In telecomsector wordt niet gejuicht

Zes partijen leggen astronomische bedragen neer voor het recht om in Duitsland een nieuwe generatie mobiele telefonie te exploiteren. Elke overwinning heeft zijn prijs. Voor het Nederlandse KPN is prijs bijzonder hoog.

Winnaars juichen niet in de telecomsector. Ze knarsen hun tanden en maken slikkende geluiden. Want aan elke overwinning hangt een prijskaartje met negen nullen.

KPN kent de nare bijsmaak van de triomf als geen ander. Gisteren verwierf het in Duitsland voor 18,5 miljard gulden een telecomvergunning voor UMTS. Luttele uren na afloop van de telecomveiling werd bekend dat KPN's partner Hutchison niet wil meebetalen aan de vergunning. Te duur, vindt het conglomeraat uit Hongkong. KPN neemt het aandeel van Hutchison in E-Plus, het gezamenlijke bied-vehikel in Duitsland, over.

Extra domper: het aantal concurrenten in Duitsland is hoger uitgevallen dan verwacht waardoor de winstmarges de komende jaren verder onder druk zullen worden gezet. De partijen moesten op twaalf `frequentie-blokken' bieden. Wie twee of drie blokken wist te bemachtigen, zou een vergunning krijgen. Door deze veilingmethode kon het aantal vergunningen uitkomen op vier, vijf of zes.

Veilingdeskundigen verwachtten dat T-Mobile, de mobiele telefonie-divisie van Deutsche Telekom, door zou bieden totdat het drie frequentie-blokken had bemachtigd. Zeker na het vertrek uit de veiling van Debitel, vorige week vrijdag, zag het er naar uit dat het samenwerkingsverband van het Spaanse Telefónica en het Finse Sonera (Group 3G gedoopt) het volgende slachtoffer zou worden.

T-Mobile besloot gistermiddag niet verder te bieden op drie blokken. Dat betekende het einde van de veiling. Volgens een woordvoerder van Deutsche Telekom wilde T-Mobile ,,een einde aan de waanzin'' maken. Had T-Mobil dit eerder besloten - bijvoorbeeld na het vertrek van Debitel - dan was de uiteindelijke opbrengst van de veiling - 111 miljard gulden - maar liefst 47 miljard gulden lager uitgevallen.

Grote verrassing van de veiling is Telefónica. De Spanjaarden slaagden er in april niet in om een Britse telecomvergunning te verwerven en Duitsland bood Telefónica een laatste kans om op Europees niveau mee te tellen. Het is niet onwaarschijnlijk dat T-Mobil zijn biedstrategie heeft aangepast uit pessimisme over de Spaanse volharding.

De grote Europese telecombedrijven (Deutsche Telekom, Britisch Telecom, France Telecom en Vodafone) hebben hun zinnen hoofdzakelijk gezet op de grote markten: Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk. Alleen France Telecom lijkt erop uit om in elk Europees land aanwezig te zijn. De Fransen zijn zelfs geïnteresseerd in een vergunning in Noorwegen, een land dat meeste partijen links laten liggen.

Terugkijkend hebben relatief kleine bedrijven als KPN en Telefónica een hele prestatie geleverd met het verkrijgen van een Duitse vergunning. In Frankrijk heeft Telefónica inmiddels een partner gevonden, Suez Lyonnaise des Eaux. Samen willen zij ook in België, later dit jaar, gaan bieden. In België worden vier vergunningen geveild. Acht partijen (waaronder KPN) hebben inmiddels belangstelling getoond.

Hoewel de verdeling van Franse vergunningen pas volgend jaar (in mei) zal plaatshebben, dringt de tijd voor KPN om een partner voor Frankrijk te vinden. Volgens de bestuursvoorzitter van KPN Mobile, Diederik Karsten, zijn de gesprekken met verschillende mogelijke partners in volle gang. De financiering zal voor alle partijen in Frankrijk minder problematisch zijn dan bij de Britse en Duitse miljarden-veilingen. De Franse regering heeft de prijs al vastgesteld: middels een `schoonheidswedstrijd' zal de regering vier vergunningen verdelen waarvoor de uitverkorenen elk 10,5 miljard gulden moeten betalen.