Bianca deliciosa!

Italianen, de mensen die wonen in het land in de vorm van een hele grote laars, praten de hele dag over eten. Ook als ze geen honger hebben. En als ze er niet over praten denken ze eraan.

Italiaanse kinderen niet. Die denken alleen maar aan eten als ze met hun ouders naar het restaurant gaan. De vaders en de moeders gaan eerst heel lang in het menu zitten lezen en met de obers praten. `Is dit wel lekker en is dat wel vers', vragen ze. Heel serieus. De obers praten heel ernstig terug. `Ja, dit is vers en dat is lekker', zeggen ze.

Als de grotere mensen hebben gekozen komen de kinderen aan de beurt. `Pasta!' zeggen de kinderen. Dat is spaghetti of macaroni, lang of kort, dik of dun. `Pasta bianca?', vraagt de ober. `Ja', zeggen de kinderen. Omdat ze dat het allerlekkerst vinden. De vaders en de moeders vinden het allang goed. Die denken alleen maar aan dikke sauzen of geurige zeeschelpen over en in hun pasta.

Daar komt de pasta voor de kinderen. Het eerste klaar omdat het zo eenvoudig is. Gewoon, warme gekookte spaghetti en daar een dikke klont boter doorheen. Vers geraspte kaas, van die brokkige Parmezaanse, er bovenop. Niets anders. `Deliciosa!' roepen de kinderen. De ouders willen alvast een beetje meesnoepen.

Dat vinden de kinderen wel goed, maar teveel mag niet. Hadden ze zelf maar pasta bianca moeten bestellen. Soms zie je in een Italiaans restaurant wel eens een vader en een moeder zonder kinderen. Die zitten samen in het geheim pasta bianca te eten. `Deliciosa!', zeggen ze tegen elkaar. Ze eten hun vingers er bijna bij op. Net als toen ze kinderen waren.