Miralles heeft stadhuis Utrecht ruimte gegeven

De keuze van het Utrechtse stadsbestuur voor de Spanjaard Enric Miralles als architect voor de verbouwing en uitbreiding van het stadhuis in Utrecht stemde vier jaar geleden somber. Erg veel had Miralles toen nog niet gebouwd, maar uit zijn gerealiseerde bouwwerken bleek een duidelijke voorkeur voor de schots en scheve vormen van het deconstructivisme. En wat een deconstructivist een oude stad kan aandoen, was toen net zichtbaar geworden bij de Nieuwezijds Kolk in Amsterdam. Daar had Ben van Berkel, die toen nog als Nederlands eigen deconstructivist door het leven ging, een groot complex van winkels, woningen, kantoren en hotel neergezet. Met zijn overvloed aan dronkemansvormen wilde dit complex de chaos van het oude Amsterdam imiteren, maar deed dit op zo'n banale en overdreven manier dat het uiteindelijk toch niets anders dan een brute ingreep was in een oud stadsdeel.

Wie Miralles' bescheiden uitbreiding van het stadhuis nu ziet, houdt even zijn hart vast. Bij eerste aanblik lijkt het alsof Utrecht inderdaad het slachtoffer geworden van een deconstructivistische vormenorgie. Welvende gevels kragen niet één, maar drie keer uit en zinken dakranden hebben overdreven kloeke vormen aangenomen. Zware, merkwaardig verbrokkelde lijsten omgeven de ramen en de ingang ligt verscholen in een complexe constructie van beton en glas met veel scherpe hoeken. De vormenchaos wordt alleen verzacht door het overheersende gebruik van baksteen, dat zorgt voor de aansluiting op het al bestaande stadhuis.

Maar binnen blijkt dat Miralles toch terecht is uitverkoren om eenheid te brengen in een stadhuis dat uit tien gebouwen uit verschillende perioden bestaat. Miralles, die onlangs op 45-jarige leeftijd overleed, stond voor een opgave waaraan veel architecten een hekel hebben: het combineren van oud en nieuw. Grote delen van zowel het interieur als het exterieur van het stadhuis moesten van de opdrachtgever behouden blijven. Miralles moest ervoor zorgen dat het labyrint van kamers, hokken en gangen, waarin het Utrechtse stadhuis in de loop der eeuwen was ontaard, een helder en toegankelijk geheel werd. Alleen de laatste stadhuisuitbreiding, die dateerde uit de jaren dertig, mocht helemaal worden gesloopt. Het typeert Miralles' respect voor de oude delen dat hij dit laatste niet helemaal deed. Een deel van de gevel van het bakstenen bouwwerk uit de jaren dertig heeft hij laten staan en de zware, natuurstenen raamlijsten heeft hij in zijn eigen uitbreiding hergebruikt.

Wel heeft Miralles zijn nieuwbouw anders neergezet. Vormde het afgebroken deel uit de jaren dertig een wand langs de Minrebroedersstraat, Miralles heeft de uitbreiding zo geplaatst dat de straat is verdwenen en Utrecht er een plein bij heeft gekregen. Hier situeerde hij ook de ingang van het stadhuis: de oude ingang in de neoclassicistische gevel uit 1830 zal alleen ceremonieel worden gebruikt. Koningin Beatrix zal er bijvoorbeeld door naar binnen gaan, als zij het vernieuwde Utrechtse stadhuis op 30 augustus opent.

Het ware feest van Miralles' ontwerp speelt zich binnen af. Het stadhuis is geen doolhof meer, maar heeft een heldere routing gekregen: niemand, raadsleden noch publiek, zal moeite hebben de weg te vinden naar de raadszaal, trouwzalen, fractiekamers of onderkomens van B&W. Bovendien worden ze bij hun oriëntatie geholpen door ramen en openingen die op verrassende plekken zijn aangebracht en steeds andere uitzichten op het oude Utrecht bieden.

Ook heeft Miralles op knappe wijze ruimte geschapen in het vroeger overvolle stadhuis. Zo bestaat de tweede verdieping nu uit een grote open ruimte, waaromheen de kamers van burgemeester en wethouders zijn gelegen. Op de begane grond heeft hij de grote, uit de 19de eeuw stammende zaal door een leegte omhuld, zodat deze mooie plechtige ruimte weer geschikt is voor speciale gebeurtenissen en niet meer, zoals voor de verbouwing, voornamelijk wordt gebruikt als doorgangshuis tussen de verschillende delen van het stadhuis.

Het opzienbarendst is de ruimteschepping in de raadszaal. Voor de verbouwing ging deze zaal gebukt onder een verlaagd plafond dat Miralles liet wegbreken. De robuuste eeuwenoude balken die erachter bleken te zitten, liet hij gewoon in de zeker twee keer zo hoge raadszaal zitten. Iets soortgelijks deed hij met de oude bakstenen muren en gietijzeren balken die achter de wandbetimmeringen zaten. Miralles heeft ze zichtbaar gelaten, hier en daar onderbroken door witgepleisterde stukken. Het kan niet anders of Utrecht heeft hiermee de meest robuuste raadszaal van Nederland gekregen.

De raadszaal kenmerkt Miralles' werkwijze. In het hele gebouw heeft hij de geschiedenis zichtbaar gemaakt en die tegenover zijn eigen, vaak subtiele vondsten geplaatst, waaronder speciaal ontworpen lampen en meubels. Vooral de flinterdunne houten panelen waarachter lampen zijn gemonteerd die zorgen voor een geheimzinnig licht, vormen een mooi contrast met de kloeke bakstenen muren en verweerde balken. Zo is Miralles' deconstructivisme met zijn scherpe tegenstellingen tussen vormen en materialen bij uitstek geschikt gebleken voor het heterogene Utrechtse stadhuis.

Gebouw: uitbreiding en renovatie stadhuis Utrecht. Architect: Enric Miralles. Opdrachtgever: Gemeente Utrecht. Bouwkosten: 40 miljoen gulden. Ontwerp: 1996-1998. Bouw: 1998-2000.

    • Bernard Hulsman