Democraten verwennen hun sponsors

Oesters versus hamburgers: bij de Amerikaanse politieke conventies bestaat een enorm contrast tussen de `fat cats' en het kleine grut. Vanuit het schellinkje kijken gewone Amerikanen in Los Angeles uit over de skyboxen met feestende sponsors van de Democratische Partij.

Hoog boven in de arena van het Staples Center in Los Angeles zit, onder een lichtkanon, Sharon Miller (51). Mollig, kort grijzend haar, haar trui overdekt met kleurige buttons, luisterend naar een vakbondsleider daar beneden – zo ver weg dat zijn gezicht met het blote oog niet waarneembaar is.

Miller is een Indiaanse, wat genoemd wordt een `indigenious American', uit Texas. In het dagelijks leven, vertelt ze, doet ze de public relations van haar volk: de Alabama Consuetta. En zij is hier op de conventie van de Democratische Partij omdat zij één van de 25 reserve-gedelegeerden is van de staat Texas. Samen met ruim zeshonderd andere reserve-gedelegeerden en een paar duizend gasten zit zij hier boven in het stadion, zo ver weg van het podium dat sommige mensen een verrekijker hebben meegenomen om te zien wat er beneden allemaal gebeurt.

De Democraten van het schellinkje worden niet in de watten gelegd zoals de partijsponsors, in de wandeling fat cats genoemd, die in lagere regionen de conventie volgen vanuit hun skyboxen. Miller lacht: ,,Nee, ik eet geen oesters. Ik eet hot dogs, en hamburgers en pretzels. En ik moet er teveel voor betalen. Maar ja, dat kun je verwachten in een omgeving als deze.''

De Democraten streven formeel naar verandering van de manier campagnes worden gefinancierd: door honderden miljoenen aan zogeheten `zachte schenkingen' aan partijen door grote bedrijven en belangenorganisaties (`harde schenkingen' aan individuele kandidaten mogen per verkiezing maximaal duizend dollar bedragen). Die hervorming was één van de punten op de agenda van de inmiddels legendarische Texaanse oliemiljonair en partijleider van de Reform Party, Ross Perot, die in 1992 18 procent van de stemmen kreeg.

Maar de Democratische senator Russell D. Feingold, die samen met zijn befaamde Republikeinse ambtgenoot John McCain een wetsvoorstel heeft ingediend voor hervormingen van die financiering, kreeg deze week precies drie minuten om zijn standpunt nog eens toe te lichten. Drie minuten in het middagprogramma, terwijl op een ander tv-kanaal Oprah Winfrey alle kijkers naar zich toetrok. En terwijl ondertussen ongeveer driehonderd mensen, waaronder een aantal van Feingolds collega-senatoren, een receptie bijwoonden die betaald werd door de oliemaatschappij Occidental.

En dat was nog maar een van de 23 privé-feesten die deze week in Los Angeles door de Democraten werden georganiseerd om alle gulle gevers te bedanken. Ook delen van het Staples Center worden soms afgesloten als de oesterwagen weer eens uitrijdt. Zo was maandagavond het uitzicht op een kleine veldslag tussen politie en betogers gemonopoliseerd door een privé-feestje van vrienden van de partij. Vanaf het balkon keken ze met een fluitje champagne geamuseerd toe hoe de politie beneden de jeugd tracteerde op bean bags met pepperspray.

Met hun donaties hopen bedrijven in de toekomst de politieke agenda in gunstige zin bij te sturen. De enige industrie die door de Democraten wordt geweerd, is de tabaksindustrie. Voor de rest worden alle giften aanvaard, zelfs van de NRA, de machtige wapenlobby, die een verplicht kinderslot op handvuurwapens al als een dictatoriale inbreuk op de vrijheid ziet.

In het Staples Center hebben de sponsors hun eigen VIP-ingang naar hun VIP-suites. Voor het gewone volk is alleen vanaf de roltrap waarneembaar hoe de fat cats gekoesterd worden met goede wijnen, kreeften en andere lekkernijen. Miller vindt dat dit uit de hand gelopen is. ,,Als je campagne voert, moet je dat niet doen voor de multinational, maar voor gewone mensen zoals ik die moeten sappelen voor hun inkomen.''

John Davis, die verderop in de Democratische engelenbak op zijn stok leunt, vindt het echter allemaal best. Hij is een gepensioneerde medewerker van het waterleidingbedrijf in Clarksburg, West Virginia, en zijn echtgenote staat beneden als gedelegeerde in het stadion. ,,Ik weet wel wie er in die skyboxen zitten. Ik heb daar geen problemen mee. En, ach, die financiering. Ik vind dit een goede methode om een nieuwe president te kiezen.''

Niet alle aanwezigen in de hoogste regionen van het Staples Center zijn gasten of reserve-gedelegeerden. Soms zijn het vrijwillegers, betrokken bij de organisatie van de Conventie, zoals James Rodriguez (52). In het dagelijks leven is onderhoudsmanager bij de posterijen in Los Angeles, hier is hij een van de tienduizend vrijwilligers. Maar Rodrigues is geen Democraat. ,,Nee, ik ben onafhankelijk. Ik hou van politiek en heb me hiervoor aangemeld omdat ik dit spektakel wel eens van dichtbij wilde bijwonen.'' Volgens Rodriguez zijn er veel vrijwilligers die zich uit pure nieuwsgierigheid aanmelden. Zelf vindt hij het een ,,enorme ervaring''. ,,Al zou ik nog liever daar beneden op de vloer willen rondlopen. Maar ja, dat mag ik niet als eenvoudig transportvrijwilliger.''

De kloof binnen de partij die de kloof tussen arm en rijk in de samenleving wil overbruggen is Rodriguez een doorn in het oog. ,,Dat komt door de manier waarop de partij aan zijn geld komt. Door al dat grote geld worden politici natuurlijk gemakkelijk beïnvloed.'' Rodriguez is een ieder geval één aanwezige in het Staples Center die niet op Gore zal stemmen in november. ,,Nee, Al Gore zeker niet. Misschien wordt het deze keer wel George W. Bush. Die heeft tenminste belastingverlagingen beloofd. Daar hoor ik ze hier niet over.''

Dossier AMERIKAANSE VERKIEZINGENwww.nrc.nl