Figuratieve doeken uit de collectie van `mevrouw Polak'

Overal was artistieke en maatschappelijke beroering in die late jaren veertig, begin vijftig, tot diep in de roemruchte jaren zestig nadien. Experimentele schilders en dichters, Cobra, de verpletterende entree van abstracte schilderkunst. Maar niet overal woedde de vernieuwing. In een stille Amsterdamse zijstraat maakte in 1967 de schilder Joop Sjollema een portret van een grande dame in de kunstzinnige en filosofische wereld, Henriette Antoinette Polak-Schwarz. Sjollema was toen zevenenzestig, Henriette Polak in de zeventig. Het stijlvolle portret met mevrouw Polak als een beschaafde vrouw met weemoedige ogen en opgetrokken wenkbrauwen stond in de traditie van de Nederlandse portretkunst, zoals die werd beoefend door Kees Verwey, Sjollema zelf, Kees Maks.

Van belang was het gespreksonderwerp tussen schilder en geportretteerde. Sjollema beklaagde zich erover dat er voor de klassieke, figuratieve schilderkunst geen enkele aandacht was, sinds het geweld van Cobra zelfs het Stedelijk Museum met een directeur als Willem Sandberg geheel had overvleugeld. Henriette Polak trok zich het lot van Sjollema en zijn collega's aan. Meteen het daaropvolgende jaar werd de Stichting Henriette Antoinette in het leven geroepen onder de hoede van mevrouw Polak. Zij stelde zich ten doel kunstwerken te verzamelen `waarvan de belangrijkheid tengevolge van tijdelijk heersende tendensen niet voldoende wordt onderkend'.

Het ging om figuratieve kunst na 1945. In de beoordelingscommissie tot aankoop namen naast Sjollema zitting de schilders Otto de Kat en Harry op de Laak en twee beeldhouwers, Piet Esser en Han Wezelaar. De laatste drie waren als hoogleraar verbonden aan de Rijksacademie in Amsterdam. Sjollema handelde uit de verdediging; hij zag de figuratieve schilderkunst bedreigd door de abstracte. Hij leefde in de geest van de renaissance. Een kunstenaar moest `temidden van chaos, duisternis en catastrophen iets goeds en iets zuivers uit dit leven destilleren'. Kortom: hij zocht naar `de wetten van harmonie' en naar `tijdloze schoonheid'.

Het aloude twistpunt: figuratief of abstract, kop of munt. De eerste jaren verwierf de Stichting werk van Johan Buning, Kees Maks en Kees Verwey. Dit drietal zette de toon voor de verzameling Henriette Polak die, een jaar na haar dood, in 1975 onderdak vond in haar geboortestad Zutphen. Ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan is in het museum de tentoonstelling Vormen van Figuratie te zien. Het statige middeleeuwse woonhuis annex achterhuis, `De Wildeman' geheten, aan de Zaadmarkt biedt in verschillende zalen de traditionele, figuratieve genres: stilleven, portret, vrouwelijk naakt, landschap. De schilderijen worden afgewisseld met beelden, onder andere door Charlotte van Pallandt.

Meteen bij binnenkomst is er, naast een sfeervol en sprekend stilleven van Johan Buning, een ingetogen, uit zacht-zuidelijke tinten en vlakken opgebouwd werk dat de aandacht trekt. Toch abstract! Van Constant, een van de Cobra-schilders, kocht de commissie Stilleven aan uit 1946. In het midden is een lichte klok herkenbaar, omsloten door donkerder kubistische vormen die op schoenen lijken. De jonge Constant was allerminst gelukkig met de aankoop. Hij wilde niet ingelijfd worden bij een kamp, dat zich afzette tegen de stijl die hij en zijn makkers voorstonden. Toch is het een prachtige combinatie, dit lichte Cobra-werk naast het donkerder-expressionistische stilleven met rode doek en fruitschaal van Buning, bijna dertig jaar ouder dan Constant. Verwey kenschetste Buning eens treffend als een `krachtige knaap, naar lichaam en geest twintigste eeuws, en een schuchtere zieke dichter van de negentiende eeuw'.

Hiermee zet de individualist Verwey het uitgangspunt op losse schroeven: het gaat om kunstwerken en kunstenaars, niet om stromingen. Zo maakte Hens van der Spoel een vitaal en krachtig opgebouwd Stilleven dat een doodsaai en ongeïnspireerd Stilleven van Theodoor Heynes of een al te ansichtkaartblauw geschilderde Val van Icarus door Nicolaas Wijnberg moeiteloos verdringt. Hoewel Kees Maks met Spaanse danseres uit 1924 niets met `figuratieve kunst na 1945' te maken heeft, behoort het tot de hoogtepunten van de collectie: de danseres Soto Mayor in dynamische gouden en rode gloed, de armen geheven.

In de landschapskunst vallen de in Zuid-Frankrijk geschilderde werken van Wim Oepts op. Kleurrijke vlakken in rood, terracotta, okergeel en blauwzwart roepen een sfeer op van oneindigheid en massiviteit, net zoals het landschap zelf. Voorzichtig laat Oepts het kubisme toe, maar de herkenbaarheid van huizen, bomen, akkerland, bergen op de achtergrond blijft.

De Friese schilder Gerrit Benner met zijn bijna abstracte wolkenluchten en landerijen in felgele banen, rode vlakken en blauwe windsels daardoorheen lijkt door Oepts geïnspireerd. Beiden creëren een enorme ruimte. Een krachtige eenling is Herbert Fiedler die met Park uit 1938 een zwiepend expressionistisch schilderij maakte, waarin donkere, grillige bomen in dramatisch contrast staan tot de besneeuwde grond. Een huis met blinde, zwarte ramen kijkt uit op dit winterse tafereel.

Naarmate de jaren vorderen, verbrokkelt en verwatert de collectie Henriette Polak. Het elan is uit de figuratie. De werken verliezen aan zeggingskracht en vooral temperament. Een kleinood als Tuin met pomp van Herman Kruyder doet ineens weldadig aan temidden van het picturale maar nogal lege geweld van Kees van Bohemen of Pieter Defesche. In de jaren negentig is het museum zelfs penningen en gelegenheidsgeschenken gaan verzamelen.

Figuratie is een goede opzet, maar als stroming zoals weergegeven in Museum Henriette Polak is de bewijskracht echter te gering. Olieverven maken plaats voor lichtere genres als aquarel en gouache. Arie Kater durfde nog om in 1972 zichzelf als wellustige schilder èn voyeur af te beelden in Zelfportret met model. Ook Theo Kurpershoek kiest met zijn Naakt in interieur voor de dwingende expressie van een eenzame vrouw naast een theepot zonder deksel en een fruitschaal. Dat verdwenen deksel is het raadsel van dit figuratieve schilderij, dat hiermee meteen boven elke begrenzing uitstijgt. Het heeft niets met Sjollema's `tijdloze schoonheid' van doen; het is ijzig triest.

Tentoonstelling: Vormen van Figuratie. 25 jaar Museum Henriette Polak in Zutphen. T/m 17/9. Openingstijden: di-vr 11-17u; za-zo 13.30-17u. Catalogus met bijdragen van H. Buijs, F. Hoekstra e.a. ƒ 34,50.

    • Kester Freriks