Jonge conservatoren

Het artikel over de jonge conservatoren (CS 11-8) is tekenend voor de veranderde mentaliteit in de Nederlandse rijksmusea. En zo passend in het met de verzelfstandiging in de jaren negentig gepaard gaande meer zakelijke beleid. De tijden dat de conservatoren in de musea het publiek als een stoorzender voor hun wetenschappelijk werk zagen en dat de leiding van de musea gruwde van het idee dat zij een pr-man in dienst moesten nemen, liggen blijkbaar ver achter ons. Maar ... er moet nog heel wat gebeuren wil de verzakelijking in de museale wereld tot resultaten leiden.

Met de financiële verzelfstandiging van de rijksmusea loopt de overheid in de pas met de algehele verzakelijking die onze huidige samenleving kenmerkt. Voor de musea betekent dit met name een flexibele budgettering en het belang dat de musea zelf krijgen bij het behalen van exploitatieoverschotten. Vroeger moesten die aan de overheid worden afgedragen, nu mogen zij deze overschotten zelf behouden voor collectieuitbreiding. Conservatoren zijn bijna altijd kunsthistorici en geen getrainde managers. Inderdaad moeten zij als managers leiding geven, hun staf enthousiasmeren en mensen binnenhalen, maar door het ontbreken van een passende opleiding loopt dit vaak stuk.

Als conservator, zo wordt gesteld, behoor je dienstbaar te zijn aan een museum. Akkoord. Maar dat houdt in, dat de conservator ook oog dient te hebben voor de financiële positie van een museum en dat houdt meer in dan in het artikel wordt gesteld. Depotbeheer, onderlinge ruil tussen musea van de depotcollecties, afstoten van surplussen, een beter verantwoord aankoopbeleid dat niet uitsluitend gestoeld is op de eigen opvatting van de directie (de kunstpausen!) alleen en beter afgestemd met de visie van de conservatoren, en ga zo maar door.

Veel van het hier gestelde mis ik in het artikel van de vijf conservatoren, hoe interessant hun bijdrage ook is. En dat impliceert dat aan het museummanagement de komende jaren nog hoge eisen zal worden gesteld. De kritiek op het `dirigistisch beleid' van Rick van der Ploeg kan ik wel enigszins begrijpen, doch ook de heren en dames conservatoren dienen te beseffen dat het ontbreken van een eigen visie in het verleden daaraan in belangrijke mate debet is.