Charmante kwaal

Blozen is zo charmant. Hoe vaak heb ik dat niet gehoord. Ik vind het vreselijk en herinner me maar al te goed het bewustzijn van deze `charmante kwaal'. Ik was een jaar of tien. Op verzoek van mijn moeder moest ik een rotte paprika omruilen op de markt. Ze had er die dag twee gekocht.

Op weg naar de bibliotheek stopte ik de paprika in kwestie in mijn tas. Althans, dat dacht ik. De goede, zo zou later blijken. Nog zie ik de bazin van de drukbezochte marktkraam voor me. Vlammend rood kapsel compleet met vurig rood beschilderde lippen en vooral een luide opvallende stem.

Na lang wachten was ik eindelijk aan de beurt, overhandigde haar de paprika en deed mijn verhaal. Ze bekeek het vreselijke ding van alle kanten en hief hem vervolgens, het kon niet erger, in de lucht. ,,Dames en heren, wie kan hier een rotte plek ontdekken'', riep ze triomfantelijk.

Grootse stilte tot de omstanders zich ermee gingen bemoeien. ,,Welke moeder doet nou zoiets, zielig zeg voor dat kind.'' Ik kreeg het warm, bloedheet zelfs en voelde mijn wangen gloeien. Wilde hard wegrennen maar stond hevig blozend aan de grond genageld. De paprika heeft ze omgeruild. De marktkraam heb ik naderhand met een grote boog ontweken.