daarmee door kan gaan.''

    • Jan Gerritsen