Kamer is `afwachtende macht'

Hoe boeiend is het politieke en maatschappelijke debat in Nederland? José van Eijndhoven over debatteren op het snijvlak van wetenschap en politiek.

,,Nederland is alternatief verzuild'', zegt dr. José van Eijndhoven, directeur van het Rathenau Instituut. Ze bedoelt ermee: ,,In het maatschappelijk debat over politiek, cultuur en wetenschap worden te weinig dwarsverbanden gelegd. Men praat te veel in hokjes, er is te weinig wisselwerking.'' Ze geeft een voorbeeld: ,,Ik zit in een `denktank' van Rick van der Ploeg over ICT. We komen bij elkaar aan het Lange Voorhout in Den Haag, waar nu een prachtige beeldententoonstelling staat opgesteld. Met Van der Ploeg praat ik volop over informatietechnologie, maar niet over beeldende kunst. Terwijl we daarvoor toch ook beiden grote belangstelling hebben. Merkwaardig eigenlijk.''

Het Rathenau Instituut, gelieerd aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, beweegt zich op het snijvlak van wetenschap, technologie, politiek en samenleving. Het instituut houdt zich bezig met grote thema's als de ICT-revolutie en biomedische technologie. Rathenau-projecten worden afgerond met `Berichten aan het parlement'. Van Eijndhoven verklaart: ,,Wetenschappelijke ontwikkelingen hebben maatschappelijke gevolgen. In een vertegenwoordigende democratie is het parlement het hoogste orgaan. Het parlement behoort overzicht te hebben. Welke ontwikkelingen moeten worden gestimuleerd, welke vergen nieuwe regelgeving? Die integrale afweging komt toe aan het parlement.''

Dat is de theorie. En wat is de praktijk? Is het parlement daadwerkelijk het belangrijkste en boeiendste discussieplatform van het land? ,,Het zou het moeten zijn, maar het is het niet'', meent Van Eijndhoven. Maar een diskwalificatie van de 150 Tweede-Kamerleden wil zij hiermee niet hebben uitgesproken. Kamerleden schieten weliswaar tekort in het doorgronden van `megatrends' in wetenschap en samenleving, maar wetenschappelijke onderzoekers laten hier evenzeer steken vallen. Van Eijndhoven: ,,In de wetenschap bestaat nog te veel een houding van: geef ons geld en laat ons verder met rust om mooie dingen te ontdekken. Onderzoekers zouden hun vragen veel scherper moeten formuleren en daarover bewust het debat met Kamerfracties, politieke partijen en maatschappelijke organisaties moeten aangaan.''

Ook hier een voorbeeld: ,,Ik was laatst bij een workshop waar een groot onderzoeksproject voor gentechnologie werd gepresenteerd. De onderzoekers vroegen 200 miljoen gulden van de overheid, gelijkelijk verdeeld over vijf deelstudies. Ik vroeg: wat zijn jullie criteria, hoe zijn jullie tot deze thema's gekomen? Men verwees naar een brochure waarin alles te lezen zou zijn. Ik zei: akkoord, maar licht het even toe, dan kunnen we hierover misschien een interessant gesprek hebben. Dat gesprek kwam toen niet van de grond. Iemand anders vroeg: waarom evenveel geld voor ieder deelonderzoek, waarom geen andere verdeelsleutel? Ook daarop kwam geen helder antwoord.''

Te veel wetenschappers zitten graag opgesloten in hun `zuil'. En politici spannen zich onvoldoende in om een doorbraak te forceren. Van Eijndhoven: ,,Mijn ervaring met Kamerleden is dat ze zich nogal laten leiden door een korte-termijnagenda en door hun particuliere belangstelling. In de Kamer kom je bijvoorbeeld oud-journalisten tegen die zich bezighouden met ICT. Ze willen van alles weten over ICT en internet en dergelijke. Maar een brede visie en belangstelling kom ik betrekkelijk weinig tegen. Men stelt zich weinig vragen over de gevolgen die ICT heeft voor de arbeidsmarkt, voor de organisatie van arbeid, voor het vervagen van de grens tussen arbeid en vrije tijd, enzovoorts.''

Binnen het Rathenau Instituut wordt gediscussieerd over de vraag of de `berichten aan het parlement' niet tot een ander, breder publiek gericht moeten zijn. De opvatting heerst dat veel zaken al uitvoerig elders zijn besproken zoals in maatschappelijke organisaties en Europese instellingen, voordat ze goed en wel het Haagse Binnenhof bereiken. Van Eijndhoven: ,,Het beeld van de politiek als cockpit van de samenleving wordt langzaamaan vervangen door het beeld van de politiek als onderdeel van de netwerksamenleving. Dit betekent dat wij nadrukkelijker op zoek moeten naar nieuwe knooppunten om de wisselwerking tussen wetenschap en politiek te bevorderen. Maar het parlement mogen we daarbij niet passeren. Het is een kwestie van en-en, niet van of-of.''

Dat het Nederlandse parlement geen reputatie als `nationale salon' heeft hoog te houden, is volgens Van Eijndhoven te verklaren uit de heersende politieke cultuur: ,,Het Amerikaanse Congres is echt de wetgevende macht. In Nederland ligt het initiatief veel meer bij de regering. Af en toe weet een initiatief-wetsvoorstel de Kamer te passeren, maar dat gebeurt geloof ik hooguit eenmaal per jaar.''

De Tweede Kamer als de `afwachtende macht' - daar ligt een belangrijke verklaring voor een chronisch gebrek aan `hoofdlijnen' op de Kameragenda. Maar Van Eijndhoven ziet lichtpunten. Een afzonderlijke Kamercommissie heeft zich enkele jaren geleden gebogen over klimaatverandering. Een andere commissie heeft nog onlangs het beleid voor de ruimtelijke ordening doorgelicht ter voorbereiding van de behandeling van een nieuwe (vijfde) nota. D66-leider De Graaf pleitte onlangs voor geconcentreerde aandacht van de Kamer voor DNA-technologie. Van Eijndhoven: ,,Een pro-actieve opstelling van de Kamer zou een belangrijke impuls kunnen zijn voor het debat tussen politiek en wetenschap. Het zou Kamerleden en journalisten ook aansporen om minder energie te steken in het permanente reageren op incidenten. Kamerleden moeten vooral veel blijven optreden in de media, maar ze kunnen veel interessantere onderwerpen aansnijden dan ze nu vaak doen.''

Dit is het vierde deel in een serie. Eerdere afleveringen verschenen op 8, 10 en 15 augustus. Deze artikelen en discussiebijdragen daaraan zijn te lezen via www.nrc.nl/DenHaag.

    • Gijsbert van Es