Trimmen tot je erbij neervalt

Nederlandse jongeren doen met de Eendracht, een driemastschoener, mee aan een race van Halifax naar Amsterdam. Op Sail 2000 zal het schip te zien zijn.

Laatste aflevering van een driedelig reisverslag.

De storm is gaan liggen, de zwemvesten worden opgeborgen. De Eendracht overleeft het zware weer zonder ernstige schade, slechts twee zeilen gescheurd. Een zeilschip uit de C-klasse (de kleinere schepen) heeft haar mast gebroken en moet op de motor terug naar Halifax.

Over de radio horen we ook dat op een schip iemand door de hoge deining is gevallen en zijn been heeft gebroken. De Kruzensthern, een groot Russisch schip uit de A-klasse neemt de gewonde aan boord. De `Race Control' beloont de Kruzensthern met een gunstigere handicap. Dit betekent dat het makkelijker wordt voor haar om de reis te winnen.

De handicap is een `time correction factor' (TCF), onder andere gebaseerd op scheepslengte, zeiloppervlak, tonnage en leeftijd. Met de TCF wordt de tijd vermenigvuldigd die een schip nodig heeft om van start naar finish te zeilen. Niet alle schepen zijn even snel, maar de handicap geeft elk schip een kans te winnen. De schepen zijn in drie klassen ingedeeld: klasse A, B en C. In de A-klasse varen alle dwarsgetuigde schepen vanaf 36,6 meter en alle langsgetuigde schepen (zoals de Eendracht) vanaf 48,8 meter. In de B-klasse varen schepen tussen de 30,5 en 48,8 meter en in klasse C varen de kleinste schepen.

De Eendracht wordt nu op de hielen gezeten door een hogedruk gebied: en dat betekent: geen wind. Het schip zeilt met een sukkelgangetje voor de wind op de finish af. Het is zeilen voor gevorderden: constant zeilen trimmen om zoveel mogelijk vaart maken. Trainees en bemanningsleden ruiken de stal. Elke halve knoop die we harder gaan is welkom.

Er verschijnt een stip op de radar. Volgens de stuurman van de wacht is het de Amerikaanse Pride of Baltimore (B-klasse). Ze is nog heel ver weg, maar we lopen haar wel heel langzaam in. De wind is verder afgenomen en zon staat hoog aan de hemel. Degenen die geen wacht hebben, lezen een boek of turen de golven af naar dolfijnen. De laatste dagen zijn veel dolfijnen gezien, kleine bruin-grijze duikelaartjes in scholen van dertig tot veertig. Het schip is hun speelkameraad. De diertjes maken met z'n tweeën of drieën tegelijk sprongen in de lucht en duiken onder het schip door, of ze zwemmen voor de boeg en duiken op het laatste moment weg.

De wind wordt nog minder en de trainees werken steeds harder. Het zit niet mee,tijdens de storm is de Bezaan (het zeil aan de achterste mast) gescheurd en die is alleen nog maar gereefd te gebruiken. Het scheelt ons zeiloppervlak en dus snelheid. De Eendracht gaat slechts vijf knopen, de vijftien die ze een week geleden haalde, zitten er niet meer in.

Tweeëneenhalve dag later is de finish dichtbij. We zien het eerste land sinds drie weken. De trainees zijn echter minder in land geïnteresseerd, dan in het Poolse schip, Dar Mlodziezy, dat ons, voor de tweede keer deze reis achterop komt. Het is een prachtig gezicht, maar we kijken met pijn in ons hart toe. Met minder wind én wind van achteren is dit schip in het voordeel.

Het schip haalt ons in. Die nacht komt de Eendracht op haar beurt weer dichter bij de Dar. Nog drie uur tot de finish. Het is al laat en de dag was lang en vermoeiend, maar slapen zit er niet in. Iedereen die wakker is, helpt met trimmen. Iedereen is onrustig, er wordt harder gekletst en gelachen dan anders.

In het donker zien we alleen de toplichten en het heklicht (achterste licht) van de Poolse reus. De wind neemt toe, onze dekverlichting gaat aan om wat tijdens het trimmen te kunnen zien. Een zee van licht. Steeds gaat de Eendracht iets sneller, ze nadert de Dar gestaag. Bij de Dar blijft het donker, dat betekent dat ze niets aan de zeilen doen. Dat is vreemd, want de wind is niet alleen toegenomen, maar ook gedraaid.

Nog een halfuur tot de finish, het is twee uur 's nachts. De slapende trainees en bemanningsleden worden met pannendeksels gewekt. Stuk voor stuk komen ze, de slaap nog in de ogen, aan dek. Iedereen staat langs de railing, een stuurman staat aan het kompas, de tweede stuurman staat bij de Global Positioning System, de GPS bepaalt met behulp van de satelliet onze positie.

Vlak voor ons finisht de Dar. De finish is een denkbeeldige lijn vanaf een vuurtoren op het Zuid-Engelse Isle of Wight naar een punt in zee. Wanneer een schip over deze lijn heen vaart, noteert de schipper de tijd en coördinaten. Deze worden doorgegeven aan Race Control. De Race Control slaapt echter en dus geeft de Dar haar tijd aan ons door, we zijn hun getuigen.

,,Nog één graad'', roept de stuurman op de brug.

,,Volgens de GPS zijn we er'', klinkt het een minuut later vanuit het stuurhuis.

Gejuich klinkt in de zwarte nacht. Na 416 uur varen en na 3.176 mijl heeft de Eendracht de streep gepasseerd. De Eendracht is als tweede in haar klasse gefinished. Toch is het nog niet voorbij. De Nederlandse Europa, de Russische Mir en Kruzensthern liggen welliswaar ver achter, maar zij hebben zo'n gunstige handicap dat ze ons nog steeds van het podium kunnen stoten. Er is geen zuchtje wind op de oceaan, dus ze komen langzaam vooruit.

De kans dat de Eendracht in de prijzen valt is groot, maar dan moeten de schepen achter ons pas twee dagen na ons finishen. Terwijl de trainees sinds lange tijd voet aan wal zetten in Yarmouth en door het schilderachtige stadje lopen, dobberen de andere schepen richting finish. Zal de Eendracht een plaats op het podium bemachtigen? Op 13 augustus is de tussenstand in klasse A: Kruzensthern 1; Dar Mlodziezy 2; Europa 3; Eendracht 4 en Mir 5.

www.eendracht.nl

www.tallships2000.org.uk