Europa moet Rusland afhelpen van onderzeeërs

Dat er een gezonken Russische kernonderzeeër met 116 man aan boord op de bodem van de Barentszee ligt is verschrikkelijk, maar het kan niet als een verrassing zijn gekomen, vooral niet voor de Russische marine. Deze onderzeeër, de Koersk, is een van Ruslands nieuwste, en wat er precies fout is gegaan is nog niet duidelijk, maar het enige verrassende is dat dit het eerste ernstige ongeluk met een Russische onderzeeër is in tien jaar.

De Russische krijgsmacht, die al jaren op haar retour is, draait nu op slechts 5 miljard dollar per jaar, terwijl de Verenigde Staten jaarlijks 300 miljard dollar uitgeven aan defensie. Uit dat magere potje moeten de Russische bevelhebbers 1,2 miljoen militairen betalen en een van twee grootste arsenalen van kernwapens ter wereld onderhouden. Het gevolg is dat de Russische marine haar onderzeeërs en andere schepen in vele opzichten niet behoorlijk kan onderhouden. Volgens betrouwbare Russische rapporten is standaardonderhoud een zeldzaamheid en wordt dit bovendien niet altijd correct uitgevoerd. Onderzeeërs hebben vaak panne. De bemanning is niet in staat om aan routinemanoeuvres deel te nemen. De kundigheid en de bevoegdheden van de officieren zijn achteruitgegaan, en jonge zeelui – doorgaans rekruten – doen niet de noodzakelijke ervaring op. Omdat de officieren slecht verdienen – vaak nog geen honderd dollar per maand, als ze al betaald krijgen –, klussen ze veel bij, wat waarschijnlijk betekent dat zij niet de volle aandacht kunnen schenken aan hun voornaamste taken.

Volgens Russische functionarissen had de Koersk geen kernwapens aan boord en zijn de reactoren uitgeschakeld.

Sinds de Sovjet-Unie is uiteengevallen heeft de Russische marine zo'n 180 kernonderzeeërs uit de vaart genomen, maar daarvan heeft ze er niet meer dan honderd kunnen ontmantelen. De resterende vaartuigen worden drijvend gehouden in de buurt van hun vroegere bases of van sloopwerven – twee derde in het noorden van Rusland, op het Kolaschiereiland en aan de Witte Zee, en een derde in Oost-Azië, aan de Japanse Zee en op Kamtsjatka. Die onderzeeërs liggen er merendeels verlaten bij, soms naar verluidt zelfs onbewaakt, terwijl er toch nog altijd uiterst radioactieve reactorkernen aan boord zijn. Het is een probleem van aanzienlijke omvang. De overgrote meerderheid van de afgedankte onderzeeërs heeft elk twee reactoren. Het is dan ook denkbaar dat er vroeg of laat een of meer van die 160 reactorkernen zinken. Ten minste één afgedankte onderzeeër is al gezonken. Gelukkig waren in dat geval de reactorkernen al verwijderd.

Natuurlijk heeft de Russische regering de van de Sovjet-Unie geërfde voorraden slecht beheerd, maar dat is niet alleen een probleem voor Moskou. Ieder ongeval zou verontreiniging van de Grote Oceaan of de Noordelijke IJszee met radioactief materiaal tot gevolg kunnen hebben, dat door zeestromingen en trekkende vissen zou kunnen worden verspreid. Een van de grootste Russische opslagplaatsen van afgedankte onderzeeërs in de Barentszee ligt amper vijftig kilometer van Noorwegen, en Alaska ligt net als Kamtsjatka aan de Beringzee.

Al meer dan vijf jaar geven de VS, Japan en Noorwegen Rusland geld voor de sloop van kernonderzeeërs. Maar de gevaren zijn niet weggenomen, en men zou in versneld tempo moeten proberen verdere ongevallen te voorkomen.

Rusland heeft van de Sovjet-Unie reusachtige buitenlandse schulden geërfd – zo'n tachtig miljard dollar. Moskou kan die schuld niet helemaal afbetalen. Zou het niet verstandig zijn om een deel van de schulden kwijt te schelden, op voorwaarde dat het bespaarde geld wordt gebruikt om de resterende kernonderzeeërs te ontmantelen? Deze oplossing zou nóg een probleem helpen oplossen. De Europeanen, die het meest geprofiteerd hebben van het einde van de Koude Oorlog, hebben geen adequate financiële bijdrage geleverd aan de ontwapening van Rusland. Dat zou veranderen als zou worden besloten tot kwijtschelding van schulden in ruil voor ontwapening, want Rusland staat hoofdzakelijk bij Europese landen in het krijt. Bovendien heeft Europa, waar de angst voor een tweede Tsjernobyl het grootst is, er het meest belang bij dat de onderzeeërs worden gesloopt.

Alexander A. Pikajev is wapenbeheersingsdeskundige bij het Moskouse Carnegiefonds-centrum.

©International Herald Tribune

    • Alexander A. Pikajev