Eeuwig zingen de moeders

De Zweedse toneelschrijver August Strindberg dwingt een nieuwe generatie Scandinavische schrijvers tot weerwoord en tegenspraak. Voor Strindberg was het huwelijk een `hels verbond'. Moeders die zelfstandig wilden zijn, ontwrichtten het gezin. De loden last van het huwelijk als literaire goudmijn.

Aldoor weer die generaties van grootouders, ouders en kinderen, de conflicten van zusjes onder elkaar, de ruzies tussen moeders en dochters. En telkens weer huwelijken en huwelijkscrises, echtscheiding, echtelieden die elkaar verlaten, mannen die 's avonds na het werk de krant lezen en wie weet eerder op die dag overspel pleegden, vrouwen die ervoor moeten zorgen dat het huis aan kant is, de boodschappen gedaan, de tafel gedekt. De Scandinavische literatuur, en ook de film- en toneelkunst, is er een van de micro-kosmos van het gezin en het huwelijk. Toneelschrijvers als Henrik Ibsen en August Strindberg hebben geen ander thema. Regisseur Ingmar Bergman, die zich bij herhaling schatplichtig heeft betoond aan Strindberg, bracht met films als Scènes uit een huwelijk, Herfstsonate en Fanny en Alexander verbitterde en verbroken huwelijks- en gezinsverhoudingen in beeld. De kapotte, overgeëmotioneerde liefde die Bergman in Herfstsonate toont, herinnert aan het toneeldrama Spooksonate van Strindberg. Ook hierin klampen een man en een vrouw zich aan elkaar vast, tegen beter weten in. Zij doen hun ogen dicht voor de afgrond die tussen hen gaapt.

Als geen ander ontleedt de Zweed Strindberg (1849-1912) in zijn toneelwerk en romans de dubbelhartigheid van menselijke afhankelijkheid, de fatale double bind. Niet langer van iemand houden en tegelijk niet zonder hem of haar kunnen. Het toneelstuk Freule Julie is het toonbeeld van het zoeken naar gevaar in een liefdesverhouding. De welgestelde freule vergooit zich tijdens een euforische midzomernacht aan een knecht. Bewust kiest zij hem, en geen gelijke. Zo kan zij als freule macht over hem uitoefenen, en daarvan geniet zij. Anderzijds raakt zij verslaafd aan het verbodene: haar lichamelijke hartstocht voor deze in maatschappelijk opzicht laag geplaatste man. Zij kan niet meer terug.

De afgelopen jaren maakt de Scandinavische literatuur een grote bloei door. Romans als Zwart water van Kerstin Ekman, Smilla's gevoel voor sneeuw van Peter H⊘eg en Stilte in oktober door de Deense schrijver Jens Christian Gr⊘ndahl bieden een mengeling van stilistische kracht, spanning als van een beklemmende thriller en bovendien een nauwgezette weergave van relaties tussen mannen en vrouwen. Het zijn caleidoscopische boeken, waarin de auteur hoog inzet. De wereld, vaak ondoorgrondelijk en duister, moet verklaard worden. Dat geldt in sterke mate voor Ekman en H⊘eg. Zij creëren romans in de traditie en met het analytische vermogen van Ibsen, Strindberg en Bergman. Zij ontleden zielenroerselen, menselijke drijfveren, emoties. Zij onderzoeken de plaats van de vrouw in het huwelijk en de samenleving, zoals H⊘eg doet met Smilla. Of zij plaatsen de fragiele mens tegenover de onverschillige onherbergzaamheid van de noordelijke natuur, zoals Ekman in Zwart water. Opmerkelijk is dat elk cynisme in deze boeken ontbreekt. Betrokkenheid bij het leven van de `breekbare mens', zoals Ekman het stelt, is van groot belang. In een interview in deze krant expliciteerde ze haar standpunt: `Onze greep op de wereld om ons heen is zwak. Veel wat we zeggen is onzinnig.'

Trilogieën

De Scandinavische literatuur is er altijd een geweest van trilogieën en saga's, familiegeschiedenissen die zich afspelen in een ruige omgeving van eeuwig zingende bossen, donkere fjorden en winden die om rotsen waaien, van mensen die in afgelegen boerderijen of verlaten boerenhoeven op elkaar zijn aangewezen. Met alle gevolgen vandien. De schrijster Marianne Fredriksson die met Anna, Hanna en Johanna, een boek over drie generaties vrouwen, overweldigend veel aandacht kreeg, sluit zich nadrukkelijk aan bij deze literaire traditie. Zij verbaast zich erover dat een schrijfster als Margit Söderholm met boeken als De gebroeders Anckarberg en Wolken boven Hellesta niet de waardering in de literatuurgeschiedenis krijgt die zij verdient. Voor haar is zij geen `schrijfster voor vrouwen', maar een auteur die de generatietrilogie heeft ontwikkeld en op niveau gebracht.

Anna, Hanna en Johanna is een trilogie samengebald tot een roman. De drie vrouwen, een grootmoeder, moeder en dochter, zijn elk op hun manier bepaald door de maatschappelijke en sociale omstandigheden van hun tijd. Het leven van de grootmoeder reikt terug tot het eind van de negentiende eeuw; de moeder leeft in de eerste helft van de twintigste en de dochter, Anna, groeit op in het naoorlogse Zweden. De grootmoeder symboliseert het leven waarin de oeroude wet van eeuwige trouw geldt. De dochter in het vrijgevochten Zweden van de jaren zeventig, ziet zich geconfronteerd met echtscheiding en trouweloosheid. Een kernpassage van het boek, die rechtstreeks herinnert aan Strindberg, legt Fredriksson in de mond van Anna: `Ze leefden zoals mannen door de eeuwen heen hadden gedaan; ze werden af en toe verliefd, en hadden soms korte relaties. Maar allebei hadden ze een kind, vrije kinderen, die het spel in de duivelse driehoek van vader, moeder, kind niet hoefden te spelen.'

Voor Anna bestaat er geen leven op vaste grondslag. Het ritme van de natuur, het huwelijk met een jongeman uit het dorp, het krijgen van kinderen, hen laten opgroeien in de beschutting van het gezin en de ouderdom bieden haar niet de zekerheid zoals die gold voor haar grootmoeder en, in mindere mate, voor haar moeder. Voor Anna is het familieleven niet paradijselijk maar `een duivelse driehoek'.

Een vergelijkbare gedachte komt voor in een brief die August Strindberg in juli 1902 richtte aan zijn echtgenote, de moeder van zijn dochter, die hij `de kleine' noemt. Juist door de komst van het kind liep het huwelijk op de klippen, een motief dat we in tal van hedendaagse Scandinavische romans tegenkomen. Strindberg schrijft in Verslag van twee huwelijken: `Mijn gevoelens voor Jou en de kleine zijn volledig onveranderd, hoewel de angst voor de scheiding me verlamde! Maak je eens een voorstelling van de kwellingen die me te wachten staan! en die al begonnen voordat het kind kwam en Jij je vertrek aankondigde. Ik was eerst van plan me niet zo sterk aan het kind te hechten, zodat ik later minder zou lijden; maar ze was onweerstaanbaar. En nu zit ik hier!' (Vertaling: Stella Bromet.)

In de pasverschenen roman Vader onbekend van de Stockholmse schrijfster en filmregisseuse Marianne Ahrne is een motto opgenomen uit het toneelstuk De vader van Strindberg. Het luidt: `Je zult maar één gedachte hebben, en die is het kind van mijn gedachte, je zult maar één ziel hebben, en die is van mij.' Dit eerbetoon aan Strindberg geeft een tragische kijk op de verwikkelingen in het boek. Ahrne vertelt het relaas van het zeventienjarige meisje Marianne – dezelfde voornaam als zijzelf – die op zoek gaat naar haar onbekende, ogenschijnlijk voorgoed uit haar leven verdwenen vader. Het enige dat ze van hem weet is zijn naam en adres, en het feit dat hij als joods vluchteling een kortstondige relatie met haar moeder heeft gehad. Uiteindelijk, na vele omzwervingen en vernederingen door mannen die haar willen helpen, vindt zij haar vader, een kunstliefhebber. Maar hij onttrekt zich voortdurend aan haar. Ze houdt een dagboek bij waarin zij haar grote afhankelijkheid van deze man beschrijft. Haar zoektocht naar de vader behelst meer dan het vinden van de juiste man die op het juiste adres blijkt te wonen en de deur opent, niet wetend wie voor hem staat. Marianne wil met zichzelf en met de mannen uit haar leven in het reine komen. Dat kan pas wanneer zij haar onbekende vader heeft gevonden.

Helse verbond

De ironie van het Strindberg-citaat is verstrekkend. Strindbergs gedachten over de altijd weer heftige en meedogenloze strijd tussen de seksen, dat `helse verbond' zoals het heet, kregen voeding aan het eind van de negentiende eeuw door de opkomst van de vrouwenbeweging. Hij was een verklaard tegenstander van vrouwen die én het moederschap wilden vervullen én een carrière wensten. Hierdoor, zo meende hij, werd het gezin ontwricht. Met woede geladen brieven en toneelstukken schreef hij erover, zoals De vader uit 1887. Zijn grootste grief gold een andere toneelschrijver, de Noor Ibsen, die met Het Poppenhuis en Hedda Gabler juist wel de onafhankelijkheidsbeweging van de vrouwen steunde. Strindberg droomde van een `door liefde gesanctioneerde wereld van man, vrouw en kind' maar moest ontdekken dat die driehoek een duivelse was. Hij stortte mentaal ineen en schreef De vader waarin de man, een ritmeester, geobsedeerd wordt door de angst dat zijn dochter helemaal niet van hem is, maar van willekeurig welke man. `Je weet nooit iets', is het refrein van de agressieve en wanhopige vader. Uiteindelijk krijgt hij, gek geworden, een dwangbuis omgesnoerd. Hij roept uit: `Waarom liet je me dat kind niet doodschieten? Het leven is immers een hel, de dood een hemelrijk, en de kinderen horen in het rijk des hemels.'

De Marianne uit Vader onbekend ondergaat op haar manier een vergelijkbare hel, en daarom is het motto zo scherp gekozen: ontkent Strindbergs ritmeester zijn dochter, het meisje Marianne wil niets liever dan dat haar vader uitkomt voor zijn vaderschap. Pas dan vindt zij het zo verlangde houvast in haar leven. Aan het slot, haar vader is inmiddels overleden, is zij tot dezelfde rusteloosheid veroordeeld als de ritmeester. Ze schrijft weliswaar, alof ze zich bevrijd voelt: `Mijn vader stond niet meer in de weg.' Maar meteen daarop volgt de onheilspellende mededeling: `Hij had het verlangen dat in mij brandde maar dat geen bestaansrecht had, altijd veroordeeld.' De onbekende vader en de dochter die voor de vader een onbekende is: zelden liggen toneelstuk en roman zo betekenisvol in elkaars verlengde.

Marianne Ahrne regisseerde films, de Deen Jens Christian Gr⊘ndahl volgde een opleiding tot filmregisseur. Voor Marianne in Vader onbekend biedt het toneel zicht op de ingewikkeldheden van het leven. De vrouwelijke hoofdpersoon Lucca uit Gr⊘ndahls gelijknamige roman, zo genoemd naar de Toscaanse stad, is actrice. In de wereld van kunstlicht en kostuums, van geleende teksten in film en theater, voelt zij zich thuis. Veel geluk kan ze echter niet aan haar kunst ontlenen: de roman begint met een auto-ongeluk waarbij zij blind wordt en een deel van haar geheugen verliest. Vlak voor het ongeval kreeg zij van haar man te horen dat hij van haar wilde scheiden. In het ziekenhuis komt zij onder behandeling van een chirurg, ook gescheiden, vader van een dochter van twaalf die hij slechts met tussenpozen ziet. De zwaar gewonde vrouw en de chirurg, Robert, voeren nachtenlange gesprekken waarin haar geheugen langzaam terugkeert. Eerder verscheen van Gr⊘ndahl de roman Stilte in oktober, en dit tweede boek heeft dezelfde thematiek. Stilte in oktober gaat over de speurtocht van een man wiens vrouw bij hem is weggelopen en die hij opnieuw probeert te winnen. In Lucca wil de dokter de vrouw, op wie hij verliefd wordt, haar leven en herinneringen teruggeven. Maar dat mag niet met gedetailleerde overdaad, want Robert wil de plaats van de ex-man innemen, een beroemd regisseur. Vanuit doktersroman-thema vertakt zich een boek over een generatie van mannen en vrouwen halverwege de dertig tot diep in de veertig die allemaal een of meerdere malen getrouwd zijn geweest, kinderen hebben en richtingloos hun leven leiden, van de ene kortstondige relatie in de andere duikend.

Nergens vinden ze geluk of vervulling. Ze houden onmiskenbaar van kunst; heel wat symfonieën en opera's klinken door de roman, toneelvoorstellingen worden bezocht, films besproken. Een gedistingeerd gezelschap van ontwortelden. Zij missen in hun ongeluk de woede en verbittering, zoals Strindberg die kon verwoorden. Zij ontberen zijn irrationaliteit. Het is bijna onvermijdelijk dat hij, Strindberg, ter sprake komt, met name diens stuk De vader. Gr⊘ndahl laat de inmiddels herstelde Lucca zeggen tegen een regisseur, die het op de planken gaat brengen: `Ze aarzelde even en zei toen dat Strindberg het moeilijk moest hebben gehad met vrouwen. (...) Strindberg was een in de steek gelaten kind, iemand die als volwassene de moederschoot vervloekte waaruit hij was verbannen.' Hierop antwoordt de regisseur: `De moeder was je vriend, maar de vrouw was je vijand... Verdomd banaal, maar zo was het nu een keer. Daarom was de ritmeester zo in de ban van het moederschap. En daarom gaat hij te gronde, omdat hij niet zeker weet of hij je vader is.' Hierop krijgt actrice Lucca een schok: zij bezocht de regisseur juist om de betwiste dochter van de ritmeester te spelen. Deze ritmeester `leed ook omdat het leven en het vermogen om dat door te geven in Strindbergs wereld uitsluitend aan vrouwen toebehoorden'.

Dit is een weinig opzienbarende regisseursgedachte. Angst voor scheiding van vrouw en kind, zoals Strindberg het uitdrukt in de brief uit 1902, is vele malen sterker. Uit deze passage blijkt de kloof tussen een laat negentiende-eeuwer als Strindberg, voor wie het leven strijd was, en welgestelde, verwende volwassenen uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Hun reden tot echtscheiding heeft niet met angst of teleurstelling te maken, maar met een vaag en onbestemd gevoel van onbehagen en richtingloosheid. Gr⊘ndahl formuleert die leegheid treffend als een hedendaags ennui: `Het waren niet enkel de sleur, de onvermijdelijke beslommeringen wanneer je een kind kreeg. Het was iets anders, iets wat dieper wortelde. Een gemis waar hij geen woorden voor had.'

Eenzaamheid

In Zweden vraagt 70 procent van de vrouwen echtscheiding aan. Dat zou een sociologische verklaring kunnen zijn voor de de telkens herhaalde thematiek van deze romans. In dit opzicht vervult de Zweedse literatuur, en dan vooral van vrouwelijke auteurs, meer dan de Finse of Noorse, een dominante rol in de Scandinavische cultuur. Net als Fredriksson verklaart schrijfster Majgull Axelsson van Aprilheks dat dit hoge aantal voortkomt uit de eenzaamheid van de Zweedse vrouw. Zij is geïntrigeerd door de grote afstand die er bestaat tussen de moeders uit de jaren twintig en de huidige moeders. In een interview zei ze: `Ik heb me altijd vrolijk gemaakt over Strindberg en zijn gedoe met vrouwen die onafhankelijk willen zijn. Een man als Strindberg doet wat zoveel mannen in Zweden doen: hun eigen piramide, hun Parnassus bouwen. Maar ze vergeten dat er de laatste halve eeuw ongemeen veel veranderd is in de Zweedse maatschappij. De reflectie op het leven komt van de vrouwen. Zij schrijven boeken over de verhouding tussen moeder en dochter, tussen zussen onderling.' Ibsen, Strindberg en Bergman beklemtonen steeds weer dat ene thema: het gezin. De vraag die schrijvers na hen als Gr⊘ndahl, Marianne Ahrne en Axelsson zich stellen, is: `Maar wat is tegenwoordig een gezin?' Robert uit Lucca stikt van het schuldgevoel als hij naar zijn dochter kijkt die voor de televisie zit, of als hij haar na twee weken weer op bezoek krijgt. Het lijkt of ze ondertussen is gegroeid. Vroeger ervoeren ouders dat nooit. Die waarneming was voorbehouden aan grootouders of tantes, als die de kinderen een tijd niet gezien hadden.

Axelssons Aprilheks gaat over een meisje, Desirée, dat wegens haar handicap door haar moeder is opgeborgen in een inrichting. Plots komt ze erachter dat haar moeder drie kinderen heeft aangenomen, stiefdochters. De aanwezigheid van die zusjes moet de gehandicapte leren aanvaarden, al barst ze in het begin van woede en jaloezie op hun voortvarende levens en beraamt ze schitterende wraakacties. Haar boosheid lijkt op die van de ritmeester uit De vader. Hij zegt steeds gruwelijker dingen. Over vrouwen die als tijgerinnen zijn. Of dit beeld over de strijd tussen man en vrouw: `Als het zover komt dat een man die van zijn vrouw hield, haar aanbad, een brandende lamp grijpt en haar daarmee in het gezicht slaat, dan weet je het!' Tegen zijn dochter roept hij uit: `Ik ben een menseneter en ik eet je op.'

De zwarte demonie van Strindberg, zijn onvrede over het onrecht dat vrouwen hem naar zijn oordeel aandeden nodigt een nieuwe generatie Scandinavische schrijvers uit tot weerwoord. Van Ibsen, die het feminisme toejuichte, vinden we geen spoor terug in de romans van de laatste jaren. Dat komt omdat Strindberg, meer dan Ibsen, een zoeker was naar geluk. In de liefde. In het huwelijk. Dat vond hij niet. Evenmin als de hoofdpersonen in de boeken van Ekman, Ahrne of Gr⊘ndahl. De een na de ander bevindt zich in liefdesperikelen of voelt zich opgesloten in de gevangenis van vader, moeder, kind. Strindberg heeft een loodzware erfenis achtergelaten. En toch is zijn verlangen ondanks alle razernij even eenvoudig als een blauwe hemel: `Ik stel vrede voor.'

Marianne Ahrne: Vader onbekend. Vertaald uit het Zweeds door Bertie van der Meij.

Meulenhoff, 255 blz. ƒ39,50

Jens Christian Gr⊘ndahl: Lucca. Vertaald uit het Deens door Gerard Cruys. Meulenhoff, 398 blz. ƒ47,50

Majgull Axelsson: Aprilheks. Vertaald uit het Zweeds door Janny Middelbeek-Oortgiesen.

De Geus, 480 blz. ƒ49,90

    • Kester Freriks