Burgerinfiltrant in drugszaak toegestaan

De Amsterdamse rechtbank vindt het vooralsnog toelaatbaar dat het openbaar ministerie een criminele burgerinfiltrant heeft ingezet in een drugsonderzoek. Dit bleek gisteren tijdens de zogeheten pro forma-behandeling van de strafzaak tegen de 48-jarige Anthony H. die verdacht wordt van grootschalige hasjhandel. De rechtbank wees het verzoek van advocaat C. Korvinus af. Die eiste dat de hechtenis van zijn cliënt – nog voordat de strafzaak inhoudelijk wordt behandeld – wordt opgeheven wegens ontoelaatbaar opsporingswerk.

Gisteren werd bekend dat het Amsterdamse OM samen met de Amerikaanse drugsbestrijdingsorganisatie DEA twee keer gebruik heeft gemaakt van de diensten van een in Amerika veroordeelde hasjhandelaar, de Nieuw-Zeelander P.O'Sullivan (47).

Het is Nederlandse opsporingsambtenaren niet toegestaan dergelijke criminele burgerinfiltranten in te zetten. De Tweede Kamer heeft dat nadrukkelijk geëist na de zogeheten IRT-affaire.

De Amsterdamse officier van justitie A. Mooy bevestigde gisteren dat de criminele infiltrant twee keer is ingeschakeld in het onderzoek tegen de sinds 1993 voortvluchtige vermeende hasjbaron Anthony H. De eerste keer gebeurde dit na toestemming van minister van Justitie B. Korthals in oktober 1998. Dit was volgens Mooy toelaatbaar, omdat de handelingen die de infiltrant toen verrichtte gebeurden in het kader van een DEA-onderzoek.

In maart van dit jaar werd O'Sullivan opnieuw naar Amsterdam gehaald in een poging de onvindbare hasjverdachte H. op te sporen. H. wordt vervolgd, omdat hij in 1996 beschikte over een partij van 40.000 kilo hasj die voor een deel naar de VS werd gesmokkeld. Deze inzet van de infiltrant gebeurde wel alleen op verzoek van het OM in Amsterdam. Toch was ook dit toelaatbaar volgens het OM, omdat de Nieuw-Zeelander ,,alleen als lokvogel en niet als infiltrant opereerde''.

Volgens Korvinus handelde het openbaar ministerie in strijd met ons juridisch stelsel en klimaat. Hij hekelt ook dat justitie geen opheldering wil geven over wat de infiltratiepoging precies behelsde. Het OM zegt geen opheldering te kunnen geven om het Amerikaanse onderzoek niet te dwarsbomen.

De rechtbank bepaalde dat de inzet van de infiltrant in oktober 1998 vooralsnog toelaatbaar is, omdat niet is gebleken dat die actie gebeurde in het kader van het onderzoek naar de Nederlandse verdenkingen tegen H. ,,Nader onderzoek'' is nodig voor een meer definitieve beslissing, aldus de rechters.

In maart van dit jaar werd de infiltrant ingezet na toestemming van de hoogste baas van het OM, J.de Wijkerslooth. De minister werd geen toestemming gevraagd, omdat de wet dit niet voorschreef, aldus officier Mooy.

De rechtbank gaf het OM vooralsnog het voordeel van de twijfel. Anthony H. is volgens justitie een van de grootste hasjbaronnen van Nederland. Hij was sinds 1993 onvindbaar. In 1995 is hij bij verstek veroordeeld tot drie jaar cel wegens smokkel van 17.000 kilo hasj naar Canada. H. wordt ook gezocht door de justitie in de VS en in Canada. Hij werd in mei van dit jaar aangehouden. Zijn proces zal dit najaar echt beginnen.