Het ware hart

Vraag iemand een hart te tekenen en tien tegen een dat hij volstaat met een driehoek, met twee afgeronde hoeken en een welving in de lijn daartussen. Hoewel men weet dat het hart er in werkelijkheid niet zo uit ziet, is het deze vorm die door iedereen wordt herkend. Hoe dat zo is gekomen is een centrale vraag in de studie The Shape of the Heart van Pierre Vinken, die naast uitgever ook kunsthistoricus en medicus is en daardoor de aangewezen persoon om een onderzoek als dit aan te vatten. Hij doet dat met grote kennis van zaken, waardoor het eerste deel van zijn boek een waar compendium is van teksten van antieke en middeleeuwse auteurs die zich over het onderwerp hebben uitgelaten en van werken van anatomen en kunstenaars die het hart in beeld hebben gebracht. De gecomprimeerd geschreven tekst en de vele, maar kleine illustraties versterken die indruk.

Vinken maakt duidelijk dat medici al sinds de Egyptische en Griekse oudheid op de hoogte waren van het werkelijke uiterlijk van het hart: een dennenappelvormige spier, die vanaf een brede basis ietwat taps toeloopt. Zo tekenden anatomen het en zo beeldden kunstenaars tot in het begin van de veertiende eeuw het af als ze het hart nodig hadden als attribuut van bijvoorbeeld een personificatie van Caritas, de barmhartigheid. Wanneer in de kunst van de middeleeuwen het `hart-icoon' zoals dat nu bekend is, voorkomt, dan staat dat niet voor een hart, maar is het een ornament, dat wil zeggen het geeft een blad weer of, op speelkaarten, een vaas. Pas vanaf 1320 veranderen afbeeldingen van het hart en gaan ze meer lijken op wat Vinken noemt, het `Valentijnshart'.

Een van de onverwachte conclusies waartoe Vinken komt, is dat deze ontwikkeling paradoxaal genoeg te verklaren is uit de toenemende anatomische belangstelling in dezelfde periode. Zo begon in Bologna, het toenmalige centrum van medische wetenschap, het onderwijs in de menselijke anatomie aan de hand van ontledingen. Maar met een voor de middeleeuwen typisch ontzag voor de autoriteit van antieke auteurs, zocht men eerder naar de bevestiging van wat zij geschreven hadden, dan naar materiaal voor nieuwe kennis. Aristoteles bijvoorbeeld, had geschreven over een derde kamer in het hart - een foutieve veronderstelling die al in de tweede eeuw voor Christus was afgestraft door Galenus. Maar de dertiende-eeuwse medici maakten zo diepgaand studie van Aristoteles dat ze overtuigd raakten van de aanwezigheid van een derde kamer. Die projecteerden ze vervolgens moeiteloos in de voor hen moeilijk te interpreteren resultaten van hun empirisch onderzoek. Dat zou ook de welving in de bovenkant van het hart kunnen verklaren, omdat die derde kamer in het midden kleiner zou zijn dan de twee andere. Zo kon het al langer bestaande hartvormige ornament, zoals dat werd gebruikt in decoraties, de betekenis van het echte hart overnemen en uitgroeien tot het moderne `hart-icoon'.

Vanaf omstreeks 1500 zou die vorm ook in de beeldende kunst gemeengoed worden en vanuit die optiek is het tweede deel van Vinkens studie opmerkelijk. Daar gaat hij in op de complexe betekenissen die het hart heeft in de beeldende kunst en in de literatuur van de nieuwe tijd. Vinken concentreert zich op een gedicht in zeven boeken, Hart-Spieghel waarvan de titel verwijst naar zowel die thematiek als naar de identiteit van de auteur, Hendrik Spiegel (1549-1612). Hart-Spieghel, postuum gepubliceerd in 1614, snijdt het oude thema aan van de grot van Plato, waarvan Spiegel verklaart dat die de vorm van een hart had, met alle symbolische verwijzingen van dien. Hoe hij zich dat voorstelde blijkt uit een prent van Jan Saenredam naar een verloren gegaan schilderij van Cornelis Cornelisz van Haarlem. Dat werk, waarvan Spiegel zelf de opdrachtgever moet zijn geweest, toont het interieur van Plato's grot. Op het eerste gezicht heeft de voorstelling weinig met een hart te maken, maar Vinken wijst erop dat een reconstructie van de plattegrond inderdaad teruggaat op de vorm van het hart zoals dat al door Galenus was beschreven. In tegenspraak met de ontwikkeling die is geschetst in het eerste deel van het boek, is het nu dus wel een anatomisch correct weergegeven hart dat aan de basis van een voorstelling ligt. Dat is een discrepantie waarvoor deze erudiete studie geen verklaring geeft.

Pierre Vinken: The Shape of the Heart. Elsevier. 208 blz. ƒ44,–

    • Bram de Klerck