Juwelen van papier

Papier roept niet onmiddellijk associaties op met esthetiek. Nederland telt echter een aantal `papierkunstenaars' wier sieraden alleszins de moeite waard zijn. Hun werk is thans in Rijswijk te zien.

Papier dat niet wordt beschreven of beschilderd, heeft niet de naam kunst met een grote K voort te brengen. Dit misverstand is vermoedelijk terug te voeren op de kindertijd, waarin papier wordt verknipt, beplakt, opgerold, verkreukt, vermalen tot papier-machépapje of anderszins misvormd om kleuters zoet te houden. Het resultaat varieert van bobbelige waterverfschilderijen voor moederdag of pijltjes voor in de pvc-buis tot extreem plakkerige plakwerkjes en al dan niet gelijkende Alpenmassieven voor bij de modelspoorbaan.

Het kan ook anders. De papieren sieraden van vormgevers als Colette Bloos, Nel Linssen en Ingeborg Vandamme, te zien op de Papier Biënnale in het Gemeentemuseum in Rijswijk, zijn het tegendeel van oubollig knutselwerk. Hun armbanden en halssieraden lijken in niets op de papieren slingers die je vroeger om je nek hing of op hoogtijdagen door de kamer drapeerde. Het zijn vernuftige stapelingen, vouwsels, aaneenrijgingen of persingen van papier in de meest uiteenlopende kleuren, vormen en combinaties. Sieraden met, vaak letterlijk, een verhaal omdat ze zijn gemaakt uit oude boeken of ruimte bieden aan persoonlijke documenten. Hang een papieren sieraad om je nek of in je oor en het levert meer reacties op dan welke gouden ketting of parelsnoer ook. `Wat heb jij nou om?' `Kun je dat wel dragen als het regent?' `Is dat niet zwaar?' `Is dat van hout?' `Wat staat er op geschreven?' Ook in kunstvorm blijft papier uitnodigen tot communiceren.

Het zo kwetsbare papier verliest vrijwel al zijn teerheid als het is verwerkt tot sieraad. Gelakt of gedoopt in parafine kunnen papieren sieraden wel een stootje hebben. En met een doorsnede van 1 tot 3 cm zijn papieren colliers en armbanden bepaald stevig te noemen. Het is met papieren juwelen als met een bijzondere hoed: je draagt ze niet voor het comfort, maar om hun originele schoonheid. Of om op te vallen.

Dat de bijzondere schoonheid van papieren sieraden inmiddels wordt onderkend, mag blijken uit het feit dat werk van Nel Linssen (1935) is aangekocht door ruim twintig musea en instellingen, waaronder het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Textielmuseum in Tilburg, het Cooper Hewitt Museum in New York en het Kunstgewerbemuseum in Berlijn. Altijd wordt er wel ergens op de wereld werk van haar tentoongesteld, momenteel in Rijswijk en Edinburgh. Haar werk, uiteenlopend van ƒ300 voor een armband tot ƒ900 voor een ketting, is herkenbaar door verscheidene constantes: ze gebruikt altijd elefantenhaut - een omslag (papier) van Duitse makelij in subtiele kleuren bruin, rood, groen of roze - die ze draait, vouwt en aaneenrijgt tot technisch perfecte sieraden, die in de verte oneerbiedige associaties oproepen met turbinemotoren, tanden van een cirkelzaag en mysterieuze gietmallen. ,,De technische kant van mijn werk spreekt met name mannen aan. Zelf vind ik dit aspect ook belangrijk. Het merkwaardige is, het opnieuw produceren van een ouder ontwerp kost me bijna altijd moeite, ik moet dan echt nadenken hoe ik dat destijds heb gemaakt.''

Ze maakt sieraden sinds 1986. Uitgangspunt voor al haar sieraden is een zelf ontworpen flexibele mat, bestaande uit platte vierkantjes die met nylondraad in het midden zijn verbonden. De mat kan op een eindeloos aantal manieren in en uit elkaar gevouwen worden, waardoor steeds andere vormen ontstaan. ,,De uitdaging voor mij is om van die mathematische constructies iets bruikbaars te maken. Dat mislukt wel eens, in mijn atelier staan heel wat zakken afval. Ik kan echt strijd leveren met het papier. Soms duurt het weken voordat ik een volgende stap kan zetten met een vorm. Het is als met een spannend boek: ik weet niet hoe het eindigt.''

Zelf draagt ze haar eigen werk vrijwel nooit. ,,Ik ben de persoon niet voor zulke robuuste vormen, alleen de armbanden draag ik regelmatig. Bovendien hoef ik niet zo nodig in de schijnwerpers te staan met een bijzonder sieraad.''

Het werk van de Amsterdamse vormgeefster Ingeborg Vandamme (1964) roept geen enkele technische associatie op. Haar papier heeft de oorspronkelijke communicatieve functie behouden. Vaak schrijft ze teksten op haar sieraden, zoals een gedicht, of laat ze de drager de mogelijkheid om zelf iets op het papier te schrijven. Zo bevat de hanger `Ruwe bolster, blanke pit' (koper, leer en papier; 1995) een gedicht van Pessoa en is in het collier `Gedichtrol' (zilver en papier; 1998) een tekst van Lucebert geëtst.

Haar beste werk vindt ze sieraden die een verhaal vertellen of associaties oproepen. Vaak zijn dat persoonlijke herinneringen, zoals het collier `Wonen in Amsterdam': zilveren huisjes die open en dicht kunnen en stukjes plattegrond van Amsterdam bevatten. ,,Op al die plekken heb ik gewoond.'' Ze maakte ook een aantal sieraden waarin de drager een eigen tekst kan opbergen. In de koker `Kroonjuwelen en Staatsgeheimen' (zilver en leer; 1995) kun je een belangrijk document meenemen. En in de holle ruimte van haar dagboekring (zilver en papier; 1994), die open en dicht kan, zit een minuscuul dagboekje.

Haar nieuwste werk zijn broches van stukjes land- of zeekaart met daarop een zilveren bootje of een voetstap. Om het werk minder kwetsbaar te maken, wordt het in parafine gedoopt. ,,Ik verkoop mijn sieraden via galeries (oa Amarna in Maastricht, Guthschmidt in Den Haag en Grimm in Amsterdam), maar werk ook in opdracht.'' Om een ander publiek dan het `galeriepubliek' te trekken, liggen haar broches ook in reisboekenwinkels. De prijzen van haar sieraden variëren van ƒ75 voor een broche tot ƒ2500 voor een speciale doos met een collier.

Vandammes sieraden bestaan altijd uit zilver of goud in combinatie met papier of natuurlijke materialen. ,,Ik vind de combinatie van metaal en een ander materiaal spannender dan alleen metaal. Dat slaat voor mij een beetje dood, daar krijg ik geen ideeën over.''

Al helemaal geen herinneringen aan fröbelen met schaar en lijm wekken de papier maché sieraden van Colette Bloos (1952). De kleurige miniatuur-eierdopjes die ze aaneenrijgt tot colliers en armbanden ogen vrolijk en semi-deftig tegelijk door het zilver- of goudkleurige randje dat Bloos aanbrengt. Je kunt ze omdoen bij een spijkerjasje, maar ook tijdens een theevisite bij de koningin.

Als je het filosofisch bekijkt, is papier eigenlijk een heel geschikt materiaal voor een sieraad, vindt ze. ,,Goud en zilver zijn heel kostbare materialen. Zij zijn geschikt om formele, `traditionele' sieraden van te maken. Papier daarentegen is informeel en heeft immateriële waarden door haar functies als communicatiemiddel en informatiedrager. ,,Het kan daarom het gevoel voor menselijke verhoudingen versterken.''

Bloos kan alles gebruiken om sieraden van te maken: mooi cadeaupapier, een krant die haar echtgenoot meebracht uit China of een artikel over kunst uit NRC Handelsblad. ,,Zo verwerk ik eigen verhalen en herinneringen in mijn werk.'' De prijs van haar armbanden begint bij ƒ150, die van een collier bij ƒ225.

De Papier Biënnale in Rijswijk is de eerste grote tentoonstelling waar werk van Colette Bloos te zien is. ,,Ik heb me tot nu toe weinig bezig gehouden met de commerciële kant van mijn werk. Misschien is dat onbewust gebeurd, omdat ik het strijdig vind om iets te verkopen waar ik zo'n immateriële waarde aan toeken. Ik werk heel erg voor mezelf. Het avontuur, het mezelf verrassen, nieuwe dingen ontdekken zijn tot nu toe de motor achter mijn werk geweest. Ik hoop dat dat zo blijft, ook als ik de meer commerciële kanten van mijn werk ga ontwikkelen.''

Ze is bepaald geen ambassadeur van haar eigen sieraden. ,,Ik draag hooguit iets als ik naar de film ga ofzo. Om dit soort sieraden te dragen heb je lef nodig en in Nederland hebben we nu eenmaal geen `kijk-mij-eens-cultuur'. Anderzijds passen papieren sieraden zo goed bij Nederland; de eenvoud en het informele ervan zijn typisch Hollands.''

    • Friederike de Raat