Buurt helemaal niet verbaasd over moord

Voor de tweede keer in vier jaar lag in de Gerard Doustraat een lijk in een tuin. Volgens een agent wist de Eindhovense buurt dat al lang, maar lichtte niemand de politie in.

Het is druk in de voortuintjes van de Gerard Doustraat. Een Nigeriaans meisje vlecht kunsthaar in het haar van een vriendin. Een Turks paar met drie kleine kinderen drinkt limonade. Twee Brabanders staan op straat gebogen over een auto. Afgezien van een onopvallend drugspand concentreren de problemen van de straat zich aan de oneven kant. Daar vond de politie vier jaar geleden in een tuin het lichaam van een 27-jarige vrouw uit Utrecht. En daar groef zij afgelopen zaterdag opnieuw een lichaam op. Twee Eindhovenaren zijn voor de eerste moord veroordeeld. De 29-jarige bewoner van nummer 15 heeft de tweede moord bekend.

Het slachtoffer was G. Plescode, een 47-jarige man die volgens de politie ,,een zwervend bestaan leidde''en al enige tijd werd vermist. De bewoner van Gerard Doustraat 15 werd vrijdag opgepakt, aanvankelijk alleen voor kleine vergrijpen (fietsendiefstal en bedreiging). Maar volgens de politie waren er geruchten dat hij meer wist over de verdwijning, vandaar dat zijn huis werd uitgekamd. Het lichaam van Plescode lag begraven in de achtertuin. Ongeveer drie weken geleden moet hij met een vuurwapen zijn gedood. Over het motief voor de moord is niets bekendgemaakt. De twee mannen kenden elkaar uit het drugscircuit.

In de straat is de schok van de moord verdrongen door woede over politie en pers. `Gerard Doustraat wist al weken van moord' kopte het Eindhovens Dagblad gisteren. Volgens `netwerk-inspecteur' (voorheen wijkagent) Stan de Krom wisten zeker twintig mensen al vóór de vondst van het lijk van de moord af. De verdachte zou het hebben rondverteld. En niemand belde de politie. Ja, er waren twee meldingen over stank, maar die hadden betrekking op een verkeerd adres. `Toen het lijk opgehaald werd, dat in de tuin van de verdachte was opgegraven, toonde niemand enige verbazing', aldus De Krom in het Eindhovens Dagblad. ,,Stoeltjes en pilsjes werden buitengezet en mensen gingen er echt voor zitten. Het was voor hen vermaak.''

Een man met een paardenstaart in korte spijkerbroek zwaait driftig met de krant. ,,Als enkele mensen ervan af weten, is het nog niet zo dat de hele straat het weet!'', roept hij. Zelf was hij op vakantie, hij had dus niets gehoord. Aan de andere kant, dat mensen niet meer naar de politie gaan, is dat gek? ,,Als hier een opengebroken auto staat en je meldt het, staat hij er na anderhalve week nog. Toen stond hij in de fik. Hier! Het glas ligt er nog. Een rode Alfa Romeo.''

Een blonde vrouw plukt een rennende peuter van de stoep. Ook zij wist nergens van. Ze wil weg uit de Gerard Doustraat. ,,Eigenlijk al vanaf de vorige moord. Daar woonde ik recht tegenover.'' De man met de paardenstaart wil er gewoon blijven wonen. ,,Sommige straten hebben belastingfraude, deze straat heeft dit.'' Hem maakt het niet uit. ,,De kans dat er een derde moord wordt gepleegd is statistisch gezien nul.'' Veel bewoners kenden de verdachte goed. Niemand wil met naam en toenaam in de krant. ,,Hij was mijn ramenwasser'', zegt een vrouw die een paar huizen bij hem vandaan woont. ,,Een keigoeie jongen.'' Ze gelooft niet dat hij de dader is. Een meisje van een jaar of zestien loopt langs met drie anderen. Ze blijven staan. ,,Dat is zijn zus'', deelt de vrouw mee. Een fel meisje met lang rood haar, ze woont elders in de straat. ,,Gelul'', is haar commentaar op wat er in de krant heeft gestaan. En de moord? Ze is even stil. ,,Het was niet zijn schuld. Zelfverdediging. Wat zou jij doen als ze zo met een mes op je af komen.'' Ze doet het voor. En verder moet iedereen zijn mond houden. ,,Die zwartnekken zitten allemaal te lullen.'' Ze knikt naar de Nigeriaanse meisjes aan het begin van de straat. Een andere buurvrouw zegt dat ze door moet lopen. Zo komen er weer verkeerde dingen in de krant.

Het meest toegankelijk zijn de Turkse bewoners, die veel contact hebben met elkaar, weinig met de autochtonen en die zich niet aangevallen voelen door de verhalen in de krant. Er wonen ongeveer dertien Turkse gezinnen in de straat. Een overbuurvrouw met witte hoofddoek zegt niet verbaasd te zijn over de moord. ,,Wij schrokken. Maar aan de ene kant kon je het wel verwachten. Hij was slecht bezig. Er kwamen tientallen mensen bij hem thuis. Bij normale mensen komen geen tien, twintig mensen per dag.'' Ze woont al meer dan tien jaar in de straat en wil eigenlijk wel weg. ,,Dit is met kleine kinderen niet prettig.'' Van het drugspand heeft ze geen last. ,,Maar het is wel een slecht voorbeeld. De kinderen vragen: waarom zij zoveel visite en wij niet.''

Schuin tegenover het huis van de moeder van de verdachte zit een Turks gezin buiten. Aan de overkant loopt de zus weer voorbij. Ze begint te schelden. ,,Hee joh, loop niet zo te kijken, joh.'' ,,Ik kijk niet'', roept de Turkse vrouw terug. Het meisje verdwijnt naar binnen. ,,Ik doe niets'', zegt de Turkse vrouw paniekerig. ,,Ik doe niets. Straks haar moeder kwaad. Het zijn goede mensen. Ik ken ze. Het zijn goede mensen.'' De zus komt weer naar buiten met een behuild gezicht. Zwijgend loopt ze weg.