Klonen in geneeskunde blijft omweg

Het gebruik van gekloonde, eigen lichaamscellen kan bij de behandeling van ziektes afstotingsverschijnselen uitbannen. Maar de methode zal op den duur waarschijnlijk onnodig ingewikkeld zijn.

De Britse regering wil onderzoekers toestaan om menselijke cellen te klonen voor geneeskundig onderzoek. Gekloonde cellen kunnen, is de verwachting van de wetenschap, mensen genezen die ziek zijn doordat een van hun celtypen is vernietigd of uitgeput. Bij Parkinsonpatiënten bijvoorbeeld zijn dopamineproducerende cellen in de hersenen verloren gegaan. Nieuwe hersencellen, getransplanteerd in de hersenen, die dopamine maken, doen de trillingen en bewegingsstarheid verdwijnen. Diabetici (suikerpatiënten) waarbij de insulineproducerende cellen in de alvleesklier zijn vernietigd kunnen middels celtransplantatie nieuwe cellen krijgen die op het juiste moment de juiste hoeveelheid insuline produceren, waardoor de suikerziekte verdwijnt.

Het zijn toekomstverwachtingen, maar irreeël zijn ze niet. Dit soort celtransplantaties hebben hun principiële nut al bewezen bij Parkinson- en suikerziektepatiënten. Die celtransplantaties werden uitgevoerd met cellen van vreemde donoren. Bij de Parkinsonpatiënten waren het hersencellen uit menselijke foetussen. Vooral bij de suikerpatiënten mislukten de transplantaties door afstotingsreacties.

Afstotingsreacties – die iedere transplantatie bedreigen – ontstaan doordat het menselijk afweersysteem lichaamsvreemde stoffen aanvalt en probeert te vernietigen. Ook lichaamscellen van andere mensen zijn `vreemd'. De afstotingsproblemen verhinderen dat de transplantatiegeneeskunde uitgroeit van een half way technology tot een algemeen bruikbare techniek. De operaties worden vlekkeloos uitgevoerd, maar de getransplanteerden bestrijden de rest van hun leven de afstotingsverschijnselen door iedere dag medicijnen te slikken die hun eigen afweersysteem onderdrukken.

Het gebruik van gekloonde, eigen lichaamscellen zou die afstotingsverschijnselen voorgoed uitbannen. Uit een gekloond embryo kunnen embryonale stamcellen worden geïsoleerd. Het laten uitgroeien daarvan tot gespeciali- seerde cellen is een kwestie van op het juiste moment de juiste groeifactoren toevoegen. Welke groeifactoren daarvoor nodig zijn is nog niet van alle ruim 200 celtypen die in de mens voorkomen bekend.

Veel weten de onderzoekers al over het ontstaan van de witte en rode bloedcellen en van de bloedplaatjes uit een bloedstamcel (een gespecialiseerde stamcel). De belangrijkste groeifactor voor het laten ontstaan van rode bloedcellen uit de bloedstamcellen is bijvoorbeeld EPO, welbekend onder wielrenners en andere duursporters.

Sommige groeifactoren zijn voornamelijk tijdens de foetale ontwikkeling of in de kindertijd actief en worden na de geboorte nog maar sporadisch gemaakt. Andere zijn voortdurend actief: ons lichaam maakt dagelijks miljoenen nieuwe huid-, bloed-, darm- en levercellen. Bot, hersen- en ander zenuwweefsel regenereert langzamer, maar recent onderzoek naar zenuwherstel heeft aangetoond dat er ook groeifactoren voor zenuwweefsel zijn die bij volwassenen nog nieuwe zenuwuitlopers creëren. Bot tenslotte lijkt inert, maar toch zijn daarin cellen voortdurend bot aan het afbreken en opbouwen. Ook daarbij zijn groeifactoren betrokken: is er als gevolg van lichamelijke activiteit meer bot nodig, dan worden botopbouwende cellen (osteoblasten) geactiveerd. Maakt iemand een ruimtereis, of raakt een zieke bedlegerig dan krijgen botetende cellen (osteoclasten) de overhand en neemt de botdichtheid snel af.

De kennis over groeifactoren en hun functies groeit zo snel dat de omweg via de kloon en de embryonale stamcel binnen enkele jaren misschien alweer overbodig wordt. Begin dit jaar wisten onderzoekers hersenstamcellen (die bij iedere volwassene te vinden zijn) om te zetten in bloedcellen. Eerder veranderden onderzoekers bloedstamcellen (die in bloed en beenmerg aanwezig zijn) van ratten in levercellen. Daaruit blijkt dat een deels gedifferentieerde cel toch weer een heel andere kant op te dwingen is. Net als xenotransplantatie van varkensorganen, waar een decennium lang de hoop op was gevestigd, kan therapeutisch klonen dan worden bijgezet in het rijtje technieken dat de transplanatatiegeneeskunde niet vooruit heeft geholpen.

DOSSIER GENETISCHE MANIPULATIE www.nrc.nl