Volkscongres tast positie Wahid nauwelijks aan

De eerste jaarlijkse zitting van het Indonesische Volkscongres die begon als krachtmeting tussen parlementariërs en president, eindigde vandaag in grote eenstemmigheid. De president beslechtte de confrontatie al snel in zijn voordeel met een combinatie van nederigheid en verdeel-en-heerspolitiek.

De opening bood spectaculair vuurwerk, maar de eerste jaarlijkse zitting van het Indonesische Volkscongres ging vanmorgen uit als een nachtkaars. Voor de laatste plenaire sessie waren vanmorgen twee uur gereserveerd, maar de 700 afgevaardigden volstonden met een half uur. Alle ontwerpresoluties werden met een eenstemmig setuju (akkoord) aangenomen en de besluitvorming werd door voorzitter Amien Rais met één hamerslag beklonken. Slechts twee leden van dit hoogste college van staat dienden een `minderheidsnota' in, een Nederlandse term die sinds de jaren vijftig in onbruik was geraakt. De twee – beiden lid van islamitische fracties – zijn het niet eens met prolongatie van de militaire aanwezigheid in het congres tot 2009, maar ,,wensten geen obstructie te plegen'' door aan te dringen op een hoofdelijke stemming.

Het Volkscongres heeft twee weken lang heftig gedebatteerd, maar niet gestemd. Ook in het tijdperk van `reformasi' blijven de Indonesische politici kennelijk gehecht aan het onder sterke man Soeharto gebruikelijke – en misbruikte – musyawarah untuk mufakat, op overeenstemming gericht overleg. Een politieke cultuur verandert niet zo snel.

Het nieuwe instituut van jaarlijkse zittingen is bedoeld om de president en de voorzitters van parlement, Hoge Raad en Rekenkamer verslag te laten doen van hun vorderingen bij de uitvoering van de hoofdlijnen van het regeringsbeleid. Deze eerste jaarlijkse sessie draaide echter uit op een krachtmeting tussen president Abdurrahman Wahid en de volksvertegenwoordiging. Vooral de leden van het parlement – die ambtshalve ook zitting hebben in het Volkscongres – bedolven de president onder een stortvloed van kritiek.

Dat doet recht aan de grondwet, die het Volkscongres als hoogste besluitvormende orgaan boven de president stelt. Maar de Indonesische politici moeten nog leren maat te houden. In de laatste vier maanden voor de zitting liep de politieke temperatuur op door her en der – niet in de laatste plaats door congresvoorzitter Rais – geuite dreigementen dat het college wel eens zou kunnen besluiten tot een `buitengewone' zitting, die de president naar huis kan sturen. Deze dampend opgediende soep zou niet zo heet worden genuttigd, maar de politieke besluitvorming over kwesties die dringend aandacht vroegen leed onder de aldus geschapen crisissfeer, net zoals het internationale vertrouwen in 's lands stabiliteit. Een lid van de kleine Partij voor Gerechtigheid en Eenheid (PKP), Sutradara Gintings, hief tijdens de algemene beschouwingen een waarschuwende vinger. ,,Als het voortaan altijd zo gaat, komen we vier maanden per jaar niet aan regeren toe. Democratie is geen arena waarin uitsluitend politieke winst en verlies tellen. Een democratie dient productief te zijn en tastbare resultaten op te leveren voor de samenleving. Anders verkiest ons volk straks opnieuw nasi (rijst) boven demokrasi.''

In weerwil van hun democratische elan in de confrontatie met het staatshoofd, gaven de meeste afgevaardigden blijk van conservatisme bij de behandeling van inhoudelijke agendapunten. De voorgenomen amendering van de uit 1945 daterende grondwet stokte halverwege. Zogenaamd wegens tijdgebrek, maar in feite omdat de twee grootste partijen, de nationalistische PDI-P van vice-president Megawati Soekarnoputri en Golkar – ooit het politieke vehikel van Soeharto – niet staan te trappelen om de tekst op hoofdpunten aan te passen. Vanmorgen kwamen slechts amendementen op de politiek minst gevoelige hoofdstukken in stemming. Kenners van het staatsrecht mopperen dat bij een dergelijke stuksgewijze aanpassing van de grondwet de grote lijn verloren dreigt te gaan. Het congres nam zich voor om voor de herziening van de resterende hoofdstukken nog zeker twee jaar uit te trekken. Het besloot ook met verbluffend gemak om politieke moeilijkheden uit de weg te gaan en de aanwezigheid van de 38 man tellende fractie van leger en politie met nog één zittingsperiode - dus tot 2009 - te prolongeren. De afgevaardigden haalden zich daarmee het verwijt op de hals dat ze een kernstuk van de 'reformasi – demilitarisering van de politiek – verkwanselden.

Het kostte president Wahid opmerkelijk weinig moeite om de aanvallen op zijn positie af te slaan. Hij wist het brede front van kritische fracties behendig uit elkaar te spelen door een combinatie van nederigheid – hij vroeg de Indonesiërs om vergeving voor gebleken tekortkomingen – en een knap staaltje verdeel-en-heerspolitiek. De veel gehoorde kritiek dat hij ondoelmatig leiding had gegeven aan zijn partijpolitiek bonte en dus verdeelde kabinet pareerde hij met de aankondiging van een `dubbelbesluit'. Er komt een `herverdeling van taken' tussen president en vice-president en op 24 augustus presenteert Wahid een gloednieuw, naar verluidt afgeslankt kabinet, waarin meer posten zullen worden ingeruimd voor niet-partijgebonden technocraten.

Toen sloeg de stemming plotseling om. Vooral de grote partijen – PDI-P en Golkar – die niet in het nieuwe kabinet willen ontbreken, bonden in. De drie islamitische partijen van Rais' Centrale As die Wahid er het hardst van langs hadden gegeven, opperden de president voor het blok te zetten met een dwingende congresresolutie waarin de nieuwe taakverdeling wordt vastgelegd. Toen de president liet weten dit een ,,onduldbare inbreuk te vinden op de grondwettige bevoegdheden van het staatshoofd'', bleek de As alleen te staan. PDI-P en Golkar – samen de meerderheid – namen genoegen met een presidentieel decreet, gecombineerd met een `aanbeveling' van het Volkscongres.

Wahid heeft spitsroeden moeten lopen, maar zijn positie is niet noemenswaardig verzwakt. Hij selecteert zelf de kandidaat-bewindslieden, in overleg met Megawati en een drietal vertrouwelingen in het kabinet, wat een sterke troef is gebleken. Als puntje bij paaltje komt, verkiezen Indonesische politici een plaatsje bij het vuur boven principiële oppositie.