Bankaandeel wordt maatstaf

Zelfvertrouwen kan topman Groenink van ABN Amro niet worden ontzegd. De doelen die de bank zich gisteren in het openbaar stelde zijn niet eenvoudig te bereiken.

Unilever begon er in Nederland mee, en nu doet ABN Amro het ook: het in het openbaar afmeten van de eigen prestaties aan die van de concurrentie door te kijken naar de ontwikkeling van het aandeel. Dat het gebeurt is zeker niet nieuw, maar dat de buitenwereld kan meekijken getuigt van zelfvertrouwen.

ABN Amro, zo zei topman Groenink gisteren, hanteert daarvoor een peer group van twintig concurrerende banken. De lijst oogt even ambitieus als het plan zelf: de Britten Barclays, Lloyds TSB en HSBC, de Amerikaanse banken Chase Manhattan, Citigroup, Bank One en Wells Fargo, de Zwitsers Credit Suisse en UBS, de Fransen Société Générale en BNP Paribas, uit Spanje BBVA en BSCH, één Scandinaviër en ING uit Nederland – dat gezien zijn verzekeractiviteiten niet helemaal in het rijtje thuishoort. Uit Duitsland zijn er Hypovereinsbank en Deutsche Bank, en uit de VS komen twee leden van de Amerikaanse bulge bracket: de zakenbanken Merrill Lynch en Morgan Stanley.

ABN Amro hanteert als methode de zogenoemde total shareholder return (TSR): het rendement op basis van herbelegging van uitgekeerd dividend. Tot nu toe, zei Groenink gisteren, nam de bank een tiende positie in tussen de overige twintig peers. Straks moet dat een vijfde positie zijn.

Een berekening op de methodiek die ABN Amro zal gaan hanteren vanaf 2005 – het voortschrijdende gemiddelde rendement van het aandeel bij herbelegging van dividend over een periode van 4 jaar, bevestigt de positie van ABN Amro als par inter pares, gelijke onder zijn gelijken: de bank staat op de tiende plaats. Ook is te zien hoe moeilijk het wordt om bij de top-vijf te komen. Het gat tussen met name de Amerikanen aan de top en de rest is groot.

Om de top-vijf te bereiken moet bij ABN Amro de eerstvolgende vier jaar vanaf eind dit jaar de winstgroei per aandeel naar gemiddeld 17 procent per jaar, en het rendement op het eigen vermogen naar 25 procent. De heroriëntatie van ABN Amro naar drie strategische business units en forse kostenbesparingen, die vanaf 2005 ten minste 600 miljoen euro per jaar moeten opleveren, moeten de bank helpen.

Zo zal een investering zich, als alles goed gaat, vrijwel verdubbelen: viermaal een winstgroei van 17 procent achtereen komt op een samengestelde winstgroei van ruim 87 procent. ABN Amro zal natuurlijk hopen dat het hier niet bij blijft: een hoge winstgroei zal, consequent en geloofwaardig volgehouden, kunnen leiden tot een hogere waardering van die winst door beleggers. Los van een koersstijging met 87 procent die uit de winststijging voortvloeit zou het aandeel ABN Amro dus nog harder kunnen stijgen – of beter overeind blijven dan de aandelen van de peers als het beursklimaat zou omslaan.

De methodiek is niet zonder risico: persoonlijk heeft het management ongeveer de helft van zijn bezoldiging in contanten gekoppeld aan het al dan niet behalen van het doel bij de eerste vijf te komen. En evenals het succes zal het falen van de strategie straks voor de hele wereld zichtbaar zijn. Unilever, dat in 1998 met vrijwel extact dezelfde methode als ABN Amro begon, wilde horen bij de beste 33 procent uit zijn peer group van twintig concurrenten. Zoals uit de presentatie van de jongste jaarcijfers bleek hoorde Unilever daar in 1997 nog niet bij (tiende plaats), in 1998 nog nèt niet (zevende plaats) maar in 1999 wel (zesde plaats). Sindsdien gaat het helemaal niet goed met het aandeel Unilever, en de buitenwereld kan nu zien hoe het management van het concern faalt: bij het laatste door Unilever naar buiten gebrachte ranglijstje is het gezakt tot plaats dertien van zijn peer group – een strubbelende middenmoter.

Als het wél lukt, dan worden de aandelen ABN Amro een sterke take-over currency: een door beleggers gewild en geaccepteerd betaalmiddel voor overnames. Groenink mag al niet klagen. Sinds zijn aflossing van J. Kalff als bestuursvoorzitter is het aandeel met een kwart gestegen, nadat het tweeëneenhalf jaar nogal last had van windstilte. Mocht de strategie een succes worden dan zou het rijtje van peers straks aardig kunnen worden uitgedund. En niet in de laatste plaats door toedoen van ABN Amro zelf.

    • Maarten Schinkel