Internationaal

LONDEN

Daags na het einde van de Duitse UMTS-veiling waren beleggers in Europa vanmorgen bezig met het verteren van de gevolgen van de ongemeen hoge prijs die telecombedrijven hebben moeten betalen. Gistermiddag liepen telecomstukken hun verliezen in, uit opluchting over de afloop van de veiling, maar vanmorgen overheerste de twijfel. British telecom was zwak, maar bleef boven de laagste koers in 20 maanden die het concern gisteren nog noteerde. Daar tegenop wogen de olieaandelen van BP Amoco en Shell, die blijven profiteren van de olieprijs die vanmorgen de 33 dollar kortstondig oversteeg. De FTSE-index was 0,1 procent lager op 6514 punten.

FRANKFURT

Deutsche Telekom was erg beweeglijk vanmorgen, en daalde tegen het middaguur met 1,5 procent. Ook Mobilcom, een andere bieder die voor een deel in handen is van France telecom, moest terug, met 3,7 procent. Internetveiler Ricardo steeg 9 procent nadat het Britse QXL de overname, weliswaar tegen gewijzigde voorwaarden, toch lijkt door te zetten. De DAX-index was 0,3 procent lager op 7259 punten.

PARIJS

Ook France Telecom moest met 1,2 procent terug in Parijs. Alcatel, dat apparatuur maakt voor mobiele telefonie, profiteerde juist sterk van de vewachte invsteringsgolf in UMTS, en was 2,2 procent hoger. De CAC-index was 0,5 procent lager op 6604 punten.

TOKIO

De aandelenkoersen op de Japanse effectenbeurs zijn vanmorgen over het algemeen gestegen. Het Nikkei-gemiddelde eindigde met een winst van 119,46 punten, ofwel 0,7 procent. De slotstand bedroeg daarmee 16.280,49.

Op de overige beurzen in het Verre Oosten was het beeld verdeeld. De Hang Seng-index stond tijdens de middaghandel 1 procent lager. De belangrijkste beursindex in Zuid-Korea zakte ruim 2 procent. In Sydney boekte de All Ordinaries-index een klein winstje van 0,2 procent.

NEW YORK

De beleggers op Wall Street waren gisteravond goed geluimd. Ze stuwden de meeste koersen op de New Yorkse effectenbeurs op, zodat de het Dow Jones-gemiddelde een winst haalde van 47,25 punten (0,4 procent) op 11.055,64 punten. De Nasdaq-beurs deed het met een stijging van 79,52 punten (2 procent) een stuk beter. De slotstand hier bedroeg 3940,72 punten. De technologiefondsen deden het goed. Intel steeg met 3 procent, maar moest Eastman Kodak met een koersstijging van 3,9 procent als grootste stijger in de Dow-Jonesindex laten voorgaan. HP werd gestraft voor tegenvallende halfjaarcijfers en kelderde ruim 10 procent.