Diplomatieke rel

BOSNIË IS NA de beëindiging van de burgeroorlog eind 1995 de donor's darling, de lieveling van de internationale hulpgemeenschap geworden. Veel buitenlandse hulp is in het verscheurde land gepompt en Nederland doet daaraan volop mee met een bedrag van 150 miljoen gulden per jaar. Deels uit plaatsvervangende schaamte na de ramp in Srebrenica, deels door bijzondere Nederlandse betrokkenheid. De Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbank vertegenwoordigt ook Bosnië-Herzegovina en die post werd indertijd bekleed door Eveline Herfkens.

Herfkens is tegenwoordig minister van Ontwikkelingssamenwerking. Deze week tikte ze de Nederlandse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Van Walsum, op zijn vingers. Van Walsum had in een debat in de Veiligheidsraad op grond van Amerikaans antifraude-onderzoek beweerd dat Bosnië een corrupte bende is, waar belastingontduiking bloeit en sigarettensmokkel met betrokkenheid van hoge regeringsfunctionarissen plaatsheeft. Nu zijn die beschuldigingen niets nieuws, er is vorig jaar zomer uitvoerig over bericht in onder meer Amerikaanse kranten. Het valt ook wel te verklaren: als ontwikkelingsproject is Bosnië een uitermate gecompliceerd geval. Het land is territoriaal, politiek en monetair gedeeld, heeft een door de oorlog vernietigde economie en uitgeholde instituties. De afgelopen vijf jaar heeft buitenlandse hulp de economie draaiende gehouden en die hulp begint geleidelijk minder te worden. Het is geen wonder dat de parallelle economie van smokkel, criminaliteit en corruptie tot bloei konden komen, hulpgoederen werden gestolen en hulpgelden op grote schaal zijn verdwenen.

Waarom heeft Herfkens de VN-ambassadeur dan zo publiekelijk terechtgewezen? Dat heeft te maken met de permanente strijd binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken tussen de `diplomaten' en de `ontwikkelingshelpers'. Ook na de `herijking' van het buitenlandse beleid onder het vorige kabinet is BZ een verdeeld ministerie waar Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken afzonderlijke werelden zijn gebleven. Van Walsum is een vertegenwoordiger van de diplomatieke vleugel met een nauwelijks verholen minachting voor ontwikkelingssamenwerking. Voor minister Herfkens geldt het omgekeerde.

BOVENDIEN HAD Van Walsum kort geleden ook al de publiciteit gehaald met een gevoelig onderwerp, een pleidooi voor deelname van Nederlandse militairen aan een VN-vredesmissie in Sierra Leone. Nederlandse deelname aan een vredesmissie is voor diplomaten van BZ een geliefd middel om internationaal mee te kunnen spelen. De controverse tussen BZ en Defensie bij de uitzending van troepen naar Srebrenica was daar een treffend voorbeeld van. Van Walsums voorstel voor troepen naar Sierra Leone werd terecht in Den Haag afgewezen.

Deze keer heeft de ambassadeur het gelijk aan zijn kant. Gepikeerde opmerkingen van Herfkens dat het allemaal reuze meevalt, zijn daarbij niet behulpzaam. De minister hoeft er de jongste rapportages van de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds over Bosnië slechts op na te slaan. Daarin wordt in het technisch-verhullende taalgebruik van die instituties helder vastgesteld dat corruptie een groot obstakel is voor de ontwikkeling van Bosnië en dat er alles aan gedaan moet worden om het terug te dringen. Kamerleden die in een pavlovreactie de uitspraken van de ambassadeur hekelden, kunnen hun kritische pijlen beter op de minister richten.