De Manticora, de menseneter

In de tovenaarswereld van Harry Potter komen veel magische dieren voor. Hebben die fabeldieren ook in de Dreuzelwereld gewoond? Frans van der Helm zocht voor het Potterhoekje in eeuwenoude beestenboeken.

,,Kijk, een Manticora mishandelde iemand in 1296, en ze lieten de Manticora gaan – o – nee, dat was alleen omdat iedereen te bang was dichtbij hem te komen'', zeggen Harry , Ron en Hermelien tegen elkaar, als ze oude boeken napluizen op straffen voor gevaarlijke dieren. In HP3 (De Gevangene van Azkaban) willen ze immers de Griffioen van Hagrid vrijpleiten?

De gruwelijke Manticora heeft echt bestaan, als je oude Dreuzelschrijvers moet geloven. Maar hoe zag hij eruit? Er zijn verschillende meningen. Wat is echt waar? En wat zijn verzinsels?

Met dieren die vroeger maar door heel weinig mensen gezien waren, weet je het maar nooit. Als Dreuzels dingen aan elkaar door gaan vertellen, gaat er veel fout. Zeker als ze dat door de eeuwen héén doen, en steeds wat overschrijven en er iets bijverzinnen. We weten dus niet precies hoe de Manticora eruit ziet.

In 1607 was hij er nog: daar zijn nog plaatjes van in oude beestenboeken die monniken maakten. In een nog veel oudere dierenencyclopedie staat: ,,In Indië wordt een dier geboren dat MANTICORA heet. Het heeft drie rijen tanden die beurtelings samenvallen; het gezicht van een man, met glimmende, bloedrode ogen; het lichaam van een leeuw; een staart als de stekel van een schorpioen, en een schrille stem die zo sist dat hij lijkt op het geluid van fluiten.'' De Engelse monnik uit de twaalfde eeuw, van de abdij van Revesby in Midden-Engeland, voegde er aan toe: ,,Hij hunkert hoogst roofzuchtig naar mensenvlees. Hij is zo krachtig ter been, zo sterk in zijn sprongen dat de ruimste ruimte noch het hoogste obstakel hem kan bedwingen.''

Toe maar. Waar doet hij door dat laatste aan denken? Aan een tijger. Maar dat klopt natuurlijk weer niet met het mensengezicht, de staart en het geluid. Sommigen mensen denken daarom achteraf dat het ging om een geheimzinnige mengvorm van mens en tijger, zoals je ook weerwolven hebt. Een weertijger.

`Ging'. Want in de gewone wereld hoor je nog maar heel af en toe van hem. Hij is er nauwelijks meer. Jammer. Want spectaculair is hij wel. Volgens een enkeling was zijn stekelstaart giftig, zoals die van een schorpioen. Maar bij de meeste Manticora's die beschreven zijn zat het anders in elkaar. De gemiddelde Manticora had een staart als een stekelvarken. Niet als de staart van een stekelvarken, maar als het stekelvarken zelf. Die zware bol sloeg hij zwaaiend in de tegenstander. Stekels die daarin achterbleven, groeiden later gewoon weer aan.

Nog geen eeuw geleden, in 1930, kreeg een Engelsman de schrik van zijn leven. Hij was op reis in een afgelegen deel van Spanje, in Andalusië. Daar werd hij opeens aangevallen en achternagezeten. Niet door een Manticora. Door dorpelingen die hem aanzagen voor een Manticora. Hij was dan wel een Engelsman, maar zo raar zag hij er toch ook weer niet uit. Misschien had hij een vervaarlijke baard. En een grote mond. Die Spaanse mensen wìsten dus nog wel van de Manticora, uit misschien al heel lang doorvertelde verhalen. Maar hoe die er precies uitzag wisten ze niet meer. Je kunt dus zeggen dat die echte Manticora ook daar al een tijdje niet meer voorkwam. Met die Engelsman liep het trouwens wel goed af. Hij kon het tenminste navertellen.

Manticora's en andere menseneters vallen nogal op in hun omgeving. Als ze er zijn, weet iedereen ervan. Menseneters van tegenwoordig zijn meestal vrij gewone dieren. Zoals tijgers, leeuwen of krokodillen. Die hebben soms bij toeval geleerd dat mensenvlees lekker is. Dat zijn er al niet veel, terwijl er toch heus mensen genoeg zijn. En van die Manticora hoor je haast niets meer. Alleen op Haïti – daar zijn de mensen ervan overtuigd dat de Manticora nog leeft. Ze vertellen er elk jaar bloederige en geheimzinnige verhalen over.

    • Frans van der Helm